Apostolaat van de Nieuwe Evangelisatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het   Lijden

 

van

 

Jezus   Christus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overwegingen, die Jezus maakt over het mysterie

van Zijn lijden en de waarde die het heeft voor onze Verlossing.

 

 

 

 

 

 

 

 

Cochabamba  -  Bolivia

Spaanse Uitgave: 1997

1e  Engelse Uitgave - Maart 2000

Nederlandse vertaling: Eugène Janssen - Elly Willems, maart 2003


Deze Nederlandse vertaling werd gemaakt van de Engelse teksten, die gebaseerd zijn op de oorspronkelijke Spaanse uitgave.

 

 

Arzobispado  de Cochabamba                             Tel: 042-56562  /   Fax 042-50522

Casilia 129

Cochabamba  -  Bolivia

 

 

Imprimatur

 

We hebben de boeken van Catalina gelezen en we zijn er zeker van dat de enige bedoeling ervan is om ons allen te leiden op een authentiek spirituele tocht, gebaseerd op de blijde boodschap van Christus.  De boeken werpen ook een licht op de speciale plaats die de Heilige Maagd Maria inneemt.  Zij staat model voor het beminnen en het volgen van Jezus Christus.  Zij is onze Moeder, die ons totale vertrouwen en ware liefde verdient.

 

Bij het vernieuwen van de liefde voor en de toewijding aan de Heilige Katholieke Kerk belichten deze boeken de activiteiten die kenmerkend moeten zijn voor een toegewijd leven.

 

Daarom geef ik mijn goedkeuring aan de uitgave en verspreiding van deze boeken en beveel ik ze aan als meditatieteksten en spirituele oriëntatie met de bedoeling een antwoord te geven op de oproep van Onze Heer om vele zielen te redden door hen te laten zien dat Hij een levende God is, vol liefde en barmhartigheid.

 

 

+ Mgr. René Fernández Apaza

Aartsbisschop van Cochabamba

2 april 1998


(De Engelse vertaling van het originele Besluit in het Spaans wordt niet omgezet in het Nederlands)

 

 

Copyrightã 2000 door The Great Crusade of Love and Mercy (De grote kruistocht voor Liefde en Barmhartigheid).  Alle rechten voorbehouden.  Het Engelstalige boek werd gepubliceerd in samenwerking met The Apostolate of the New Evangelization (Het Apostolaat van de Nieuwe Evangelisatie).

 

Toelating wordt verleend om dit boek onverkort en zonder wijzigingen of toevoegingen te vermenigvuldigen enkel en alleen op een non-profit basis.

 

 

 

 

Dit document is online gratis beschikbaar en kan worden gedownload en afgedrukt van de volgende WebSites:

 

in het Engels op:  www.greatcrusade.org

 

in het Spaans op: www.grancruzade.org

 

 

 

Gedrukte kopies van dit boek zijn ook beschikbaar. 

 

 

Love and Mercy Publications

P.O.Box 1160, Hampstead, NC 28443 USA

 

www.loveandmercy.org

 

 

 

Gelieve dit boek te kopiëren en te verspreiden

 

 

Dit document werd opgemaakt met de specifieke bedoeling dat het zou kunnen worden gefotokopieerd en verder verspreid aan alle mensen zodat zij gezegend mogen worden door deze woorden.  Laat de Heilige Geest toe om tot jou te spreken als je deze woorden leest.  Zij kunnen jouw leven en dat van anderen veranderen.

Opdracht

 

* Aan mijn echtgenoot, mijn ouders, mijn kinderen en mijn broers: “kijk naar de arme verworpen Christus en volg Hem.”

 

* Aan Carlos, Neiza en Betty, prachtige instrumenten van de Heer.

 

* Aan Lili, die mijn liefde voor het Kruis aanwakkerde.

 

* Aan Silvia, mijn zuster in de zwaarste pijnen.

 

* Aan Inés en Charo, voor hun liefde voor de evangelisatie

 

* Aan Maria, Koningin van het Centrum voor Vrede, omwille van haar oprechte en wonderlijke weg naar de Heer, langs Maria om.

 

* Aan Marcos, Stanis en Ricardo: gidsen, lotgenoten en steunpilaren van dit arme secretariaat van de Heer.

 

Catalina

 

 

 

 

 

“Bemin Hem helemaal.  Hij heeft zich volledig opgeofferd uit liefde voor u.”

 

 

Clara van Assisi



Jezus

 

Mijn kleine dochter, laat je omarmen door Mijn zeer intens verlangen dat alle zielen zouden komen om zich in het water van de boetedoening te zuiveren.  Dat het gevoel van vertrouwen en niet de vrees hen mag doordringen want Ik ben een God van barmhartigheid en Ik sta altijd klaar om hen in mijn hart op te nemen.

Zo zullen wij ons, dag na dag met mekaar verenigen in het geheim van onze liefde.  Eerst een kleine vonk en dan een grote vlam…  De ware Liefde wordt heden ten dage echter niet bemind!  Zorg ervoor dat de Liefde bemind wordt.  Maar vooraleer je die taak op je neemt, bid mijn kleine dochter, bid veel voor de gewijde zielen die hun enthousiasme en voldoening in het dienstbaar-zijn verloren zijn.  Bid ook voor die priesters, die het grootste mirakel op het altaar volbrengen  en wiens geloof maar zwak is.

Verlies uzelf in Mij zoals een druppel water in de oceaan…  Wanneer ik jou geschapen heb, heb ik jouw voorhoofd gekust en Ik heb je getekend met het teken van Mijn uitverkiezing.  Ga op zoek naar de mensen, want er zijn er slechts weinig die Mij beminnen.  Ga naar hen op zoek en prent in hun geesten het beeld van de pijnen waaraan Ik mij heb overgegeven.  Zonder het te weten staan zij op het punt om grote gaven te ontvangen.

Wanneer je doet wat ik vraag sta ik je bij.  Het is alsof je de brandende dorst lest, die mijn lippen op het Kruis uitdroogde.

Ik zal aanwezig zijn telkens je Mijn lijdensweg met liefde overweegt.  Ik zal je toestaan om verenigd met Mij te leven doorheen de pijnen die Ik heb geleden in Getsemane toen Ik de zonden van alle mensen op Mij nam.

Wees je daarvan bewust, want ik roep slechts weinig mensen op tot deze lijdensweg.  Maar geen van hen is zich bewust van de grote liefde die Ik hen aanbied wanneer zij zich met Mij verenigen in het meest pijnlijke uur van mijn aardse leven.


Jezus Bereidt Zich Voor

 

Er zijn zielen die Mijn lijden overwegen, maar er zijn er slechts weinigen die denken aan de voorbereiding op Mijn openbaar leven: Mijn eenzaamheid!

De veertig dagen, die Ik doorbracht aan de voet van de berg, waren de afschuwelijkste uren van Mijn leven omdat Ik ze helemaal alleen doorbracht om Mijn Geest klaar te maken voor wat komen zou.  Ik leed honger, dorst, ontmoediging en verbittering.  Ik wist dat voor dat volk Mijn offer tevergeefs zou zijn aangezien zij Mij zouden verloochenen.  In die eenzaamheid begreep ik dat noch Mijn nieuwe leer, noch Mijn opofferingen en mirakels het Joodse volk konden redden.  Dit volk zou een God-moordenaar worden.

Desondanks moest Ik mijn plicht vervullen, de Goddelijke Zending.  Allereerst moest ik Mijn zaad achterlaten en nadien sterven.  Bedenk hoe erg dat is wanneer je het vanuit menselijk oogpunt bekijkt.

Ik was ook een mens die droefheid en angst voelde.  Ik ondervond dat ik helemaal alleen stond!  Ik kwelde Mijn lichaam door te vasten en Mijn Geest door gebed.  Ik bad voor de hele mensheid, die mij zou verloochenen, die mij zo vele malen zou offeren…

Ik werd gekweld zoals elk ander sterfelijk wezen en Satan was nooit nieuwsgieriger om te weten wie die man was die zo lang in eenzaam­heid en afzondering verbleef.

Overweeg alles wat Ik moest doorstaan om de mensen te redden, om in staat te zijn te heersen in hun harten, om het mogelijk te maken dat de mensen zouden binnenkomen in het Koninkrijk van Mijn Vader.

 

Het Laatste Avondmaal

 

Laat ons nu beginnen aan het verhaal van Mijn Lijdensweg…  Het verhaal dat eer brengt aan de Vader en vervulling aan andere uitverkoren zielen…

De nacht vóór Ik werd verraden was een nacht vol vreugde omwille van het Paasmaal, de instelling van het Eeuwige Banket waaraan de mensen moeten zitten om zich met Mij te voeden.

Als Ik de christenen zou vragen “Wat denk je van dit Avondmaal?” dan zouden velen ongetwijfeld zeggen dat het een plaats is die hun voldoening geeft, maar weinigen zouden zeggen dat het Mij een genoegen is…  Er zijn mensen die de communie tot zich nemen niet voor de vreugde die het hun bezorgt maar voor de vreugde die Ik erbij voel.  Dat zijn er echter slechts weinigen want de meesten komen tot Mij om naar gaven en gunsten te vragen.

Ik omhels alle zielen die naar Mij toe komen omdat Ik op aarde kwam om de Liefde te verspreiden, waarmee Ik hen omarm.  En omdat liefde niet groeit zonder verdriet, neem Ik beetje bij beetje het aangename weg om de zielen achter te laten in droogte.  Zodoende wordt hun eigen vreugde beperkt opdat ze zouden begrijpen dat hun aandacht moet gericht worden op een andere vreugde, namelijk de Mijne.

Waarom spreek ik over ‘droogte’ alsof dat een teken zou zijn dat Mijn Liefde zou verminderen?  Ben je vergeten dat als Ik je geen geluk geef, jij jouw droogte en andere zorgen moet ondervinden? 

Mensen, kom toch tot Mij en besef dat alleen Ik alles kan vervullen en jullie ertoe kan brengen om Mij te volgen.  Als je alleen al zou beseffen hoezeer Ik een onzelfzuchtige liefde waardeer en hoe die in de hemel wordt gewaardeerd!  O, wat zullen de zielen die deze liefde bezitten, zich verheugen!

 

Leer van Mij, dierbare zielen, om alleen die Ene te behagen, die jullie liefheeft…  Jullie zullen voldoening ervaren en wel veel groter dan wat je achterlaat.  Jullie zullen een enorme vreugde vinden in datgene waartoe Ik je bekwaam heb gemaakt.  Ik ben het die de Feestdis heb klaar gemaakt.  Ik ben het voedsel!  Hoe zou Ik je aan Mijn tafel kunnen laten aanzitten en je honger laten lijden?  Ik beloofde je dat wie zich aan Mij voedt, nooit meer honger zal krijgen…  Ik bedien Mij van die dingen om Mijn liefde voor jullie te openbaren.  Luister naar wat mijn priesters zeggen want zij gebruiken dat Paasmaal om jullie bij Mij te brengen.  Maar stop niet bij wat menselijk is, want anders zal je de andere (diepere) bedoeling van dat feest ontkrachten. 

Niemand kan zeggen dat Mijn Avondmaal hun tot voedsel is geworden wanneer zij alleen maar zoetheid ervaren…  Wat Mij betreft, liefde groeit maar in zoverre ieder zichzelf verloochent.

Veel priesters zijn priester geworden omdat Ik hen tot mijn dienaren wilde maken, niet omdat zij Mij echt volgen…  Bid voor hen!  Zij zouden aan Mijn Vader dezelfde bezorgdheid moeten opofferen die Ik voelde toen Ik in de tempel de geldtafels van de handelaars omver gooide en Ik de bedienaars in die tijd verweet dat zij het huis van God hadden veranderd in een rovershol.

Toen zij mij vroegen met welk gezag Ik dat gedaan had, voelde Ik een nog grotere bezorgdheid omdat de grootste ontkenning van Mijn zending juist van mijn dienaars kwam.

Daarom, bid voor de priesters die Mijn Lichaam behandelen vanuit een houding van gewoonte en vandaar met zeer weinig liefde.

Je zal dadelijk wel beseffen dat Ik je dat alles heb moeten zeggen omdat Ik van je houd en omdat Ik de vergiffenis beloof van al de tijdelijke straffen die opgestapeld werden door hen die bidden voor Mijn priesters.  Er zal geen sprake zijn van Vagevuur voor hen die bedroefd zijn over de lauwe priesters; maar zij zullen het Paradijs binnengaan onmiddellijk na hun laatste ademstoot.

En nu, laat Mij jou nog eens omarmen opdat je het leven mag ontvangen, waarvan Ik jou met eindeloze vreugde deelgenoot maak.

Die nacht waste Ik -met oneindige Liefde- de voeten van Mijn apostelen omdat dat het uitgelezen moment was om Mijn Kerk aanwezig te stellen in de wereld.

Ik wil Mijn mensen laten weten dat zij niet zouden worden uitgesloten van de genadegaven, zelfs wanneer zij onder de zwaarste zonden zouden gebukt gaan.  Zij worden begeleid door Mijn meest gelovige zielen; in Mijn Hart ontvangen zij de genaden die zij nodig hebben.

Op dat moment voelde Ik zo een intens verdriet omdat Ik wist dat zo vele zielen, aan mijn voeten gezeten en zo vaak door Mijn Bloed gezuiverd, toch verloren gaan zoals in Judas, Mijn Apostel, is duidelijk geworden.  Op dat moment wilde Ik de zondaars leren dat zij zich niet van Mij moeten afkeren omdat zij gezondigd hebben en  denken dat er geen redding zou zijn en dat zij nooit meer in die liefde zouden staan als vóór hun zonde.  Arme zielen!  Dat zijn niet de gevoelens van een God die al Zijn Bloed voor jullie vergoten heeft.  Kom allen tot Mij en wees niet bevreesd want Ik houd van jullie.  Ik zal jullie zuiveren met Mijn Bloed en jullie zullen wit zijn als sneeuw.  Ik zal jullie zonden in het water van Mijn barmhartigheid onderdompelen en niets zal de liefde die Ik voor jullie voel uit Mijn Hart kunnen wegrukken.

Mijn geliefde, Ik heb je niet tevergeefs uitverkoren.  Beantwoord mijn uitverkiezing met edelmoedigheid.  Wees trouw en standvastig in het geloof.  Wees zachtmoedig en nederig zodat anderen de grootsheid van Mijn nederigheid mogen leren kennen.

 

Jezus bidt in de Tuin

 

Niemand gelooft echt dat Ik die nacht bloed zweette in Gethsemane en weinigen geloven dat Ik in die uren meer te lijden had dan bij de kruisiging zelf.  Het was pijnlijker omdat het voor Mij heel duidelijk was dat de zonden van allen op Mij zouden terechtkomen en dat Ik zou boeten voor elk van die zonden.  Hoewel Ik onschuldig en zuiver was, voldeed ik zó aan de Wil van Mijn Vader alsof Ik echt schuldig was aan oneerlijkheid en aan al de zonden ooit door jullie, Mijn broeders, begaan.  Jullie onteren God, die jullie geschapen heeft om instrument te zijn van de grootsheid van de Schepping en niet om afbreuk te doen aan de natuur die jullie gegeven is met het doel om haar geleidelijk te bemeesteren opdat jullie Mij, jullie Schepper met een zuivere blik zouden aanschouwen.

Daarom werd Ik -tegenover de Vader die Ik altijd heb bemind- tot een dief gemaakt, een moordenaar, een overspelige echtgenoot, een leugenaar, een schijnheilig persoon, een lasteraar en een rebel.

Het was juist dit contrast tussen Mijn Liefde voor de Vader en Zijn Wil die Mijn bloedzweten veroorzaakte.  Maar Ik was gehoorzaam tot het einde en, omwille van de Liefde voor iedereen, overlaadde Ik Mij met al die schulden.  Zo kon Ik de Wil van Mijn Vader doen en zou Ik jullie redden van de eeuwige verdoemenis.

Bedenk dat Ik die nacht veel meer dan een menselijke doodsstrijd had te doorstaan.  En geloof Mij, niemand kon Mijn angsten verlichten omdat Ik zag hoe elk van jullie zijn best deed om Mijn dood -op ieder moment dat Mij nog was gegeven- zo wreed mogelijk te maken en dat omwille van al de zonden (beledigingen) waarvan Ik de schuld volledig op Mij had genomen.  Nogmaals, Ik wil dat men zich er duidelijk van bewust is hoezeer Ik -in dat uur van verlatenheid en droefheid zonder weerga- van alle mensen heb gehouden.

 

Jezus stelt de Heilige Eucharistie in

 

Het verlangen dat alle zielen zuiver zouden zijn als zij Mij ontvangen in het sacrament van de Liefde, bracht Mij ertoe om de voeten van Mijn apostelen te wassen.  Ik deed dat ook om het sacrament van de Vergeving uit te beelden, waarin de zielen, die het ongeluk hebben gehad om in zonde te vallen, zich kunnen reinigen en hun verloren zuiverheid terug te winnen.

Door hun voeten te wassen wilde Ik aan allen die een apostolische taak hebben, leren om zichzelf nederig op te stellen en de zondaars en al de zielen die aan hen zijn toevertrouwd met  mededogen te behandelen.

Ik hulde Mij in een schort om hen te leren dat men -wil men succesvol zijn bij de zielen- zich moet omgorden met zelfverloochening en vernedering.

Ik wilde aan hen onderlinge liefde leren en hun leren hoe de fouten die zij bij mekaar zagen, zouden kunnen worden uitgewist door erover te zwijgen en door ze steeds weer te vergeven zonder die fouten kenbaar te maken.  Het water dat Ik over de voeten van de apostelen uitgoot, was een weerspiegeling van de ijver die Mijn Hart verteerde bij het verlangen om de mensen te redden.

Op dat moment was de Liefde, die Ik voor de mensen voelde, oneindig en Ik wilde hen niet verweesd achterlaten…  Om met jullie te kunnen leven tot aan het einde der tijden en om jullie Mijn Liefde te tonen, wilde Ik je adem, je leven, je ondersteuning, je Alles zijn!!  Toen zag Ik alle zielen die -in de loop der tijden- met Mijn Lichaam en Bloed gevoed zouden worden en Ik zag al de goddelijke effecten die dat voedsel zou hebben bij al die zielen…

Dat vlekkeloze Bloed zou zuiverheid en maagde­lijkheid bewerken in vele zielen; bij anderen zou het het liefdevuur en de ijver aanwakkeren.  Vele martelaren van de Liefde kwamen op dat uur voor Mijn ogen en in Mijn Hart samen!  Vele andere zielen, die vele en ernstige zonden hadden begaan en die verzwakt waren door de strijd tegen hun passies, wilden tot Mij komen om hun kracht te vernieuwen met het Brood van de Sterke!

Hoe verlangde Ik ernaar om alle zielen Mijn hartenwens kenbaar te maken!  Hoezeer verlangde Ik dat zij de Liefde zouden kennen, die Ik voor hen voelde in het Cenakel toen Ik de Heilige Eucharistie instelde.  Niemand kon de gevoelens van dat moment in Mijn Hart pijlen: gevoelens van liefde, vreugde, tederheid…  Nog groter echter was de bezorgdheid die Mijn Hart overspoelde.

Zijn jullie misschien goede grond voor de constructie van een groot gebouw?  Ja en nee…  Ja, omwille van de gaven die Ik jullie gegeven heb vanaf jullie geboorte.  Neen, omwille van het gebruik dat jullie ervan hebben gemaakt.  Denken jullie dat jullie grond voldoende houvast geeft aan het gebouw dat Ik wil optrekken?  O, het is bedroevend!  Maar toch, ondanks al de elementen in jullie die mijn plannen tegenwerken, zullen Mijn berekeningen niet falen omdat het precies Mijn werk is om wat zwak is uit te kiezen voor het doel dat Ik Mijzelf stel.  Ik maak geen enkele fout omdat Ik gebruik maak van kunstzinnigheid en van Liefde.  Ik ben actief bezig met bouwen zonder dat jullie het beseffen.  Je eigen verlangen om te weten wat Ik aan het doen ben, helpt Mij om jullie te bewijzen dat jullie niets vermogen of weten zonder dat Ik dat wil…  Het is tijd om te werken; vraag Mij niets want er is iemand die aan jullie denkt.

Ik wil aan Mijn zielen mijn smarten meedelen, mijn verschrikkelijke pijnen die Mijn Hart die nacht vulden.  Hoewel Mijn vreugde groot was door Goddelijk Voedsel te worden voor de zielen, door deelgenoot te zijn van de mensen tot op het einde der tijden en door te zien hoe velen Mij eer zouden bewijzen door hun aanbidding, liefde en herstel, toch was ook droefheid groot, die Mij liet aanschouwen dat vele zielen Mij zouden achterlaten in het Tabernakel en zouden twijfelen aan Mijn aanwezigheid in de Heilige Eucharistie.

O, bij hoeveel bezoedelde, vuile en door zonde verscheurde zielen zou Ik moeten binnenkomen!  En hoe zou Mijn Vlees en Bloed onteerd worden, wat de reden zou worden voor de veroordeling van zo vele zielen!  Je kan je niet indenken op wat voor manier Ik al die heiligschennissen, beledigingen en verschrikkelijke gruweldaden onderging die tegen Mij begaan zouden worden…  De zovele uren die Ik alleen zou moeten doorbrengen in de Tabernakels.  Zo vele, lange nachten!  Hoeveel mensen zouden de oproepen tot liefde, die tot hen gericht werden, verwerpen.

Uit liefde voor de mensen (zielen) blijf Ik gevangen in de Heilige Eucharistie zodat jullie -met al je zorgen en verdriet- kunnen komen om troost te vinden voor jezelf bij de zachtaardigste van alle Harten, bij de beste van alle Vaders, bij de trouwste van alle vrienden.  Maar die Liefde, die gebruikt wordt voor het goed van de mensheid, wordt helemaal niet beantwoord.

Ik leef te midden van zondaars om hun redding en leven te zijn, hun geneesheer en medicijn.  Maar toch nemen zij -ondanks het feit dat ze ziek zijn- afstand van Mij.  Ze kwetsen Mij en verachten Mij.

Mijn kinderen, arme zondaars!  Verwijder u niet van mij.  Dag en nacht wacht Ik op jullie in het Tabernakel.  Ik zal jullie je misdaden niet verwijten.  Ik zal je zonden niet voor je voeten gooien.  Wat ik wél zal doen, is jullie wassen met het Bloed van Mijn wonden.  Wees niet bang maar kom naar Mij.  Jullie weten niet hoeveel Ik van jullie houd.

En jullie, dierbare zielen, waarom zijn jullie zo koud en onverschillig tegenover Mijn Liefde?  Ik weet wel dat jullie aandacht moet uitgaan naar wat je familie, je huisgezin en dat jullie de wereld nodig hebben en dat er voortdurend beroep op jullie wordt gedaan.  Maar hebben jullie dan geen ogenblik om tot Mij te komen en Mij een bewijs te geven van je liefde en dankbaarheid?  Laat niet toe dat zovele nodeloze zorgen jullie van Mij weg houden.  Houd een korte tijd vrij om de Gevangene van de Liefde een bezoek te brengen.  Als je lichaam ziek is, dan maken jullie toch een paar minuten vrij om een geneesheer op te zoeken die jullie kan genezen, niet?  Kom toch naar Hem, die je ziel kracht en genezing kan geven.  Geef aalmoezen van liefde aan deze goddelijke Bedelaar, die jullie roept, die naar jullie uitkijkt en op jullie wacht.

Deze woorden zullen een grote weerklank vinden bij vele mensen.  Zij zullen doordringen tot in de gezinnen, scholen, religieuze congregaties, ziekenhuizen, gevangenissen.  En vele zielen zullen bezwijken voor Mijn Liefde.  Mijn ergste pijnen worden veroorzaakt door de zielen van priesters en kloosterlingen.

Op het moment dat Ik de Heilige Eucharistie instelde, zag Ik al de bevoorrechte zielen die zich met Mijn Lichaam en Bloed zouden voeden en ook de effecten die dat bij hen zou hebben.

Voor sommigen is Mijn Lichaam een geneesmiddel voor hun zwakheid.  Voor anderen een vuur dat hen aanspoort om hun tegenslagen te dragen en dat hen vervult met Liefde.  Ah! …  Die zielen die zich voor Mij verzamelen, zullen zijn als een enorme tuin waarin uit elke plant een andere bloem groeit.  En al die bloemen verkwikken Mij met hun geur.  Mijn Lichaam zal zijn als de zon die hen weer tot leven brengt.  Ik zal naar sommigen komen om te worden getroost, naar anderen om te schuilen, bij weer anderen om te rusten.  Mijn lieve zielen, als jullie eens zouden weten hoe gemakkelijk het is om te troosten, om een schuilplaats te bieden en om rust te geven aan God.

Deze God, die -nadat Hij jullie bevrijd heeft van de ketens van de zonde- met een oneindige Liefde van jullie houdt, heeft in jullie de weergaloze genade van de religieuze roeping geplant.  Hij heeft jullie op mysterieuze wijze gebracht naar de tuin van Zijn behagen.  Deze God, jullie Verlosser, is je bruidegom geworden.  Hijzelf voedt jullie met zijn zo zuivere Lichaam en Hij lest je dorst met Zijn Bloed.  Bij Mij zullen jullie rust vinden en geluk.

Oh, mijn kleine dochter!  Waarom zijn zovele zielen -nadat ze zo rijk gezegend zijn en met zovele zorgen omringd werden- oorzaak van zulk een droefheid in Mijn Hart?  Ben Ik niet altijd dezelfde?  Ben Ik veranderd voor jullie? …  Neen!  Ik zal nooit veranderen en Ik zal je bij voorkeur en met grote tederheid beminnen tot het einde toe.

Ik weet dat je veel ellende kent, maar dat zal je niet weghouden van mijn meest tedere aandacht.  En Ik wacht angstvallig op je, niet alleen om je lijden te verzachten, maar ook om je te overladen met Mijn zegeningen.

Als Ik je naar jouw liefde vraag, onthoud Mij die dan niet. Het is heel gemakkelijk om te houden van Hem die de Liefde zelf is.  Als Ik je iets vraag dat tegen je natuur ingaat, dan geef Ik je zowel de genade als de kracht die je daarvoor nodig hebt.  Sta Mij toe om in jullie zielen te komen en, als je er niets in vindt dat Mij waardig is, zeg Mij dan in alle nederigheid en met vertrouwen: “Heer, U ziet de vruchten die deze boom voortbrengt.  Kom en zeg mij wat ik moet doen zodat er vanaf nu vruchten mogen groeien, die U behagen.”

Als een ziel iets dergelijks aan Mij vraagt met een oprecht verlangen om zijn liefde te bewijzen, dan zal Ik antwoorden: “Lieve ziel, sta Mij toe om de liefde in jou te doen groeien …”

Ken jij de vruchten die je zal verkrijgen?  De overwinning op je karakter zal de beledigingen goed maken.  Zij zal de fouten herstellen.  Als je niet in de war bent wanneer je wordt gecorrigeerd en je dat graag aanvaardt, dan zal je een verandering teweeg brengen in die zielen die verblind zijn door hoogmoed.  Zij zullen nederig worden en om vergeving vragen.

Dat is het wat Ik in jullie zielen zal doen als jullie Mij toestaan om in alle vrijheid te werken.  De tuin zal niet onmiddellijk in bloei staan, maar jullie zullen Mijn Hart een groot genoegen doen.

Dat alles speelde zich voor Mij af toen Ik de Eucharistie instelde.  En in Mij brandde het verlangen om voedsel te zijn voor de zielen.  Ik zou niet op aarde blijven om te leven met perfecte wezens maar eerder om de zwakken vast te houden en om de kinderen te voeden…  Ik zou hen doen groeien, hun zielen versterken en aanwezig zijn bij hun tegenslagen.  En hun goede voornemens zouden Mij een troost zijn.

Maar bij Mijn uitverkorenen zijn er zielen die Mij zorgen baren.  Zullen zij allen tot het einde doorgaan?  Dat is de pijnkreet die uit Mijn Hart ontsnapt.  Dat is de jammerklacht die Ik aan de zielen wil laten horen.

De Eeuwige Liefde is op zoek naar zielen die nieuwe dingen kunnen zeggen over de oude, reeds lang gekende waarheden.  De oneindige Liefde wil in de schoot van de mensheid een tribunaal oprichten van zuivere Barmhartigheid en niet één van Wetten en Recht.  Dat is de reden waarom deze boodschappen verspreid moeten worden over de hele wereld.  Wie dat begrijpt, is dit werk toegewijd, haalt er zelf voordeel uit en helpt ook anderen om er zoveel mogelijk verdienste uit te verkrijgen.  Degene die dat niet begrijpt, blijft een slaaf van de geest die dood en veroordeling brengt.

Tot hen richt Ik Mijn woord van afkeuring want zij belemmeren Mijn goddelijk Werk en zij zijn zodoende medeplichtigen van de duivel.

Wanneer zij alles veroordelen wat van de Schepper komt en niet zomaar van gewone schepselen, dan oefent hun verstand een zware druk uit op hun kinderlijke geesten.  Tot hen die Ik mijn kleine kinderen heb genoemd, openbaar Ik Mijn kennis, die ik verberg voor de trotsen van hart.

Mens, sta Mij toe om Mijzelf in jou uit te storten.  Word een open klep voor Mijn Hart want er is altijd iemand die Mijn Liefde tegenhoudt…

 

Jezus doet de Wil van de Vader

 

Wat ik je boven alles over mijn lijden wil toe­vertrouwen, is de bitterheid die veroorzaakt werd door Mijn kennis van de zonden, die de geest van de mens verduisterden en die hem tot allerlei dwalingen leidden.  Meestal worden die zonden aanvaard als een uitvloeisel van de natuurlijke neigingen die -zo wordt gezegd- door de eigen wilskracht niet in bedwang kunnen worden gehouden.  Vandaag leven er velen in grote zondigheid en geven de schuld daarvan aan anderen of aan het lot, zonder dat zij in de mogelijkheid zijn om zich daarvan vrij te maken.  Dat zag Ik in Gethsemane en Ik herkende het grote kwaad dat Mijn ziel zou verzwelgen.  Zo velen zijn op die manier verloren gegaan.  En hoe heb Ik voor hen geleden!

Door Mijn voorbeeld, door het wassen van hun voeten en door hun tot Voedsel te worden, leerde Ik Mijn apostelen om mekaar te ondersteunen.  Het uur naderde waarvoor de Zoon van God was mens geworden en waarop Hij Verlosser van de mensen zou worden.  Hiervoor zou Hij zijn Bloed vergieten en Zijn Leven geven voor de wereld.

Dat moment wilde Ik in gebed doorbrengen en Mij helemaal geven aan de Wil van Mijn Vader…  Op dat moment overwon Mijn menselijke Wil de natuurlijke weerstand tegen het grote lijden dat door Onze Vader voor Mij was voorbereid.  Maar Hij leed nog erger dan Ikzelf.  En dan, te midden van de verloren zielen, gaf Ik Mijn eigen Ziel om al datgene te herstellen wat reeds verdorven was.  Mijn Almacht is tot alles in staat, maar zij vraagt nederigheid van anderen, waarmee zij zich kan verbinden.  En die nederigheid bied Ik aan door Mij met oneindige Liefde op te offeren.

Mijn Lijden…   in wat voor een bodemloze afgrond van verbittering werd het opgeslokt!

Hoe ongelooflijk veraf staat hij die meent het allemaal te begrijpen en dan alleen maar denkt aan het verschrikkelijke lijden van Mijn Lichaam. 

Mijn dochter, Ik heb voor jou andere scènes voorbehouden die Ik doormaakte en Ik wens die met je te delen omdat jij één van hen was die de Vader Mij gaf in de Hof.

Lieve Zielen, leer van uwVoorbeeld dat het enig belangrijke is: je in nederigheid te onderwerpen aan de Wil van God, ook als je natuur daartegen protesteert.

Ik wenste de zielen ook te leren dat alle belangrijke daden moeten worden voorbereid en vernieuwd moeten worden door het gebed.  Door het gebed wordt de ziel gesterkt voor de moeilijkste dingen.  Door het gebed staat God in verbinding met de ziel, geeft God haar adviezen en vuurt Hij haar aan, zelfs wanneer zij (de ziel) er niet bewust van is. 

Met drie van Mijn leerlingen trok Ik mij terug in de Hof om hen te leren dat de drie Krachten van de ziel hen zouden vergezellen en hen helpen in het gebed.

Denk aan de goddelijke gaven, aan de volmaaktheid van God: Zijn Goedheid, Zijn Kracht, Zijn Barmhartigheid en de Liefde die Hij voor jou heeft.  Kijk daarna met begrip naar hoe je kan antwoorden op de wonderen die Hij voor jou gedaan heeft…  Sta dan jouw wil toe om -doorheen het gebed in jouw afzondering en stilte- je ertoe aan te zetten nog meer je best te doen voor God en je nog meer toe te wijden aan de redding van de zielen, ongeacht of dat is door het apostolische werk dan wel door een nederig en teruggetrokken leven.

Werp je als schepsels deemoedig neer in de aan­wezigheid van hun Schepper.  Bewonder zijn plannen met jou -wat die ook mogen zijn- en onderwerp je wil aan de Goddelijke Wil.

Op die manier droeg Ik Mijzelf op om het reddingswerk van de wereld te volbrengen.  Ah!  Wat een gruwelijk ogenblik was het wanneer Ik al die kwellingen voelde die Mij overvielen; die kwellingen die Ik tijdens Mijn lijdensweg moest ondergaan: de lasteringen, de beledigingen, de zweepslagen, de schoppen, de Doornenkroon, de dorst, het Kruis…

Tegelijk met al die kwellingen, die voor mijn ogen passeerden, voelde ik een intense pijn in Mijn Hart omwille van de beledigingen, de zonden en de gruwels die in de loop der tijden zouden worden begaan.  Ik zag ze niet alleen, maar Ik voelde Mij ook nog eens belaagd door al die verschrikkingen.  En in die hoedanigheid gaf Ik Mij aan Mijn Hemelse Vader om barmhartigheid af te smeken.

Mijn kleine dochter, om Zijn woede te bedaren en om Zijn toorn te sussen offerde Ik Mijzelf als een lelie.  Hoe dan ook: Mijn menselijke natuur werd door zovele misdaden en zonden overgeleverd aan een doodsstrijd, die zo ver ging dat Ik bloed zweette.

Is het mogelijk dat die angst en dat Bloed nutteloos zijn geweest voor zovele zielen? …  Mijn Liefde was het uitgangspunt van Mijn Lijden.  Als Ik dat niet gewild had, wie zou dan nog in staat geweest zijn om Mij te naderen?  Ik wilde dat en om dat tot een goed einde te brengen maakte Ik gebruik van het wreedste dat er onder de mensen bestaat.

Vóór Ik aan Mijn Lijdensweg begon, kende Ik al het lijden en Ik kon het in zijn geheel beoordelen.  Maar dan, toen Ik -in volle bewustzijn en met volle overgave- de beslissing genomen had om te lijden, had Ik de menselijke gewaarwording van al dat lijden dat Ik op Mij zou nemen.  Toch nam Ik het helemaal op Mij.

Sprekend over Mijn Lijden kan Ik niet te zeer in detail treden.  Ik heb dat al eerder gedaan, maar je kan het niet allemaal begrijpen.  Omwille van jouw menselijke natuur kun je de enorme omvang van de pijnen die Ik heb doorstaan, niet bevatten.

Jawel, Ik verlicht je wel maar Ik sta aan een grens waar jij niet over heen kan.  Alleen Mijn Moeder heb Ik al mijn pijnen laten doorgronden.  Dat is de reden waarom zij méér dan wie ook geleden heeft.

Maar vandaag zal de wereld méér te weten komen dan wat Ik tot nu toe heb kenbaar gemaakt want Mijn Vader wil dat zo.  Daarom schijnt er een straal van liefde boven Mijn Kerk omwille van de veranderende omstandigheden die Mij van de Hof van Olijven naar de Calvarieberg brachten.  Meer dan aan ieder ander maak Ik Mijn Lijden kenbaar aan al die liefdevolle zielen die met Mij waren in de Hof.  Zij zijn in staat om die dingen te benoemen die passen bij de geest van de hedendaagse reizigers.  En als zij zich die dingen herinneren, dan zouden zij er gevolg aan moeten geven.  Daarom ook moet je alles noteren wat Ik je doorgeef, voor jezelf en voor vele anderen met het oog op de zielen en voor de eer van de Heilige Drie-eenheid die wenst dat Mijn lijden in Gethsemane bekend wordt.

Mijn ziel is bedroefd tot stervens toe.  Hoewel de impact van het mij fysisch niet goed voelen de dood had kunnen veroorzaken, wilde Ik toch de ervaring doormaken van de geestelijke droefheid, die bestond in de complete afwezigheid van de goddelijke invloed en de hartverscheurende aanwezigheid van de oorzaken van Mijn Lijden.

In Mijn Geest, die ten dode toe gekweld werd, kwamen al de redenen naar voor die Mij ertoe hebben aangezet om de Liefde in de wereld te brengen.  Boven dit alles uit staken de beledigingen die tegen Mijn lijdende Goddelijkheid geuit werden.

Je kunt geen gelijkaardig lijden vinden omdat de zondige mens -dank zij Mijn Licht- slechts dàt gedeelte begrijpt dat met hem in overeenstemming is.  En vaak gebeurt het dat hij -in zijn onvolmaaktheid- niet de draagwijdte ziet die de zonde voor Mij heeft.  Daarom is het duidelijk dat alleen God de omvang kent van de beledigingen die Hem worden aangedaan.

Toch zou de mensheid in staat moeten zijn om haar volledige kennis, haar echte droefheid en berouw aan God aan te bieden.  En -wanneer zij dat wil- kan Ik de mensheid daartoe brengen.  Ik doe dat door Mijn kennis op te offeren die in Mij, een mens die al de beledigingen tegen God gedragen heeft, werkzaam is.  

Het was mijn wens dat de berouwvolle zondaar door Mij de weg zou terugvinden waarlangs hij aan God zijn verontschuldigingen over de uitgebrachte beledigingen zou kunnen aanbieden.  Dan zou ook Ik -in Mijn Goddelijkheid- het volle begrip  ontvangen van wat Mij is aangedaan.

 

Genoeg voor vandaag.  Je weet niet hoeveel troost je Mij biedt wanneer je jezelf in volle overgave aan Mij aanbiedt…  Ik kan niet elke dag spreken met zielen…  Laat Mij je Mijn geheimen vertellen, ten behoeve van de anderen! …  Laat Mij gebruik maken van je dagen en nachten!

Ik was doodsbenauwd omdat Ik overal de enorme opstapeling van beledigingen kon zien. En als Ik voor één enkele al een dood zou moeten meemaken, die zijn gelijke niet had, wat zou Ik dan niet door te maken hebben omwille van al die beledigingen samen?  “Mijn ziel is bedroefd tot stervens toe…”   Het ging hier om een droefheid die in Mij alle krachten wegtrok; een droefheid die zich centreerde in Mijn goddelijkheid, waartegen de overvloed van fouten en de stank van de zielen die zijn aangetast door allerlei verdorvenheden, zouden aanbeuken.  Daarom was Ik tegelijkertijd schietschijf als pijl: als God was Ik de schietschijf, als mens de pijl.  Zodra Ik al de zonden op Mij had genomen, verscheen Ik vóór Mijn Vader als de enige zondaar.  Een grotere droefheid dan die bestaat er niet.  En uit Liefde voor de Vader en uit Barmhartigheid voor jullie allen, wilde Ik dat alles doorstaan. 

Als hij hier geen acht op slaat dan zou de mens tevergeefs nadenken over de betekenis van deze woorden, die heel Mijn wezen als God en als Mens omvatten.  Kijk naar Mij in deze reusachtige gevangenis van de geest.  Verdien Ik dan geen liefde omdat Ik zoveel gevochten en geleden heb?  Verdien Ik het dan niet dat de schepselen op Mij rekenen als op zichzelf, wetende dat Ik Mij helemaal geef zonder enige reserve?  Drink allen van mijn onuitputtelijke bron van goedheid!  Drink!  Ik bied jullie Mijn droefheid in de hof aan.  Geef Mij je droefheid, heel je droefheid.  Ik wil van je droefheid een ruiker maken van viooltjes, waarvan het parfum voortdurend op Mijn Goddelijkheid is gericht.

“Vader, als het mogelijk is, neem dan deze Beker van Mij weg.  Maar laat niet Mijn wil geschieden, maar de Uwe.”  Ik riep dat in het dieptepunt van mijn verbittering wanneer de last die op Mij drukte zo bloedig werd dat Mijn ziel zichzelf in de meest ondenkbare duisternis aantrof.  Ik zei dat tegen Mijn Vader omdat, boven op het feit dat Ik al de schulden op Mij zou nemen, Ik Mijzelf bij Hem aanbood als de enige zondaar op wie de goddelijke gerechtigheid werd gericht.  En door het gevoel beroofd te zijn van Mijn Goddelijkheid ontwaarde Ik alleen nog maar Mijn menselijkheid.

O Vader, neem van Mij deze extreem bittere Kelk weg, die Gij Mij aanbiedt en die Ik -toen Ik naar deze wereld kwam- aanvaard heb uit Liefde voor U.  Ik was op het punt gekomen waarop Ik Mijzelf niet meer herkende.  U, o Vader, die Mij liefhebt, U hebt de zonden tot Mijn erfgoed gemaakt en dat maakt Mijn aanwezigheid tegenover U ondraaglijk.  De ondankbaarheid van de mensen is Mij bekend, maar hoe kan Ik het verdragen om Mijzelf totaal verlaten te weten?  Mijn God, heb medelijden met die enorme eenzaamheid waarin Ik Mij bevind.  Waarom wilt zelfs Gij Mij verlaten?  Waar zal Ik hulp vinden in die grote eenzaamheid?  Waarom slaat ook Gij Mij op die manier?  Ja, Gij berooft Mij van Uw Aanwezigheid.  Het voelt alsof Ik neerval in zulk een immense afgrond dat Ik zelfs Uw hand niet meer zie in deze vreselijke situatie.  Het Bloed dat uit Mijn Lichaam sijpelt is voor U getuige van Mijn vernietiging onder Uw machtige hand.

Aldus schreeuwde Ik het uit; Ik viel.  Maar dan ging Ik verder:  Het is juist, H. Vader dat U met Mij doet wat U wilt.  Mijn leven is niet van Mij, het behoort U volledig toe.  Ik wil niet dat Mijn wil wordt gedaan, maar wel de Uwe.  Ik heb mijn dood op het Kruis aanvaard.  Ik aanvaard ook de schijnbare dood van Mijn Goddelijkheid.

Het is juist.  Dat alles zou Ik U geven; vóór alles zou Ik U de vernietiging van Mijn Goddelijkheid die Mij met U verenigt, aanbieden.  Ja Vader, door het Bloed dat U ziet, bevestig Ik Mijn overgave en Mijn aanvaarding:  Uw Wil geschiede, niet de Mijne…

 

Jezus kijkt uit naar zijn leerlingen, die in slaap zijn gevallen

 

Ondanks alles -de enorme last en de verschrikkelijke uitputting samen met het zweten van Bloed- werd Ik, toen Ik op zoek ging naar Mijn apostelen, zo diep gekwetst dat Ik mij onvoorstelbaar uitgeput voelde.

Petrus, Johannes, Jacobus!  Waar zijn jullie dat Ik jullie niet wakend vind?  Word wakker, kijk naar Mijn gelaat, zie hoe Mijn Lichaam beeft in de beproeving, die Ik nu doormaak!  Waarom slapen jullie?  Word wakker en bid met Mij.  Voor jullie heb Ik Bloed gezweet!

Petrus, Mijn uitverkoren leerling, geef jij dan niets om Mijn Lijden? …  Jacobus, naar jou ging heel vaak Mijn voorkeur uit; kijk naar Mij en blijf aan Mij denken!  En jij, Johannes, waarom gaf jij je -samen met de anderen- over aan de slaap?  Jij kan meer verdragen dan zij…  Val niet in slaap; blijf wakker en bid met Mij!

Dat is het wat Ik verkreeg: Op zoek naar troost, vond Ik slechts bittere kwelling.  Zelfs zij waren niet met Mij verbonden.  Waarheen zou Ik nog kunnen gaan? …  Het is waar: Mijn Vader gaf Mij slechts wat Ik vroeg, zodat de veroordeling van de gehele mensheid op Mij zou terechtkomen.  Mijn Vader, help Mij!  U kunt alles; help Mij!

Opnieuw bad Ik als een mens voor wie alle hoop is vervlogen en die begrip en troost zoekt van hierboven.  Maar wat kon Mijn Vader doen voor Mij?  Ik had toch vrijwillig ervoor gekozen om voor alles te boeten.  Mijn keuze stond vast; ze was niet veranderd.  Desondanks drong de natuurlijke weerstand zich zo sterk op dat Mijn menselijkheid erdoor werd overspoeld.

Opnieuw stortte Ik Mij met Mijn gezicht ter aarde omwille van de schande van al jullie zonden.  Opnieuw vroeg Ik Mijn Vader om die Kelk van Mij weg te nemen.  Maar Hij antwoordde dat, als Ik hem niet zou drinken, het zou zijn alsof Ik niet naar deze wereld was gekomen.  En om Mij te troosten antwoordde Hij ook dat vele schepselen deel zouden hebben aan Mijn helse pijnen in de Hof.

Ik antwoordde: Vader, laat niet Mijn Wil geschieden, maar de Uwe.  Uw engel heeft Mij verzekerd van Uw liefde.  De korte vreugde, die U Mij daardoor gegeven hebt, heeft een gunstige uitwerking op Mijn natuurlijke weerstand.  Geef Mij Mijn schepselen; hen die Ik vrijgekocht heb.  Neemt U hen zelf want voor U heb Ik dit lijden aanvaard.  Ik wil zien dat U tevreden bent.  Ik bied U al Mijn lijden en Mijn onveranderlijke Wil aan, die waarlijk niet in strijd is met de Uwe want Wij zijn altijd Eén geweest…  Vader, Ik ben vernietigd maar alleen zo zal Onze Liefde worden bekend gemaakt.  Dat Uw Wil geschiede, niet de Mijne!

Opnieuw keerde Ik terug naar Mijn leerlingen, maar de stralen van de goddelijke Gerechtigheid hadden Mij op een onveranderlijk spoor gezet…  Zij werden erg bevreesd toen zij Mij als een krankzinnige bekeken.  En wie er het meest onder leed was Johannes.  Ik, zwijgend…  zij, versteend…  Alleen Petrus had de moed om te spreken.  Arme Petrus, als hij alleen al maar begrip had gehad voor dat deeltje van Mijn onrust waarvan hij aan de basis lag.

Ik had mijn drie vrienden meegenomen opdat Ik bij hen en in hun liefde rust zou kunnen vinden, zodat zij Mij zouden helpen door Mijn angsten mee te dragen en door met Mij mee te bidden…  Hoe kan Ik beschrijven wat Ik voelde toen Ik hen in slaap vond? 

Hoe lijdt Mijn Hart ook vandaag nog wanneer Ik Mijn zielen, bij wie Ik vertroosting hoop te vinden, in slaap vind.  Het komt meer dan eens voor dat Ik hen wakker moet schudden en hen uit zichzelf moet halen, weg van hun zorgen.  Zij antwoorden Mij dan, al is het niet met woorden maar wel met hun daden: “Nu niet, ik ben te moe; ik heb veel te veel te doen; dat is slecht voor mijn gezondheid; ik heb nog een beetje tijd nodig; ik wil nog wat rust hebben.”

Dan dring Ik aan en Ik verzeker die ziel zachtjes: Heb maar geen schrik.  Als je voor Mij je rust laat, dan zal Ik je daarvoor belonen.  Kom en bid met Mij.  Eén uurtje maar!  Kijk, dit is het moment dat Ik je nodig heb!  Als je stopt met je bezigheden, zal je dan achter geraken op je schema?  Hoe vaak toch krijg Ik dat antwoord!

Arme ziel, je bent niet eens in staat om één uur met Mij te waken.  Weldra kom Ik bij je langs en je zal Mij niet eens horen omdat je slaapt.  Ik zou je de Genade willen geven maar aangezien je aan het slapen bent, zal je niet in staat zijn die te ontvangen.  En wie kan er Mij verzekeren dat hij later wel de kracht zal hebben om wakker te blijven? …  Het is mogelijk dat jouw ziel, die niet meer voorzien is van voedsel, te zwak zal zijn en dat jij niet in staat bent uit je vermoeidheid op te staan.

Vele zielen werden -in het midden van een diepe slaap- door de dood verrast.  Waar en hoe zijn zij wakker geworden?

Lieve zielen, Ik wil jullie leren hoe zinloos en ijdel het is om verlichting te zoeken bij andere mensen.  Hoe vaak zijn zij niet in slaap en -in plaats van bij hen de verlichting te vinden waarnaar Ik op zoek ben- blijf Ik verbitterd staan aangezien zij niet in overeenstemming zijn met Onze Verlangens of Onze Liefde.

Wanneer Ik tot Mijn Vader bad en om hulp vroeg, stond Mijn bedroefde en verlaten ziel doodsangsten uit.  Ik voelde Mij boven Mijn krachten beproefd door het gewicht van de ergste ondankbaarheid.

Het Bloed dat zich uit de poriën van Mijn Lichaam perste en dat kort daarna uit al Mijn wonden zou vloeien, zou nutteloos zijn voor een groot aantal zielen die verloren zouden gaan.  Zo velen zouden Mij kwetsen en zo velen zouden Mij niet eens kennen!  Later zou Ik Mijn Bloed laten vloeien voor allen en Mijn verdiensten zouden gebruikt worden voor elk van hen.  Goddelijk Bloed!  Onuitputtelijke verdiensten!  En toch nutteloos voor zo vele, vele zielen.

Maar tegen die tijd zou Ik al andere dingen meemaken en Mijn Wil was gericht op het volbrengen van Mijn Lijdensweg.

Mens, als Ik moest lijden, zou dat niet vruchteloos of zonder reden zijn.  De vruchten die Ik verworven heb, zijn de Heerlijkheid en de Liefde.  Het is nu aan jou om Mij -met Mijn hulp- te tonen dat je Mijn werk waardeert.

Ik word nooit moe!  Kom naar Mij!  Kom naar Hem die trilt van Liefde voor jou en die weet hoe Hij jou de ware Liefde moet geven die in de Hemel regeert en die jou nu op aarde omvormt.

Zielen die Mijn dorst ervaren, drinkt van mijn bittere en heerlijke Kelk, want Ik zeg jullie dat de Vader enkele druppels uit deze Kelk speciaal voor jullie wil voorbehouden.  Denk aan die enkele druppels die Mij onthouden werden en -als je gelooft- zeg Mij dan dat je ze niet wilt.  Ik heb nooit grenzen gesteld en evenmin moet jij dat doen.  Ik werd vernietigd  zonder enige vorm van barmhartigheid.  Uit liefde zou je Mij moeten toestaan om je eigen goeddunken te vernietigen.

Ik ben Degene, die in jou werkt zoals Mijn Vader in Mij werkte toen Ik in de Hof was.

Ik ben Degene, die jou het lijden geeft opdat jij op een dag gelukkig zult zijn.  Wees voor een tijdje volgzaam.  Wees volgzaam als je in mijn voetsporen treedt want dat zal je enorm helpen en het zal Mij grote voldoening schenken.  Verlies niets, maar maak je veeleer de liefde eigen.  Hoe zou Ik Mijn geliefden kunnen laten lijden terwijl zij proberen Mij hun liefde te tonen?

Ik wacht op jou.  Ik blijf op je wachten en Ik zal niet moe worden.  Kom naar Mij.  Kom zoals je bent; het doet er niet toe hoe, als je maar komt.  Dan zul je zien dat Ik jouw voorhoofd versieren zal met juwelen, met die druppels Bloed die Ik in Gethsemane liet vloeien.  Die druppels zijn voor jou, tenminste als jij ze wilt.  Kom, mijn ziel, kom naar Jezus die jou roept.

Ik zei: Mijn Vader.  Ik zei niet: Mijn God.  Dat wil Ik jullie toch leren: wanneer je hart het meest te lijden heeft dan moet je zeggen ‘Mijn Vader’ en Hem om troost vragen.  Toon Hem je pijnen en je angsten en herinner Hem in je weeklagen eraan dat jullie Zijn kinderen zijn.  Zeg Hem dat je ziel die pijnen niet langer kan dragen!  Vraag Hem met een kinderlijk vertrouwen en wacht af, want je Vader zal je helpen.  Hij zal jou en al de zielen die vertrouwen de nodige kracht geven om door heel die moeilijke tijd heen te komen…

Dat is de Kelk die Ik heb aanvaard en tot de laatste druppels heb leeg gedronken.  Dat alles om je te leren, mijn lieve kinderen, nooit te geloven dat het lijden zinloos is.  Als je ondervindt dat je niet altijd resultaten bekomt, houdt dan je oordeel voor jezelf,  maar sta de goddelijke Wil toe om in jou volbracht te worden.

Ik ben niet teruggedeinsd.  Integendeel, Ik bleef ter plaatse ook al wist Ik dat het in de Hof was dat ze Mij zouden aanhouden.  Ik wilde niet wegvluchten voor Mijn vijanden.

Mijn dochter, laat deze nacht Mijn Bloed toe om de wortels van je kleinheid te bevloeien en te versterken.

 


Judas levert Jezus uit

 

Nadat Ik door de boodschapper van Mijn Vader opgebeurd was, zag Ik dat Judas, gevolgd werd door hen die Mij wilden gevangen nemen, naar Mij toekwam.  Zij hadden koorden, stokken en stenen bij zich…  Ik deed een stap naar voor en vroeg hen: “Naar wie zijn jullie op zoek?”  Ondertussen hield Judas zijn hand op Mijn schouder en kuste Mij…

Zo vele zielen hebben Mij verkocht en zullen Mij nog verkopen voor de miserabele prijs van een kortstondig vermaak, voor een voorlopig en voorbijgaand pleziertje…  Arme zielen die op zoek gaan naar Jezus, zoals de soldaten deden.

Zielen, die Ik liefheb, die naar Mij toe komen en Mij in jullie boezem ontvangen, die Mij zo vaak vertellen dat jullie van Mij houden… zullen jullie Mij overleveren nadat jullie Mij hebben ontvangen?  Op de plaatsen die jullie bezoeken, liggen stenen die Mij verwonden.  Daar worden gesprekken gevoerd die Mij kwetsen; en jullie, die Mij vandaag hebben ontvangen, jullie verliezen daar de zuivere schittering van de Genade.

Waarom leveren de zielen die Mij kennen, Mij op die manier uit terwijl zij meer dan eens opscheppen over hun godsvrucht en het beoefenen van de naastenliefde?  Het zijn allemaal dingen die echt zouden helpen om grotere genaden te verdienen…  Maar wat betekenen ze voor jullie méér dan een dekmantel die je misdaden bedekt wegens het achterhouden van het goede op aarde? 

Wees waakzaam en bid!  Vecht zonder ophouden en laat niet toe dat uw slechte neigingen en gebreken tot gewoonte worden.

Kijk, het is noodzakelijk om elk jaar het gras te maaien en zo mogelijk zelfs gedurende de vier seizoenen.  Jullie moeten het land bewerken en het opruimen.  Jullie moeten het verbeteren en ervoor zorgen dat het onkruid dat erin opschiet, wordt uitgetrokken.

Zo moeten jullie ook -met grote toewijding- zorg dragen voor de ziel en jullie moeten de slechte neigingen uittrekken.

Geloof niet dat de ziel die Mij verkoopt en zichzelf in grote zondigheid begeeft, begon met een zware zonde.  Gewoonlijk begint de grote val met een kleine misstap: iets dat de ziel blij maakt, een zwakheid, een ongeoorloofde instemming, een pleziertje dat niet verboden maar toch ook niet erg gebruikelijk is…  Op die manier begint de ziel zichzelf te verblinden en vermindert zij in Genade.  Het lijden daarentegen maakt sterk en leidt uiteindelijk tot de overwinning.

Begrijp goed het volgende: al is het erg bedroevend om een belediging en ondankbaarheid van een ziel te ondervinden, het is nog veel erger wanneer dat komt van Mijn meest geliefde, uitverkoren zielen.  Hoe dan ook, anderen kunnen de zaak herstellen en Mij troost geven.

Zielen, u die Ik uitverkoren heb om Mij een rustplaats klaar te maken, de hof van Mijn welbehagen, van U verlang ik een grotere tederheid, meer vriendelijkheid en heel wat meer liefde.

Ik verwacht dat jullie als balsem zijn die Mijn wonden geneest; dat jullie Mijn gelaat, dat lelijk en vuil gemaakt werd, zullen reinigen; dat jullie Mij helpen om licht te brengen bij zo vele blinde zielen die in het duister van de nacht Mij aanhouden en Mij vastbinden om Mij ter dood te brengen.

Laat Mij niet alleen…  Blijf waakzaam en kom vooraleer Mijn vijanden verschijnen!

Wanneer de soldaten dichtbij kwamen, zei Ik: “Hier ben Ik!”  Dezelfde woorden zeg Ik tegen iedere ziel die op het punt staat bekoord te worden: “Hier ben Ik!”  Er is nog tijd en als je wilt, zal Ik je vergeven.  En in plaats dat jij Mij ophangt aan de koorden van jouw zonden, ben Ik degene die jou zal optrekken aan de band van Liefde.

Kom!  Ik ben Degene die van je houdt; Degene die zo veel medelijden heeft met je zwakheden; Degene die verlangend op je wacht om jou in Zijn armen te sluiten.

De periode van Mijn gevangenneming was -wel beschouwd- van groot belang.  Als Petrus die slag niet had gegeven aan Malchus, had Ik niet de kans gehad om jouw aandacht te vestigen op de methode die Ik wil dat jij gebruikt in de strijd voor Mij. 

Dan maakte Ik gebruik van een zegswijze om Petrus terecht te wijzen en Ik herstelde het oor van Malchus omdat Ik niet van geweld houd.  Ik ben immers de Heer van de vrijheid.  Maar weet wel dat Ik, los van die feiten, aan Petrus mijn duidelijk verlangen te kennen gaf dat Mijn Lijdensweg voltooid moest worden.  En Ik maakte hem duidelijk dat -als Ik dat zou willen- de Vader Mij zou verdedigen met Zijn Engelen.

Zie je hoeveel verschillende zaken aan bod kwamen in die ene episode?  Maar de hoofdzaak is juist de les die Ik te geven had aan jullie allemaal over het bestrijden van de vijanden.  Al wie is zoals Ik zal op die manier handelen: hij staat zichzelf toe om  meegenomen te worden naar de plaats waar zij hem willen hebben.  Want hij zal kracht hebben op die momenten, die niet door de wereld (de mensen), de menselijke beleving of de sluwheid van de zelfverheerlijking, gezocht worden.

Neen, ieder die is zoals Ik zal in de situatie blijven staan waarin hij terechtkwam en -ongeweten maar sterk- de kracht ontvangen om zijn onderdrukkers te weerstaan.  Mijn ware leerling doet de meest onwaarschijnlijke dingen zonder dat de minste van Mijn bedoelingen met hem wordt onderbroken.  De wereld houdt zich graag bezig met losstaande feiten, met snoeven en met zijn superioriteit ten toon te spreiden.  Dat is de geest waartegen Ik vocht en die Ik heb overwonnen.  Daarom vraag Ik jullie allen om moed te houden.  Omdat Ik hem (die geest) overwonnen heb, kan díe wereld nu niets meer doen om de verbondenheid met Mij te verbreken tenminste in de veronderstelling dat jij je niet met hem verbindt.  Als je dat toch zoudt doen, dan moet je afrekenen met de gevolgen daarvan.  Die zullen erg moeilijk zijn aangezien Ik zelf me tegen haar overwinning verzet en wel met de wapens van de wereld.  Vaak zal je dan zowel de wereld als Mijzelf als tegenstander hebben: de wereld omwille van haar zelfzuchtige liefde en Mij uit pure Liefde, uit Liefde voor je echte welzijn.

Daarom: breng geen slagen toe (zoals Petrus) aan de oren van jouw vijanden zonder volledig de Beker te aanvaarden, die Ik je aanbied.  Een Beker waarin je Mijn Wil zou moeten zien zoals Ik die van Mijn Vader zag toen Ik aan mijn beminde Petrus vroeg: “Wilt gij niet dat Ik de Beker drink die Mijn Vader Mij geeft?”

Mediteer voortdurend over Mijn Lijden.  Maar dring daarbij heel diep door tot in Mijn Geest en ontvang de ervaringen die heilzaam zijn en die je aansporen om Mij na te volgen.  Natuurlijk, Ik ben Degene die deze dingen in jou bewerkt, maar jij moet jezelf aanbieden en pas later zal je verkrijgen wat Ik beloof.

Ah!  Als men alleen al dit onderdeel van Mijn Lijden zou kunnen begrijpen!  Hoeveel gemakkelijker zou het zijn om Mijn Leven prijs te geven en opnieuw te doorleven.

Ga verder, Mijn kinderen.  Alles is een kwestie van liefde, van niets anders.  Van Liefde en Mijn Werk dat Ik in jou wil voltooien en van jouw liefde voor Mij die altijd toeneemt.  Stop ermee om op een menselijke manier te denken.  Zet je geest open voor Mijn wereld, voor de wereld die Ik met jou deel.  Dàt is belangrijk!

Omwille van drie redenen behoren jullie Mij toe: omdat Ik jullie uit het niets geschapen heb; omdat Ik jullie verlost  heb; en omdat jullie deelgenoot worden van Mijn Kroon van Glorie.  Daarom moeten jullie goed onthouden dat Ik -omwille van die drie redenen- zorg draag voor jullie en dat Ik nooit mijn belangstelling zal verliezen voor hem/haar die Ik geschapen heb, die Ik gered heb en aan wie Ik Mijn Glorie zal tonen.

Jij bent naar deze weg gebracht en je moet die helemaal gaan.  Zoals het bij Mij was: dit zal niet alleen jou ten goede komen maar ook veel van je broers die -dank zij jou- van Mij Genade en Leven zullen ontvangen.

Ga verder, want Ik verheug me erin.  Leer ervan, want de Liefde wil je helemaal in bezit nemen.

Ik geef je Mijn Zegening, vol van belofte.  Ik geef die aan ieder van jullie en wel met de kracht waarvan Ik als mens geniet.  De kracht is voor jou en ook de vreugde die Ik zal geven samen met de prijs die Mijn oneindige Liefde voor jou zal bekrachtigen.

Mijn uur was gekomen.  Het uur waarin Ik het offer moest volbrengen en  -met de gelatenheid van een lam- gaf Ik Mij over aan de soldaten.

 

Jezus wordt voor Caiaphas geleid

 

Ik werd voor Caiaphas geleid, waar Ik met spotternijen en beledigingen werd ontvangen.  Eén van zijn soldaten sloeg Mij op de wang.  Dat was de eerste slag die Ik ontving en daarin zag Ik de eerste doodzonde van vele zielen die -nadat zij in genade hadden geleefd- hun eerste zonde bedreven…  Zovele andere zonden volgden op die eerste zonde, die als een voorbeeld diende zodat andere zielen ook die zonde zouden begaan.

Mijn apostelen lieten Mij alleen en Petrus hield zich, door nieuwsgierigheid gedreven, spiedend tussen de dienaars verborgen achter een schutting,.

Bij Mij waren mensen die alleen maar probeerden misdaden tegenover Mij op te stapelen, beschuldigingen die alleen de woede van die zondige rechters nog meer deden oplaaien.  Daar zag Ik de tronies van al de demonen, van al de slechte engelen.  Zij beschuldigden Mij ervan de orde te verstoren, een opruier te zijn en een valse profeet, een godslasteraar en de sabbat te ontheiligen.  En de soldaten, overmatig opgewonden door de lasteringen, schreeuwden en bedreigden Mij.

Dan, terwijl Mijn hele lichaam trilde, brak in Mij Mijn stil verdriet open.  Waar zijn jullie, Mijn Apostelen en leerlingen, die getuigen zijt geweest van Mijn Leven, Mijn leringen en Mijn mirakelen?  Van al degenen, van wie Ik een klein bewijs van liefde verwachtte, is er niet één die Mij verdedigt.  Ik ben alleen en omringd door soldaten die Mij willen verscheuren als wolven.

Overweeg hoe zij Mij mishandelden: één gaf Mij een slag in het gezicht, een ander spuugde zijn vuil speeksel op Mij, nog een ander draaide Mijn gezicht heen en weer om met Mij te spotten, weer een ander rukte aan mijn baard; een ander wrong Mijn armen tussen zijn handen; nog een ander stootte met zijn knie tegen Mijn geslachtsdelen.  En toen Ik neerviel trokken twee van hen Mij recht bij Mijn haren.

 

Petrus verloochent Jezus

 

Terwijl Mijn Hart werd opgeofferd om die beproevingen te doorstaan, verloochende Petrus Mij als antwoord op een eenvoudige vraag, die hem werd gesteld en die hem de kans gaf om getuigenis van Mij af te leggen.  Die Petrus, die Ik tot ‘Leider en Hoofd van de Kerk’ had aangesteld en die enkele uren tevoren had beloofd Mij te volgen tot in de dood.  En toen de vraag herhaald werd, overviel hem de schrik nog meer en zwoer hij dat hij Mij nooit had gekend, noch dat hij Mijn leerling was.  Toen hij voor de derde maal die vraag kreeg, antwoordde hij zelfs met verschrikkelijke vloeken.

Kindertjes, wanneer de wereld zich tegen Mij verzet en zich naar Mijn uitverkoren zielen keert, dan voel Ik Mij verlaten en verloochend.  Beseffen jullie wel hoe groot de droefheid is en de verbittering in Mijn Hart?

Tot hen zal Ik hetzelfde zeggen als Ik aan Petrus zei: Ziel, van wie Ik zoveel houd, herinner je je niet de proeven van Liefde die Ik je heb gegeven?  Ben je die vele keren vergeten dat je Mij beloofde trouw te zijn en Mij te verdedigen?

Je vertrouwt jezelf niet omdat je verloren bent.  Maar als je nederig en vol vertrouwen naar Mij komt, hoef je niets te vrezen; je bent dan in goede handen.

Zielen, jullie die leven te midden van zo vele gevaren, ga niet uit ijdele nieuwsgierigheid in op de gelegenheden tot zonde.  Wees voorzichtig omdat jullie ook zouden kunnen vallen zoals Petrus.

En jullie, zielen die in Mijn wijngaard werken, als jullie door nieuwsgierigheid of door menselijke voldoening gedreven worden, zal Ik jullie vragen weg te gaan.  Maar als jullie in volle gehoorzaamheid werken en gedreven worden door een ijver voor de zielen en voor Mijn Glorie, wees dan niet bang.  Ik zal jullie verdedigen en jullie zullen als overwinnaars op weg gaan.

Mijn geliefde, Ik voed je beetje bij beetje op en wel met heel veel geduld.  De gedachte een leerling te hebben die ernaar verlangt om bij te leren, is Mij een grote troost.  Dus, Ik vergeet je nalatigheden en je fouten.  Als Ik in de schepping op zoek ga naar de mooiste namen voor jou, wees dan niet bevreesd.  Waarom weer je die af?  Liefde kent geen grenzen!

 

Jezus wordt in de gevangenis gezet

 

Laten we verder gaan met dit pijnlijke verhaal dat je aan zoveel mogelijk mensen moet doorgeven.  Ik zal je duidelijk maken op welke manier dat moet gebeuren.

Wanneer de soldaten Mij gevangen namen, hield Petrus zich tussen het volk verborgen in een van de binnen­plaatsen.  Onze blikken kruisten mekaar: zijn ogen stonden verward.  Het was slechts een fractie van een seconde en toch vertelde Ik hem zo veel! …Ik zag hem bitter wenen voor zijn zonde en met Mijn Hart vertelde Ik hem: “De vijand heeft geprobeerd bezit van je te nemen maar Ik laat je niet in de steek.  Ik weet dat jouw hart Mij niet heeft verloochend.  Maar wees klaar voor de strijd van de nieuwe dag, voor de nieuwe gevechten tegen de spirituele duisternis en maak je klaar om het goede nieuws te brengen.  Vaarwel, Petrus”

Hoe vaak kijk Ik in de ziel die gezondigd heeft, maar kijkt zij ook naar Mij?  Niet altijd ontmoeten onze ogen mekaar.  Hoe vaak kijk Ik naar de ziel en kijkt zij niet naar Mij; zij ziet Mij niet, zij is blind…  Ik roep haar bij naam en zij geeft Mij geen antwoord.  Ik stuur haar tegenslag, droefenis, pijn opdat zij uit haar slaap zou ontwaken, maar zij wil niet wakker worden.

Mijn geliefden, als jullie niet naar de hemel kijken, zullen jullie leven als wezens zonder gedrevenheid.  Richt je hoofd op en aanschouw de woning die voor je klaar staat.  Kijk uit naar je God en je zal Hem altijd vinden, kijkend naar jou.  En in Zijn ogen zal je vrede en leven vinden.

Aanschouw Mij, die een groot deel van de nacht in de gevangenis heb doorgebracht.  De soldaten kwamen mij kwellen met woorden en daden: ze porden Mij, ze sloegen Mij, ze spotten met Mijn toestand als man.

Tegen dageraad, toen ze Mij beu waren, lieten ze Mij alleen, vastgebonden in een duister, vochtig en stinkend hol vol met ratten.  Ik was zo vastgebonden dat Ik moest rechtstaan of gaan zitten op een puntige rotsblok die ze Mij als zitplaats gegeven hadden.  Mijn pijnlijk lichaam was al gauw verstijfd van de kou.  Ik herinnerde Mij toen de duizenden keren dat Mijn Moeder Mijn Lichaam beschermde door het in te wikkelen toen Ik kou had… en Ik weende.

Laat ons nu het Tabernakel vergelijken met de gevangenis en, vooral, met de harten van de mensen.  In de gevangenis verbleef Ik één nacht… hoeveel nachten breng Ik door in het Tabernakel?

In de gevangenis werd Ik gekwetst door de soldaten, die Mijn vijanden waren.  Maar in het Tabernakel word Ik slecht behandeld en beledigd door zielen die Mij Vader noemen.  In de gevangenis was Ik verkleumd, vermoeid, hongerig, beschaamd, bedroefd en leed Ik pijn.  Daar was Ik alleen en verworpen.  Ik kon zien -over het verloop van de tijd heen- hoe Ik in zovele Heiligdommen niet eens de mantel van liefde had om Mij te verwarmen.  Zo vele bevroren harten zouden voor Mij zijn als dat rotsblok in de gevangenis!

Zo vaak zou Ik dorst hebben naar liefde, dorst naar zielen!  Zo vele dagen zou Ik wachten op een ziel die Mij in zijn hart zou ontvangen omdat Ik de hele nacht alleen doorbracht en Ik dacht aan die ziel opdat zij Mijn dorst zou lessen!  Zo vaak smacht Ik naar Mijn zielen, naar hun trouw, hun edelmoedigheid!

Weten zij hoe ze dat verlangen kunnen temperen?  Wanneer zij een of ander lijden moeten doorstaan, zullen zij Mij dan weten te vertellen: “Dat zal helpen om Uw droefheid te verlichten, om bij U te zijn in Uw eenzaamheid.”?  En o!  Als je maar met Mij verenigd samen zou willen zijn en zo lang als je Mijn Hart zou willen troosten, dan zou je dat alles vredevol verdragen en gesterkt worden. 

In de gevangenis voelde Ik Mij beschaamd over de afschuwelijke woorden, die over Mij gezegd werden; en die schaamte groeide toen Ik later zag dat diezelfde woorden herhaald werden door beminde zielen.

Wanneer die smerige en afstotelijke handen Mij in het gezicht sloegen en Mij pijn deden, dan zag Ik hoe vaak Ik zou worden geslagen door zo vele zielen die -zonder zich te reinigen van zonden, zonder hun huis op te kuisen met een goede biecht- Mij in hun hart zouden ontvangen.  Die dagelijkse zonden zouden Mij herhaaldelijk een slag toebrengen.

Wanneer zij Mij -door Mij te duwen- wilden doen opstaan, viel Ik op de grond omdat Ik krachteloos was en omwille van de kettingen waarmee Ik vastgebonden was.  Ik zag hoe zo vele zielen Mij met de kettingen van ondankbaarheid omhoog trokken, Mij op de stenen lieten vallen en zo Mijn schaamte vergrootten en Mijn eenzaamheid verergerden. 

Uitverkoren zielen, overweeg de situatie van uw Bruidegom in de gevangenis.  Overweeg Mijn situatie in die nacht van intense pijnen.  En bedenk dan dat die pijnen voortduren in de eenzaamheid van zo vele Tabernakels, in de kilte van zo vele harten.

Als je Mij een bewijs van je liefde wilt geven, zet dan je hart open zodat Ik het tot Mijn gevangenis kan maken.  Bind Mij vast met de ketens van jouw liefde.  Bedek Mij met je zachtmoedigheid; voed Me met je vriendelijkheid.  Les Mijn dorst met je ijver.  Troost Mijn droefheid en verlatenheid met je zuivere intenties.  Doe Mijn schaamte verdwijnen door je zuiverheid en eerbare betrachtingen.

Als je wilt dat Ik bij jou verblijf, vermijd dan het tumult van je passies en in de stilte van jouw ziel zal Ik vredig slapen.

Nu en dan zul je zachtjes Mijn stem horen die je zegt: “Mijn levensgezel, nu jij Mijn rust bent, zal Ik de jouwe zijn tot in eeuwigheid.  Aan jou, die Mij de gevangenis  van je hart met zo een grote toewijding en liefde aanbiedt, beloof Ik dat Mijn beloning geen grenzen zal kennen. En de offers die jij -tijdens je leven- voor Mij hebt gebracht, zullen niet tevergeefs zijn geweest..

 

Jezus wordt voor Herodes geleid

 

Pilatus beval dat zij Mij naar Herodes moesten brengen…  Hij was een arme corrupte man die alleen op zoek was naar plezier, wat hem de kans gaf om afwijkende passies bot te vieren.  Hij was blij om Mij voor zijn tribunaal te zien komen omdat hij hoopte zich te kunnen vermaken met Mijn woorden en mirakels.

Bedenk dan, Mijn kinderen, welk een afkeer Ik voelde voor de aanwezigheid van die meest weerzin­wekkende man, wiens woorden, vragen en gekunstelde handelingen Mij helemaal verwarden.  Zuivere en maagdelijke zielen, kom je Bruidegom omringen en verdedigen.

Herodes verwacht van Mij een antwoord op zijn sarcastische vragen, maar Ik uit geen woord.  Voor hem houd Ik Mij aan een absoluut stilzwijgen.  Geen antwoord geven was het grootste bewijs van Mijn waardigheid dat Ik hem kon geven.  Zijn obscene woorden waren het niet waard om in discussie te gaan met Mijn zuivere woorden.  Tezelfdertijd was Mijn Hart oneindig sterk verbonden met Mijn Hemelse Vader.  Ik was vervuld met het verlangen om zelfs mijn laatste druppel Bloed op te geven voor de redding van de zielen.  De gedachte aan elke persoon, die Mij later -gesterkt door Mijn voorbeeld en edelmoedigheid- zou volgen, wakkerde Mijn liefde aan en niet alleen verheugde Ik Mij op die vreselijke ondervraging, maar Ik wilde zelfs de lijdensweg van het Kruis gaan.

 


Jezus wordt opnieuw voor Pilatus gebracht

 

Ik stond hen toe Mij te behandelen als een krankzinnige en zij bekleedden Mij met een wit gewaad als een teken van hun spotternij en hun beledigingen.  Later, midden in hun hevig spottend geschreeuw, namen zij Mij opnieuw mee naar Pilatus.

Kijk nu hoe deze verwilderde en erg verwarde man niet weet wat hij met Mij moet doen.  En om de woede van het volk te sussen, beveelt hij Mij te laten geselen.

In Pilatus zag Ik de zielen bij wie het aan moed en edelmoedigheid ontbreekt om eens en voor altijd te breken met al de verzoekingen van de wereld en hun eigen natuur.  In plaats van de gevaren aan te pakken over wat hun bewustzijn hun vertelt over het niet tot de wereld en tot de natuur te behoren, vertelt hun verstand hun dat zij geen goede inborst hebben.  Dan geven zij zich over aan een gril, verheugen zij zich in een voorbijgaand pleziertje en geven zij zich over aan die dingen waarnaar hun passies uitgaan.  En om hun schuldgevoelens het zwijgen op te leggen, maken ze zichzelf wijs: “Ik heb mij al zo vele zaken ontzegd en dat is nu genoeg.”

Tot die ziel wil Ik enkel zeggen: “Jij geselt Mij zoals Pilatus deed.”  Je hebt nu al één stap gezet, morgen zet je een volgende.  Ben jij van plan om je passie op die manier te vervullen?  Neen!  Zij zal vlug om méér vragen.

Als je niet de moed hebt gehad om je eigen natuur te bestrijden in die beperkte dingen, nog veel minder zal je het later kunnen wanneer er meer op het spel staat.

 

De Geseling van Jezus

 

Kijk naar Mij, Mijn geliefden.  Ik liet Mij -gedwee als een lam- meevoeren naar de verschrikkelijke marteling van de geseling.  Op Mijn Lichaam, overdekt met slagen en overmand door vermoeidheid, sloegen de beulen wreed neer met hun gevlochten koorden waarin haken zaten.  Ik werd gekastijd met zo een heftigheid dat er geen plekje meer te vinden was dat niet was aangedaan door de wreedste pijnen.  De slagen en schoppen veroorzaakten enorme wonden.  De haken trokken stukken uit Mijn huid en Mijn vlees.  Bloed stroomde uit al Mijn leden.  Herhaaldelijk viel Ik omwille van de pijnen, die veroorzaakt werden door de wonden op Mijn mannelijkheid.  Mijn Lichaam was in zo een toestand dat Ik meer op een monster geleek dan op een mens.  Mijn gelaat had zijn vorm verloren; het was helemaal gezwollen.

De gedachte aan zo vele zielen die er later toe zouden worden aangezet om in mijn voetsporen te treden, vervulde Mij met Liefde. 

Terwijl Ik in de gevangenis verbleef, zag Ik trouwe volgelingen die lessen trokken uit Mijn volgzaamheid, geduld en sereniteit.  Niet alleen door het lijden en de spotternijen te aanvaarden, maar ook door hen lief te hebben die hen vervolgden en zelfs, indien nodig, door zich voor hen op te offeren zoals Ik Mijzelf opgeofferd heb.

Tijdens die uren van eenzaamheid te midden van zovele pijnen werd Mijn verlangen om Mijn Vaders Wil ten volle te volbrengen meer en meer aangewakkerd.  Hoe offerde Ik Mijzelf op om Zijn diep gekwetste Heerlijkheid te herstellen!  Daarom, religieuze zielen, die uzelf als gevangenen van de liefde erkennen, wees niet bang als anderen jullie beschouwen als onbruikbare en mogelijk zelfs schadelijke wezens.  Laat hen maar schreeuwen tegen u en - tijdens die uren van pijn en eenzaamheid- verbind je hart heel innig met jouw God, het enige voorwerp van je liefde.  Herstel Zijn Heerlijkheid, die door zo vele zonden onteerd werd.

 

Jezus wordt ter Dood veroordeeld

 

Tegen de ochtend beval Caiaphas hen om Mij naar Pilatus te brengen zodat hij de doodstraf kon uitspreken.  Pilatus ondervroeg Mij in de hoop een reden te vinden om Mij te veroordelen.  Maar ondertussen kwelde zijn geweten hem en voelde hij een grote angst voor de onrechtvaardigheid die hij zou begaan.  Uiteindelijk vond hij een manier om Mij aan de kant te schuiven en stuurde Mij door naar Herodes.

In Pilatus worden heel nauwkeurig die zielen voorgesteld die de kracht van de genade voelen maar tegelijkertijd hun eigen gedrevenheid.  Het zijn die mensen, die overheerst worden door menselijk opzicht, die verblind worden door eigenliefde en die de genade voorbij laten gaan uit vrees uitgelachen of bespot te worden.

Ik antwoordde op geen enkele vraag van Pilatus.  Maar toen hij vroeg “Ben Jij de Koning van de Joden?” antwoordde Ik volmondig en in oprechte eerlijkheid “Jij hebt het gezegd; Ik ben Koning, maar Mijn koninkrijk is niet van deze wereld…”  Met die woorden wilde Ik de vele zielen, die plots met lijden of vernedering -die gemakkelijk vermeden kon worden- geconfronteerd werden, leren hoe zij in alle grootsheid zouden kunnen antwoorden: “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld…”  Dat betekent: Ik ben er niet op uit om door mensen geprezen te worden.  Mijn huis staat niet hier, maar ik zal rusten daar waar het werkelijk staat.  Welnu, wees sterk om Mijn dienst te vervullen zonder rekening te houden met de mening van de mensen.  Wat van belang is, is niet hun achting, maar wel het volgen van de stem van het geweten, die de verlokkingen van de wereld weet te verdringen.  Als ik niet in staat ben om alleen de strijd aan te gaan, dan zal ik om kracht en raad vragen aangezien bij zo vele gelegenheden, hartstochten en buitensporige trots mijn ziel verblind wordt en aangespoord wordt om verkeerd te handelen.

De beulen die Mijn Lichaam verwoesten, zijn niet met tien of twintig.  Er zijn zovele handen die Mijn Lichaam pijnigen; die de communie in hun handen ontvangen -  het heiligschennende werk van Satan!

Hoe kunnen zij zich -in deze zee van pijn en bitterheid- bezinnen over Mij zonder dat hun hart door medelijden bewogen wordt?  Maar het zijn niet de beulen die troost moeten brengen maar jullie, uitverkoren zielen, zodat Mijn pijnen verlicht kunnen worden.  Overweeg Mijn wonden en zie of er iemand anders is die zoveel geleden heeft als Ik om jullie zijn liefde te tonen.

 

Jezus wordt met Doornen gekroond

 

Staande in de Wil van de Vader heb Ik -zonder enige klacht- dagen van diepe droefheid gekend.  Maar Ik heb aanvaard wat de Vader wilde dat Ik zou doormaken.  Toen Ik in de Hof gevangen was genomen kwamen mijn aanklagers al vlug met leugens op de proppen en -zonder enig verweer- liet Ik Mij meeslepen waarheen zij wilden.  En wanneer zij Mijn Hoofd met de doornenkroon wilden omwikkelen, boog Ik zonder tegenstand Mijn Hoofd omdat Ik alles aanvaardde uit de handen van Hem, die Mij naar de wereld had gezonden.

Toen de armen van die wrede mannen vermoeid waren door de krachtinspanning van de slagen die zij Mijn Lichaam hadden toegebracht, plaatsten zij op Mijn Hoofd de kroon, gevlochten met doorntakken, paradeerden dan voor Mij en zegden: “Wél, ben jij Koning?  Wij groeten jou!”

Sommigen bespuwden Mij, anderen beledigden Mij, weer anderen sloegen Mij opnieuw op Mijn Hoofd.  Elk van hen voegde nieuwe pijnen toe aan Mijn Lichaam, dat al zo erg gekwetst en gebroken was.

Ik ben moe maar Ik heb geen kans om te rusten.  Bied Mij jouw hart en jouw armen en overspoel Mij met jouw liefde.  Ik ben verkleumd en koortsig.  Omarm Mij nog even vóór zij verder gaan met het vernietigen van deze tempel van Liefde.

De soldaten en beulen duwden met hun smerige handen tegen Mijn Lichaam en anderen -uit afkeer voor Mijn Bloed- duwden Mij met hun speren en maakten Mijn vlees weer open.  Met een ferme stoot duwden zij Mij op scherpe stenen; in stilte weende Ik van de pijn.  Op een groteske manier maken zij zich vrolijk over Mijn tranen.  Uiteindelijk scheuren zij Mijn slapen open door de doornenkroon naar beneden te trekken.

Overweeg dan hoe Ik met die kroon herstel wilde brengen voor de zonde van hoogmoed van zovele zielen die -terwijl zij er op uit zijn om uitbundig geprezen te worden- door de valse opinies in de wereld worden beïnvloed. Uiteindelijk was Ik het die hen toestond om Mijn Hoofd met doornen te kronen.  Op die manier leed Ik verschrikkelijke pijnen aan Mijn Hoofd teneinde door vrijwillige nederigheid herstel te brengen voor de afschuwelijke en trotse hoogmoed van zo vele zielen.  Het gaat daarbij om die zielen die -omdat zij het niet in overeen­stemming vinden met hun toestand en hun status- weigeren om de weg te volgen die door Mijn Voorzienigheid wordt uitgestippeld.

Geen enkele weg is vernederend wanneer die uitgetekend wordt door de Wil van God…  Tevergeefs maak je jezelf iets wijs en denk je dat je de Wil van God doet en je je ten volle overgeeft aan alles wat Hij van je vraagt.

Er zijn echter mensen in de wereld die, wanneer zij moeten beslissen om een nieuw leven te beginnen, gaan nadenken en de verlangens van hun hart gaan onderzoeken.  Misschien zullen zij -in hem of haar met wie zij van plan zijn een nieuw leven te beginnen- de stevige fundamenten vinden voor een christelijk en vroom leven.  Misschien zullen zij inzien dat zij in zekere mate de geplogenheden van hun familie dienen te volgen om aan hun verlangens naar geluk te voldoen.  Maar ijdelheid en trots komen hun geest vertroebelen en zij laten zich vangen aan het verlangen om belangrijk te zijn en op de voorgrond te staan.  En dan -om aan hun ambities te voldoen- doen zij hun best om iemand te vinden die rijker is of hoger staat aangeschreven.  O!  Hoe hardnekkig verblinden zij zichzelf.  Neen, ik zal hun zeggen: ‘Je zal geen echt geluk vinden in deze wereld en Ik hoop dat je het zal vinden in de volgende.  Kijk uit, je brengt jezelf in groot gevaar!

Ik wil ook spreken tot de zielen die Ik oproep tot de weg van de volmaaktheid.  Hoeveel illusies dragen zij niet met zich mee wanneer zij zeggen dat zij bereid zijn om Mijn Wil te doen en dan Mijn Hoofd doorboren met de doornen van Mijn Kroon.

Anderzijds zijn er zielen die Ik voor Mijzelf voorbehoud.  Hen kennende en hen beminnend wil Ik hen een plaats geven waar Ik leef, in mijn oneindige Wijsheid, waar zij alles zullen vinden wat nodig is om de heiligheid te bereiken.  Het is dààr waar Ik Mijzelf aan hen bekend zal maken en waar zij aan Mij grotere troost, meer liefde en meer zielen zullen geven.

Maar er is zo veel bedrog!  Zo vele zielen worden verblind door trots en hoogmoed, uit pure ambitie.  Zij vullen hun hoofden met ijdele en nutteloze gedachten.  Zij weigeren het pad te volgen dat uitmondt bij Mijn Liefde.

Zielen die Ik heb uitverkoren, denken jullie dat je Mijn Wil volbrengt door weerstand te bieden aan de stem van de genade, die je roept en leidt langs de weg die je hoogmoed afwijst?

Mijn dochter, geliefde van Mijn zorgen, troost Mij.  Maak voor je Koning en Redder een troon klaar in je kleine hart en overdek Mij met kussen.

Met doornen gekroond en bedekt met een purperen mantel brachten de soldaten mij opnieuw naar Pilatus.  Zonder bij Mij een reden te vinden waarvoor hij Mij kon straffen, stelde Pilatus Mij een aantal vragen en hij vroeg Mij waarom Ik hem geen antwoord gaf terwijl Ik toch wist dat hij alle macht over Mij had.

Dan verbrak Ik de stilte en Ik zei hem: ‘Je zou die macht niet hebben als je die niet gekregen had van hogerhand, maar het is nodig dat de Schriften vervuld worden.’  Dan zweeg Ik weer terwijl Ik Mij overgaf aan Mijn Hemelse Vader.

Barabas wordt vrij gelaten

 

Pilatus was op zoek naar uitwegen om Mij vrij te laten.  Hij was ongerust vanwege de waarschuwing van zijn vrouw en hij werd heen en weer geslingerd tussen de stem van zijn geweten en de vrees dat het volk een opstand tegen hem zou ontketenen.  In de beklagenswaardige positie waarin Ik Mij bevond, stelde hij Mij te kijk en stelde hij het volk voor om Mij vrij te laten en Barabas -een beruchte dief en moordenaar- in Mijn plaats te veroordelen.  Daarop antwoordde het volk als uit één mond: “Laat Hem maar sterven; geef Barabas de vrijheid!”

Zielen die Mij beminnen, zie eens hoe zij Mij vergeleken hebben met een crimineel, hoe zij Mij naar beneden gehaald hebben, lager dan de meest perverse onder de mensen.  Luister naar het woeste geschreeuw tegen Mij.  Zie met welk een woede zij Mijn dood eisten.  Weigerde Ik zo een beschamende confrontatie te doorstaan?  Neen, integendeel, Ik omhelsde haar uit liefde voor de zielen en om hen te tonen dat deze Liefde Mij niet alleen naar de dood leidde, maar naar de meest smadelijke dood…

Hoe dan ook, geloof niet dat Mijn menselijke natuur geen weerzin of pijn ervaarde.  Integendeel, Ik wilde heel die foltering ervaren en onderworpen zijn aan heel die situatie om voor jullie een voorbeeld te zijn dat kracht geeft in elke omstandigheid van het leven en om jullie te leren de weerstand te overwinnen die je bekruipt wanneer de vraag komt om de Goddelijke Wil te volbrengen.

Ik keer terug naar de zielen over wie Ik gisteren sprak… die zielen die geacht worden volmaakt te zijn, die met genade onderhandelingen voeren en terugdeinzen wanneer zij komen te staan voor de nederige weg die Ik hen toon omdat zij schrik hebben voor de manier waarop zij door de wereld zullen beoordeeld worden of omdat zij -denkend aan hun bekwaamheden- van zichzelf vinden dat zij ergens anders van meer nut zullen zijn om Mij te dienen en te eren.

Aan die zielen zal Ik antwoorden: Zeg Mij eens: heb Ik geweigerd of zelfs maar geaarzeld wanneer Ik Mijzelf in de nacht zag geboren worden bij arme en bescheiden ouders, in een stal ver weg van Mijn huis en land, in het moeilijkste seizoen van het jaar?

Nadien leefde Ik dertig jaar terwijl Ik verborgen en sombere arbeid verrichtte in de werkplaats.  Ik onderging de vernederingen en de spotternijen van mensen die het werk van Jozef, Mijn vader, kwamen kopen.  Ik liet niet na Mijn Moeder te helpen bij het meest vervelende werk in het huishouden.  Nochtans, had Ik niet méér talent dan wat nodig was voor het ruwe werk van een timmerman?  Ik, die op 12-jarige leeftijd leraren in de Tempel onderwees.  Maar het was de Wil van Mijn Hemelse Vader en op die manier verheerlijkte Ik Hem.  Wanneer Ik Nazareth verliet en Mijn openbaar leven begon, kon Ik Mij als de Messias en de Zoon van God erkend maken.  Dan zouden de mensen wel met grote verering naar Mijn leringen luisteren.  Maar Ik deed dat niet omdat Mijn enige wens was de Wil van Mijn Vader te doen …

En toen de tijd van Mijn Lijden kwam, met de wreedheden van enkelen en de beledigingen van anderen, het prijsgeven van Mijzelf en de ondankbaarheid van het volk, met de afschuwelijke marteling van Mijn Lichaam en de weerzin van Mijn ziel, zie dan met welk een grote Liefde Ik steeds de Wil van Mijn Hemelse Vader heb kenbaar gemaakt en heb omhelsd.

Welnu, wanneer moeilijkheden en tegenkantingen overwonnen zijn, dan onderwerpt de ziel zich over het algemeen aan de Wil van God.  Dan komt er een ogenblik waarin de ziel zo intens met Hem verenigd is, dat zij geniet van de meest onbeschrijfelijke zoetheid. 

Wat Ik gezegd heb aan de zielen die zich afkeren van het nederige en verborgen leven,  herhaal Ik voor hen die geroepen worden om voortdurend met de wereld in contact te staan, hoewel hun voorkeur -in tegenstelling daarmee- kan uitgaan naar volledige afzondering en nederig en verborgen werk.

Uitverkoren zielen, het geluk en de volmaaktheid bestaan niet in het volgen van uw eigen voorkeuren of uw natuurlijke neigingen, in het al dan niet erkend worden door andere mensen, in het gebruiken of verstoppen van de talenten die je hebt, maar wel in het in liefde en totale onderwerping aan Gods Wil jezelf te verenigen met en te richten naar datgene wat van je gevraagd wordt voor Zijn Heerlijkheid en voor je eigen heiliging.

Genoeg voor vandaag, Mijn kleine dochter.  Bemin en omhels met vreugde Mijn Wil.  Jij weet dat zij altijd uit liefde wordt vervuld.

Denk een ogenblik aan de verschrikkelijke marteling van Mijn Hart, dat achtergesteld werd tegenover Barabas.  Wat een heimwee had Ik toen naar de zachte liefkozing van Mijn Moeder, wanneer zij Mij tegen haar hart aandrukte!  En hoe levendig waren de zorgen en de vermoeidheid die Mijn adoptiefvader onderging toen hij Mij zijn liefde toonde.  Hoezeer herinnerde Ik Mij de weldaden die Ik uitspreidde over de ondankbare mensen: de blinden doen zien, de zieken weer gezond maken, de lammen doen lopen, het eten geven aan het volk, het opwekken van de doden.  Nu zag Ik Mijzelf verlaagd tot op de meest verachtelijke plaats!  Ik ben de meest gehate mens en Ik word ter dood veroordeeld als een gevaarlijke dief.

 

Jezus vergeeft zelfs de grootste zondaars

 

Pilatus heeft het vonnis uitgesproken.  Mijn lieve kinderen, bedenk toch eens goed hoe Mijn Hart leed…

Nadat Judas Mij in de Olijfhof had overgeleverd, doolde hij rond en vluchtte weg niet in staat om de stem van zijn geweten het zwijgen op te leggen, wat hem veroordeelde tot de meest weerzinwekkende heiligschennis.  Toen het nieuws van Mijn doodvonnis zijn oren bereikte, gaf hij zich over aan verschrikkelijke wanhoop en hing hij zichzelf op.

Wie is in staat de intense pijn van Mijn Hart te vatten toen Ik zag dat die ziel zich stortte in de eeuwige vervloeking?  Hij, die drie jaren had doorgebracht in de school van Mijn Liefde waar hij zich Mijn leer eigen maakte, Mijn lessen leerde en uit Mijn mond zo vaak woorden van vergeving hoorde, zelfs aan de grootste zondaars.

Judas!  Waarom kom je niet naar Mij om je voor mijn voeten neer te werpen zodat Ik je kan vergeven?  Als je niet naar Mij durft komen uit vrees voor al degenen die rond Mij staan en Mij zo slecht behandelen, kijk dan tenminste naar Mij en je zal zien hoe gauw Mijn ogen naar jou kijken.

Zielen, die verstrikt zijt geraakt in de grootste zonden…  Indien jullie wel eens -omwille van jullie misdaden- rondgedoold hebben als vluchtelingen, indien de zonden waaraan jullie je hebben schuldig gemaakt, jullie verblind en jullie harten versteend hebben, indien jullie door het ingaan op bepaalde hartstochten in een grotere chaos zijn terecht gekomen, laat dan toch niet toe dat de wanhoop bezit van je neemt wanneer het uitvoeren van jouw zonde je afzondert en je ziel de schande ervan beseft.  Zo lang er nog een sprankeltje leven is, heeft ieder mens de tijd om op Mijn Barmhartigheid beroep te doen en om vergiffenis te smeken.

Als je nog jong bent en de schandalen van je voorbije leven je hebben gebracht in een toestand van ontreddering tegenover mensen, wees dan toch niet bevreesd!  Zelfs als de wereld je zou verachten, als een slecht mens zou behandelen, beledigen en gevangen zetten, wees er dan zeker van dat God niet wil dat je ziel tot voedsel wordt voor de vlammen van de hel.  Hij verlangt ernaar dat je Hem durft aanspreken en dat je je blik en de verzuchtingen van je hart naar Hem zou richten.  En je zal weldra ondervinden dat Zijn vriendelijke en vaderlijke hand je zal leiden naar de bron van alle vergeving en van leven.

Als je uit wraak misschien het grootste deel van je leven in chaos en onverschilligheid hebt doorgebracht en je bij de aanvang van de eeuwigheid staat, als de wanhoop je ogen wil verblinden, laat je door haar dan niet misleiden.  Er is altijd nog tijd voor vergeving.  Luister goed: als je nog maar één seconde te leven hebt, maak daar dan gebruik van om tijdens die seconde het eeuwige leven te verdienen.

Als je bestaan voorbij is gegaan in onwetendheid en verwarring, als jij de oorzaak bent geweest van veel kwaad voor de mensen, voor de samenleving en zelfs voor de gods­dienst en als je omwille van om het even welke reden in die vergissing volhardt, laat je dan toch niet ten val brengen door het gewicht van de fouten noch door het kwaad waarvoor jij een instrument bent geweest.  Laat daarentegen je ziel toe doordrongen te worden van de grootste spijt, dompel je onder in vertrouwen en richt je naar de Ene die altijd bereid is om je te vergeven.

Hetzelfde is waar voor de ziel die het eerste deel van zijn leven heeft doorgebracht in gelovige navolging van Mijn Geboden, maar die beetje bij beetje zijn ijver geruild heeft voor een lauw en comfortabel leven…

Negeer niets van wat Ik jullie vertel want het is allemaal voor het welzijn van de hele mensheid. Herhaal het in het volle licht; maak het kenbaar aan allen die het werkelijk willen horen.

De ziel die op zekere dag zo een zware schok te verwerken krijgt, dat deze wakker schudt, wordt zich opeens bewust van de nutteloosheid van het leven dat zij geleefd heeft, van de leegte en van het gebrek aan verdiensten voor de eeuwigheid.  De Boze, in zijn duivelse jaloersheid, valt haar op duizenden manieren aan door haar fouten uit te vergroten.  Hij stort haar in droefheid en harteloosheid en hij drijft haar uiteindelijk tot schrik en wanhoop.

Ziel die Mij toebehoort, geef geen aandacht aan die wrede vijand.  Zodra je bij het begin van je strijd de werking van de genade voelt, kom dan naar Mijn Hart.  Voel en kijk hoe het een druppel van zijn Bloed over je ziel uitstort en kom tot Mij.  Je weet waar Ik ben, onder de sluier van het geloof…  Licht hem op en vertel Mij in volle vertrouwen al je zorgen, je ellende, je mislukkingen.  Luister met respect naar Mijn woorden en heb geen vrees voor het verleden.  Mijn Hart heeft dat ondergedompeld in de eindeloze diepten van Mijn Barmhartigheid en Mijn Liefde.

Jouw voorbije leven zal je de nederigheid geven die je zal vervullen.  En als je Mij het grootste bewijs van liefde wilt geven, vertrouw Mij dan en reken op Mijn vergevensgezindheid.  Geloof dat jouw zonden nooit groter zullen zijn dan Mijn eindeloze Barmhartigheid.

 

Jezus op zijn weg naar de Calvarieberg

 

Laat ons nu verder gaan, Mijn kleine dochter.  Volg Mij op de weg naar de Calvarieberg, verpletterd onder het gewicht van het Kruis…

Terwijl Mijn Hart vol droefheid was omwille van het eeuwige verlies van Judas, vergrootten de wrede beulen Mijn pijnen.  Zij legden op Mijn gewonde schouders het harde en zware Kruis, waarop Ik het mysterie van de Redding van de wereld zou voltrekken.

Aanschouw Mij, Engelen uit de Hemel.  Zie de Schepper van alle wonderen, de God voor wie al de hemelse geesten in aanbidding neerknielen, de God die naar de Calvarieberg stapt en die op Zijn schouders de heilige en gezegende boomstam draagt, de God die Zijn laatste adem gaat uitblazen.

Jullie, zielen die verlangen om Mijn gelovige navolgers te zijn, kijk ook naar Mij.  Mijn Lichaam door zoveel geweld vernietigd, dat zonder kracht nog voortstapt, badend in zweet en Bloed…  Ik lijd, zonder dat iemand zich over Mijn pijnen ontfermt!  Het volk stapt met Mij mee en er is er niet één die medelijden heeft met Mij.  Zij lijken wel hongerige wolven, klaar om hun prooi te verscheuren…  Al de demonen kwamen uit de hel om Mijn lijden nog zwaarder te maken.

De vermoeidheid die Ik voel is zo groot en het Kruis zo zwaar dat Ik halverwege val.  Zie dan toch hoe die wrede mensen Mij op de meest brutale manier optillen: één neemt Mij bij een arm; een ander trekt aan Mijn kleren die in Mijn wonden vastgekleefd zitten zodat deze weer open gereten worden…; weer één neemt Mij bij de nek, een ander bij de haren en weer anderen slaan met hun vuisten en trappen met hun voeten zodat heel Mijn Lichaam vol met vreselijke builen komt te staan.  Het kruis valt boven op Mij en door zijn gewicht worden er opnieuw wonden toegebracht.  Mijn gelaat strijkt over de stenen op de weg en het bloed dat over mijn gelaat vloeit, steekt in Mijn ogen die bijna dicht zitten van de slagen die ze gekregen hebben.  Het stof en het slijk vermengen zich met het bloed en Ik ben veranderd tot het meest verwerpelijke ding.

Mijn Vader zendt Mij Engelen ter hulp om Mij te ondersteunen opdat Mijn Lichaam niet het bewustzijn verliest wanneer het valt want de strijd moet niet voortijdig gestaakt worden zodat al Mijn zielen verloren zouden zijn.

Ik stap over de stenen die Mijn voeten kapot maken.  Ik strompel en val telkens weer.  Ik kijk naar beide zijden van de weg op zoek naar een glimp van liefde, van ondersteuning, van éénwording met Mijn pijnen, maar… Ik zie niemand.

Mijn kinderen, jullie die in Mijn voetstappen treden, laat je kruis niet los, zelfs als het zo zwaar lijkt.  Doe het voor Mij.  Door jouw kruis te dragen, help je Mij om het Mijne te dragen en op de moeilijke weg zal je Mijn Moeder aantreffen en de heilige zielen die je steun en opbeuring zullen geven.  Ga enkele ogenblikken met Mij mee en na een paar stappen zul je Mij zien tezamen met Mijn Moeder die, met haar Hart ineengekrompen van pijn, naar voor komt om Mij te ontmoeten en wel om 2 redenen: om meer kracht te krijgen bij het lijden veroorzaakt door het zien van haar God en om, met haar heldhaftige houding, haar Zoon aan te moedigen Zijn Verlossingswerk verder te zetten.

Overweeg de marteling van deze twee Harten.  Mijn Moeder hield bovenal van haar Zoon…  Zij is niet in staat Mijn pijnen te verlichten en zij weet dat haar bezoek Mijn lijden nog zwaarder zal maken, maar ook dat het Mijn kracht zal vergroten de Wil van de Vader te volbrengen.

Mijn Moeder is Mijn meest beminde wezen op aarde en niet alleen kan Ik haar niet troosten, maar de slechte toestand waarin zij Mij ziet, doet haar hart even erg lijden als het Mijne.  Zij kan het snikken niet onderdrukken.  In haar hart ervaart zij de doodstrijd die Ik in Mijn Lichaam onderga.  O, hoe zijn haar ogen op Mij gefixeerd en de Mijne op haar!  Wij uiten geen enkel woord, maar tijdens deze pijnlijke ontmoeting zeggen onze Harten zo vele dingen.

Ja, Mijn Moeder is getuige van al de kwellingen van Mijn Lijden die door een Goddelijke openbaring aan haar geest kenbaar gemaakt werden.  Verscheidene leerlingen -zelfs als zij ver weg bleven uit vrees voor de Joden- probeerden alles uit te zoeken en wilden Mijn Moeder inlichten…  Wanneer zij vernam dat het doodsvonnis reeds was uitgesproken, vertrok zij om Mij te ontmoeten en verliet zij Mij niet meer totdat Ik in het graf werd gelegd.

 

Jezus wordt geholpen bij het dragen van het Kruis

 

Ik ben op weg naar de Calvarieberg.  Deze goddelozen die bang waren dat Ik zou sterven vóór Ik het einde bereikte, keken uit naar iemand om Mij te helpen het Kruis te dragen en ze riepen Simon op, een man uit de buurt.

Kijk naar hem, die achter Mij loopt, terwijl hij Mij helpt het Kruis te dragen en bedenk dan vooral twee dingen:  het ontbreekt deze man aan goede wil en hij is een huurling want hij komt Me helpen het gewicht van mijn Kruis te dragen, alleen omdat hij daarvoor werd opgeroepen.  Omdat hij zich  daarvoor veel te moe voelt, laat hij het gewicht meer op Mij terechtkomen en zodoende val Ik tweemaal op de grond.

Deze man helpt Mij een deel van het Kruis te dragen, maar niet heel Mijn Kruis.

Er zijn zielen die op deze manier achter Mij aan lopen.  Zij aanvaarden het om Mij te helpen bij het dragen van Mijn Kruis, maar zij blijven zich druk maken over hun comfort en hun rust.  Vele anderen stemmen ermee in om Mij te volgen tot op het einde; zo hebben zij deel aan het volmaakte leven.  Maar zij verzaken niet aan hun eigen interessen, die in vele gevallen hun prioriteit blijven.  Dat is de reden waarom zij wankelen en Mijn Kruis laten vallen wanneer het gewicht voor hen te groot wordt.  Zij kijken ernaar uit om zo weinig mogelijk te moeten lijden; zij meten hun zelfverloochening af; zij ontwijken zoveel mogelijk elke vernedering en vermoeidheid en zij proberen, terwijl zij enigzins denken aan hen die zij achter lieten om voor zichzelf wat comfort en plezier te vinden.

Samenvattend, er zijn zielen die zo zelfvoldaan en egoïstisch zijn dat zij meer voor zichzelf dan voor Mij gekomen zijn om Mij te volgen.  Zij doen afstand van zichzelf enkel om te geven wat hen hindert en wat zij terzijde kunnen leggen…  Zij helpen Mij alleen maar een heel klein deeltje van Mijn Kruis te dragen en op die manier kunnen zij nauwelijks de onmisbare verdiensten voor hun zaligheid verwerven.  Maar in de eeuwigheid zullen zij zien hoe ver zij afgedwaald zijn van de weg die zij moesten gaan.

Daar tegenover staan er heel wat zielen, die bewogen door hun verlangen naar heiligheid maar vooral uit liefde voor het besef van wat Ik voor hen geleden heb, beslissen om Mij te volgen op de weg naar de Calvarieberg.  Zij omhelzen het volmaakte leven en wijden zich aan Mijn dienst niet door Mij te helpen slechts een deel van het Kruis te dragen, maar wel helemaal.  Hun enige verlangen is om Mij rust te geven en Mij te troosten.  Zij offeren zichzelf op voor alles wat Mijn Wil van hen vraagt vanuit de intentie op zoek te gaan naar alles wat Mij kan behagen.  Zij denken niet aan de verdienste of de beloning die hun wacht, noch aan de vermoeidheid of het lijden dat hun zal overkomen.  Het enige waarop zij gericht zijn, is de liefde die zij Mij kunnen tonen en de verkwikking die zij Mij geven…

Als Mijn Kruis aangeboden wordt als een ziekte, als het verborgen is in een job die hen tegensteekt en die weinig aansluit bij hun bekwaamheden, als het wordt aangeboden in de afwezigheid van de mensen die hen normaal omringen, dan aanvaarden zij dat in volle onderwerping.

O!  Dat zijn de zielen die Mijn Kruis oprecht dragen, die het vereren.  Zij profiteren ervan om Mijn Glorie te vestigen zonder belust te zijn op andere voordelen dan Mijn Liefde.  Zij zijn degenen die Mij ter harte nemen en verheerlijken.

Als jullie niet het resultaat zien van je lijden, van je zelfverloochening of als jullie dat pas later zien, wees er dan van overtuigd dat dat alles niet tevergeefs en vruchteloos is.  Integendeel, de vruchten zullen overvloedig zijn.

De ziel die echt bemint, houdt er geen rekening mee hoeveel zij geleden of gewerkt heeft, noch verwacht zij een of andere beloning; zij zoekt slechts die dingen waarvan zij verwacht dat ze God eer brengen…  Voor Hem spaart zij kosten noch moeite.  Zij wordt niet opgewonden of rusteloos, integendeel, zij  verliest haar geduld niet als zij zich gedwarsboomd of vernederd voelt want de enige motivatie voor haar handelen is de liefde en liefde neemt afstand van de consequenties en de resultaten.  Dat is het doel voor de zielen die niet uit zijn op beloningen.  Het enige waar zij naar uitkijken is Mijn Heerlijkheid, Mijn vertroosting, Mijn rust; en daarom hebben zij Mijn Kruis overgenomen en heel de last die Mijn Wil op hun schouders legt.

Mijn kinderen, roep Mij bij Mijn naam, want Jezus betekent alles.  Ik zal je voeten wassen, die voeten die glibberige paden hebben betreden en nu gewond zijn door het stoten tegen de rotsen.  Ik zal je tranen wissen, je verzorgen, je kussen.  En je zal gezond blijven en geen andere weg kennen dan die ene die naar Mij leidt.

Wij zijn nu op de Calvarieberg!  Het volk is in alle staten omdat het verschrikkelijke ogenblik dichterbij komt…  Uitgeput door vermoeidheid kan Ik nog nauwelijks stappen.  Mijn voeten bloeden omwille van de stenen op de weg…  Drie keer ben Ik op de weg gevallen: één keer om de zondaars die het zondigen gewoon zijn, de kracht te geven zich te bekeren; de tweede keer om de zielen te versterken die neervallen omwille van hun zwakte en om de zielen die verblind zijn door droefheid en rusteloosheid te doen opstaan en om zich vol goede moed te wagen op het pad van de deugd; de derde keer om de zielen te helpen zich af te keren van de zonde op het uur van hun dood.

 

Jezus wordt aan het Kruis genageld

 

Kijk dan met wat voor een wreedheid deze hardvochtige mannen rond Mij staan.  Er zijn er die aan het Kruis rukkken om het op de grond te leggen; anderen trekken Mijn kleren uit die vastgekleefd zitten in de wonden zodat die opnieuw open gaan en weer beginnen te bloeden.

Kijk, mijn beminde kinderen, aan wat voor een schaamte en verwarring Ik overgeleverd ben als Ik Mijzelf op die wijze tegenover die enorme menigte zie staan…  Wat een pijn voor Mijn ziel!

De beulen trekken Mij Mijn bovenkleed uit en dobbelen er over; het bovenkleed waarmee Mijn Moeder Mij in Mijn kindertijd met zoveel zorg kleedde en dat met Mij meegroeide.  Wat een droefheid zal Mijn Moeder kennen als zij aan deze scène denkt!

Wat zou zij verlangd hebben dit kleed te houden dat nu bevlekt en doordrenkt is met Mijn Bloed.

Maar het uur is gekomen en de beulen strekken Mij uit over het Kruis.  Zij nemen Mijn armen en trekken eraan tot ze aan de gaten komen die er al in gemaakt zijn.  Heel Mijn Lichaam wordt gebroken; het zwaait van links naar rechts en de doornen van de kroon dringen nog dieper door in Mijn hoofd.  Luister naar de eerste hamerslag die Mijn rechterhand vastnagelt…  Die slag weergalmt tot in de diepten van de aarde.  Luister nog even langer…  ze nagelen Mijn linkerhand vast en bij het zien van dat schouwspel beeft de hemel en werpen de Engelen zich neer.  Ik open Mijn mond niet.  Noch enige klacht, noch enig gekreun ontsnapt aan Mijn lippen, maar Mijn tranen vermengen zich met het Bloed dat mijn gelaat bedekt.

Nadat ze Mijn handen hebben vastgenageld, trekken ze wreed aan Mijn voeten…  Mijn wonden scheuren weer open, de zenuwen in Mijn handen en armen zijn enorm gespannen en tintelen vreselijk.  Mijn beenderen zijn ontwricht…  De pijn is verschrikkelijk!

Mijn voeten zijn vastgenageld en Mijn Bloed doordrenkt de aarde!…

Sta een ogenblik stil bij deze met bloed bedekte handen en voeten…  Dit naakte lichaam, overdekt met wonden, met urine en bloed.  Vuil…  Dat hoofd doorkerfd door scherpe doornen, doorweekt met zweet, helemaal vuil en bedekt met Bloed…

Bewonder de stilte, de lijdzame aanvaarding en de overgave waarmee Ik dat lijden onderga.  Wie is het die zo lijdt, wie is het slachtoffer van zulk een vernedering?  Hij is de Zoon van God!  Hij die de hemel maakte, de aarde, de zeeën en al wat er bestaat…  De Ene die de mens geschapen heeft, de Ene die alles in leven houdt met Zijn oneindige kracht…  Hij hangt daar onbeweeglijk, veracht, uitgekleed en bijgestaan door een massa zielen die alles prijsgeven: wereldlijke bezittingen, familie, land, eerbewijzen, welzijn, roem en wat er verder nog nodig mag zijn om Hem te eren en te beminnen.

Wees aandachtig, Mijn Hemelse Engelen en ook jullie die Mij beminnen…  De soldaten gaan het Kruis omdraaien om de nagels vast te klinken zodat zij niet kunnen los komen door het gewicht van Mijn Lichaam waardoor Ik zou kunnen vallen.  Mijn Lichaam gaat de aarde de vredeskus geven.  En terwijl op de top van de Calvarieberg de hamerende geluiden in de ruimte weerklinken, wordt het meest bewonderenswaardige schouwspel voltrokken…  Mijn Moeder die al wat er gebeurd was in zich opnam maar niet in staat was Mij enige verlichting te geven, smeekte de zegen van Mijn Hemelse Vader af.  Legioenen engelen komen naar beneden om Mijn Lichaam te aanbidden en om het te dragen zodat het de aarde niet zou raken en om te vermijden dat het zou worden platgedrukt door het gewicht van het Kruis.

Overweeg uw Jezus, die aan het Kruis hangt, niet in staat om ook maar de geringste beweging te maken … naakt, zonder eer of aanzien, zonder vrijheid…  Zij hebben Hem alles afgenomen!  Er is niemand die medelijden met Hem heeft en zich ellendig voelt omwille van Zijn pijnen!  Hij krijgt alleen beledigingen, opmerkingen en spotternijen!

Als Jullie werkelijk van Mij houden, zullen jullie dan bereid zijn om te zijn als Ik?  Wat zouden jullie opzij schuiven om Mij te gehoorzamen, om Mij te behagen, om Mij te troosten?.

Werp je neer op de grond en laat Mij je enkele woorden zeggen:

Laat Mijn Wil in jou triomferen!

Laat Mijn Liefde je verbranden!

Laat jouw ellende Mij verheerlijken!

 

Jezus spreekt zijn laatste woorden uit

 

Mijn dochter, je hebt Mijn lijden gehoord en gezien.  Vergezel Mij tot het einde en deel in Mijn pijn.

Mijn Kruis is nu opgericht.  Dit is het uur van de Verlossing van de wereld!

Ik ben het voorwerp van spot voor het volk… maar Ik word ook bewonderd en bemind door de zielen.  Dit Kruis, tot nu toe een foltertuig waarop misdadigers hun laatste adem uitbliezen, wordt van nu af aan het licht en de vrede van de wereld.

Aan zondaars wordt vergiffenis geschonken en zij vinden leven in Mijn Heilige Schriften.  Mijn Bloed zal de vlekken van hun zonden afwassen en schoonvegen.  De zuivere zielen zullen zich vernieuwen aan Mijn Heilige Wonden en aan Mijn Liefde verwarmen.  In die Liefde zullen zij een toevlucht en een woonplaats vinden voor altijd.

Vader, vergeef hen want zij weten niet wat zij doen.  Zij kennen niet die Ene, die hun leven is…  Zij hebben heel de razernij van hun ongerechtigheid op Hem los gelaten.  En daarom smeek Ik U, Mijn Vader, stort over hen de kracht van Uw Barmhartigheid!

Vandaag nog zul je met Mij zijn in het Paradijs, omdat je geloof in de Barmhartigheid van je Redder je misdaden heeft uitgewist.  Barmhartigheid leidt je tot eeuwig leven.

Vrouw, daar is uw Zoon!  Moeder van Mij, daar zijn Mijn Broeders!  Waak over hen, bemin hen… laat hen niet alleen.

O jullie, voor wie Ik Mijn Leven heb gegeven; jullie hebben nu een Moeder op wie je beroep kan doen voor al je noden.  Toen Ik jullie Mijn Moeder gaf, heb Ik jullie verbonden met de meest intense band.

De ziel heeft nu het recht tot God te zeggen:  “Waarom heb je mij verlaten?”  In feite is de mens, nadat Ik het mysterie van de Verlossing had voltrokken, opnieuw Gods zoon geworden, broer van Jezus en erfgenaam van het eeuwige leven…

O Mijn Vader… Ik heb dorst naar Uw Heerlijkheid… en het uur is aangebroken.  Van nu af aan, als Mijn woorden in vervulling gaan, zal de wereld weten dat U Degene bent die Mij gezonden heeft en dat U zal worden verheerlijkt!

Ik heb dorst naar Uw Heerlijkheid, dorst naar zielen…  En om die dorst te lessen, heb Ik Mijn Bloed vergoten tot de laatste druppel!  Omwille daarvan kan Ik zeggen:  Alles is volbracht.  Het grote mysterie van de liefde is nu vervuld; het mysterie waarvoor God Zijn eigen Zoon aan de wereld overleverde opdat aan de mens het Leven teruggegeven wordt…  Ik kwam op aarde om Uw wil te doen, O Mijn Vader.  Nu is die vervuld!

Voor U heb Ik Mijn ziel geofferd.  Zo kunnen ook de zielen, die Mijn Wil volbrengen, vol vertrouwen zeggen: “Alles is volbracht…”  Mijn Heer en Mijn God, ontvang Mijn ziel…  Ik draag haar over in Uw liefdevolle handen.

Voor de stervende zielen offerde Ik Mijn dood aan Mijn Vader op opdat zij het Leven zouden bezitten.  Bij mijn laatste kreet op het Kruis, omarmde Ik heel de mensheid: verleden, heden en toekomst.  De doordringende kramp waarmee Ik Mijzelf van de aarde vrij maakte werd door Mijn Vader ontvangen met een oneindige Liefde en heel de Hemel jubelde erover omdat Mijn Menselijkheid in de Heerlijkheid opging.  Op het ogenblik waarop Ik Mijn geest aanbood, kwam een enorme menigte van zielen Mij tegemoet: degenen die eeuwen geleden al naar Mij verlangden en zij die pas enkele dagen of maanden naar Mij uitkeken; maar allen hadden ze een intens verlangen naar Mij.  Die ene vreugde was voldoende voor al de ontberingen die Ik had doorstaan.

Jullie moeten weten dat Ik, denkend aan die vreugdevolle ontmoeting, besloten heb om de stervenden bij te staan en heel vaak doe Ik dat zelfs zichtbaar.  Ik geef hen de zaligheid uit respect voor hen die Mij eervol hebben ontvangen in de Hemel.  Bid dus voor hen die sterven want Ik houd zeer veel van hen.  Telkens als jullie Mijn laatste kreet aan de Vader aanbieden, zullen jullie worden verhoord omdat door die kreet vele zielen aan Mij zijn gegeven.

Het was een vreugdevol moment toen heel de Hemelschaar die enthousiast bij elkaar zat te wachten op Mijn dood, aan Mij werd voorgesteld.  Maar tussen al de zielen die rond Mij stonden, was er één bijzondere die zo overweldigend was, zo erg zelfs dat zij schitterde van vreugde, van liefde…  Het was Jozef die, meer dan ieder ander, de Heerlijkheid begreep die Ik na zulk een harde strijd had verworven.  Hij begeleidde al de zielen die op Mij aan het wachten waren; hij werd aangesteld tot Mijn eerste Ambassadeur voor het Vagevuur.  De Engelen brachten Mij eer, elk volgens hun rang, en wel op een zodanige wijze dat Mijn Menselijkheid, die reeds verheerlijkt was, werd omgeven door een ontelbaar aantal Heiligen die Mij verheerlijkten en aanbaden.

Mijn kinderen, er zijn geen aangename kruisen op aarde; zij zijn alle gehuld in mysterie, duisternis en verbittering.  In mysterie omdat jullie ze niet begrijpen; in duisternis omdat ze de geest in verwarring brengen; in verbittering omdat zij precies daar geplaatst worden waar ze het minst verwacht worden.

Klaag er niet over; stel het niet uit.  Ik zeg jullie dat Ik niet alleen het houten Kruis gedragen heb, dat Mij naar de Heerlijkheid voerde, maar vooral dat onzichtbare maar permanente Kruis dat gemaakt was van de kruisen van jullie zonden.  Ja, én van jullie lijden.  Alles wat jullie te lijden hebben, was deel van Mijn lijden want Ik heb niet alleen geleden voor jullie Verlossing maar ook voor wat jullie vandaag moeten lijden.  Kijk naar de Liefde, die Mij met jullie verenigt en vind daarin de bevestiging van Mijn Heilige Wil en word één met Mij door te overwegen hoe Ik handelde te midden van die grenzeloze bitterheid.

Als een symbool heb ik een stuk hout, een kruis, genomen.  Ik heb het met grote liefde gedragen, voor het goed van allen.  Ik heb zware kwellingen doorstaan opdat iedereen met vreugde bij Mij zou zijn.  Maar vandaag, hoevelen zijn er die nog geloven in Hem die werkelijk van jullie gehouden heeft en nog altijd van jullie houdt.  Denk aan Mij als aan de Christus, die het uitschreeuwt en die bloedt.  Zo en op die manier kent de wereld Mij.

De Verrijzenis van Jezus

 

Goede Vrijdag werd gevolgd door het heerlijke ochtendgloren van de Zondag van de Verrijzenis.  Als Ik besloten heb om de wereld niet te vernietigen, dan betekent dit dat Ik haar wil vernieuwen en verjongen.  De oude bomen moeten hun bladeren verliezen en moeten worden gesnoeid zodat zij nieuwe loten kunnen krijgen.  En de oude takken, de droge bladeren moeten worden verbrand.

Scheid de jonge geiten van de lammeren zodat zij klaar gemaakt en goed gemest, vruchtbaar grasland kunnen vinden waar zij zich kunnen laven aan de heldere fonteinen van het water van hun Redding…  Het is Mijn verlossende Bloed dat de dorre landerijen besproeit, die tot woestijnen zijn geworden in de wereld der zielen.  En dat Bloed zal altijd over de aarde blijven vloeien zo lang als er nog een mens is die moet worden gered.

Geliefde bruid, Ik verlang wat jij niet wilt, maar Ik kan doen wat jij niet zou kunnen bereiken.  Jouw zending is het om Mij door de zielen te laten beminnen en hen te leren om met Mij te leven.  Ik ben niet aan het Kruis gestorven en door duizenden folteringen gegaan om de Hel te laten volstromen met zielen maar wel om de Hemel te bevolken met uitverkorenen.

 

God de Vader

 

:Ik zie Mijn Zoon, bevend in de schaduwen van Gethsemane.  Hij, die uit de Hemel is neergedaald en die de gestalte en het wezen heeft aangenomen van Mijn schepsel, dat dacht en nog steeds denkt in opstand te kunnen komen tegen zijn Schepper.  Die mens, die eenzame en verwarde man, is het gepaste slachtoffer en als zodanig moest Hij met Zijn eigen Bloed heel de mensheid die Hij vertegenwoordigde, zuiveren.  Hij beeft en wordt, al ziet Hij zichzelf als overwinnaar, met afschuw vervuld bij de gedachte belast te worden met die ondenkbare massa zonden die meegenomen moet worden vanwege het verduisterde bewustzijn van miljoenen en miljoenen besmeurde schepselen.

Arme Zoon van Mij.  Uit Liefde ben Jij tot hier gekomen en nu ben je er bang voor.  Wie zou Jou verheerlijken in de Hemel wanneer Je stralend weerkeert?  Kan enig schepsel Jou de lofprijzing geven die Jou waardig is?  Kan iemand Jou de liefde geven, die Je past?  En wat zijn de lofprijzing en liefde van mensen, van duizenden mensen waard in vergelijking met de Liefde waarmee Jij de meest verschrikkelijke van alle tests die ooit op aarde hebben bestaan, hebt aanvaard.  Neen, Mijn geliefde Zoon, niemand anders dan Jouw Vader zou Jou in Liefde kunnen evenaren.  Niemand buiten Ikzelf kan, in Mijn Geest van Liefde, Jou prijzen en liefhebben voor Jouw opoffering in die nacht.

Mijn geliefde Zoon in wie Ik al Mijn Welbehagen heb, door de zeer bittere strijd in de Hof te overleven, heb Jij  de dood onder ogen gezien.  In de sfeer van Jouw menselijkheid heb jij helemaal en volledig de omvang van het grote lijden dat een mensenhart kan ondergaan, bereikt: te lijden voor de beledigingen die Mij werden aangedaan, maar ook door voor die beledigingen te lijden met de meest zuivere en intense Liefde die er in Jou is.  Bevend heb Jij de grens bereikt waardoor de mensheid volledige Verlossing zou verkrijgen.  Jij, Mijn Geliefde Zoon, hebt met het bloederige zweet niet alleen de ziel van je broeders overwonnen, maar bovendien Je eigen Persoonlijke Glorie als mens gebracht tot een niveau, gelijkwaardig aan Mij, God zoals Jij.

Jij hebt in Mij de meest perfecte Rechtvaardigheid en de volmaakte Liefde uitgetekend.  Op dat moment vertegenwoordigden zij het uitschot van de wereld en door Jouw vrijwillige inzet en aanvaarding werd Jij één met hen.  Nu ben Jij, temidden van al die anderen, Mijn eer, glorie en vreugde.  Jij was niet Mijn zondaar, niet Jij.  Jij bent altijd Mijn geliefde Zoon geweest in wie Ik Mijn behagen vond.  Jij was geen uitschot want zelfs op dat ogenblik zag Ik Jou zoals Je altijd bent geweest: Mijn Licht, Mijn Woord, kortom Mijzelf.  Mijn Zoon, Jij die beefde en bezweek voor Mijn eer, Jij hebt het verdiend dat Jouw Vader je kenbaar maakt in de wereld, in die blinde wereld die Ons zo kwetst en die toch zo door Ons wordt bemind.

O Mijn Geliefde Zoon, Ik zie Jou in die bittere nacht en Ik zal je er steeds blijven zien:  Ik heb Je steeds in Mijn gedachten.  Omwille van Jouw liefde ben Ik verzoend met mijn schepselen.  Jij kon Je gelaat niet naar Mij oprichten:  het was zo bedekt met hun fouten.  Maar om Jou te behagen, zal Ik  maken dat zij hun hoofd naar Ons oprichten zodat zij door een glimp van Jouw Licht gevangenen blijven van Onze Liefde.

Welnu, Mijn altijd zo beminde Zoon, Ik zal doen wat Ik je toen -in de schaduw van Gethsemane- beloofd heb.  En het zullen grootse dingen zijn die Je vreugde geven en grote voldoening bezorgen.

 

De Gezegende Moeder

De Zorgen en Droefheden van de Maagd Maria

 

Vele profeten hebben over mij gesproken: zij voorspelden dat het voor mij noodzakelijk zou zijn te lijden zodat ik het waard zou worden Moeder van God te zijn.  Op aarde hadden zij een voorkennis over mij maar die was zeer bescheiden.  Later spraken de evangelisten over mij, in het bijzonder Lucas, mijn beminde geneesheer; hij was veeleer geneesheer van zielen dan van lichamen.  Nadien werd begonnen met godvruchtige oefeningen die ontsproten uit de droefheden, die ik te verduren had gekregen en de pijnen die ik geleden had.  En zo wordt algemeen aangenomen dat ik zeven smarten te dragen heb gehad.

Mijn kinderen, jullie Moeder heeft je beloond en zij zal je nog meer belonen voor de inspanningen die jullie gedaan hebben en voor de liefde die jullie voor mij hebben gehad.  Maar zoals Jezus gedaan heeft, wil ik jullie meer uitvoerig spreken over mijn droefheden.  Dan zullen jullie er over kunnen praten met jullie verwanten en tenslotte zal iedereen Mij navolgen.  Omwille van al hetgeen ik geleden heb, prijs ik Jezus voortdurend en tracht ik Alleen nog maar Hem in mij te verheerlijken.

Zie dan, mijn kleine kinderen, het doet pijn om met mijn eigen kinderen over die dingen te praten: elke moeder immers houdt haar pijnen voor zich.  En gehoorzaam deed ik dat in de loop van mijn sterfelijk leven: daarom werd mijn verlangen als moeder door God aanvaard.  Nu ik hier ben, in de eeuwige glimlach, en ik, zoals alle moeders, mijn pijnen heb verborgen gehouden, zou ik er over willen spreken zodat jullie, als mijn kinderen, iets over mijn leven zouden te weten komen.

Ik ken de vruchten die jullie ervan zullen plukken en ik weet hoe zij Jezus, Mijn geliefde Zoon, zullen behagen.  Ik zal erover praten zodra jullie mij kunnen begrijpen.

Mijn Jezus zei: “Wie vooraan staat, moet zorgen dat hij achteraan komt.”.  En Hij dééd dat ook echt omdat Hij, de eerste in het Huis van God, op de laatste trede kwam staan.  Nu, uit liefde, zal ik Hem niet van die eerste en laatste plaats, die aan Hem toebehoren, verdringen.  Ik verlang vooral dat jullie die waarheid verstaan.  Mijn vreugde zal groter zijn wanneer jullie daarvan overtuigd zijn, niet door het eenvoudig te wéten maar door een diep gewortelde en vaste overtuiging.  Laat Hem de eerste zijn en wij de laatsten.

Als Hij de eerste is op de ladder van liefde en glorie, en dus ook van nederigheid, zal er altijd een tweede zijn.  En jullie hebben het al begrepen: die ene zou ik kunnen zijn.  Mijn kleine kinderen, verheerlijk God die, hoewel Hij een enorme afstand heeft geschapen tussen Jezus en mij, mij een plaats wilde geven vlak naast Hem.

Mijn kinderen, wat voor de wereld belangrijk is, is niet het voornaamste voor God.  Uitverkoren zijn om Moeder van God te worden, hield voor mij zware offers en overgave in.  En de eerste daarvan is het volgende geweest: de door Gabriël gebrachte boodschap van de uitverkiezing, die God in zijn vertrouwelijkheid had bereid.  Ik had in een toestand van nederige kennis van en verborgen leven met God willen blijven.  Dàt wilde ik meer dan iets anders omdat het mij een vreugde was mijzelf bij alles als laatste te weten.

Toen ik de keuze van God vernam, heb ik, zoals jullie weten, een antwoord gegeven.  Maar het was moeilijk om uit het nederige bestaan, waartoe ik mij geroepen voelde, uit te groeien tot de waardigheid waartoe ik opgeroepen werd. 

Kleine kinderen, begrijpen jullie die eerste smart waarover ik spreek?  Denk daarover na, geef uw moeder het grote genoegen van het waarderen van die nederigheid, die ik boven mijn maagdelijkheid stelde.  Ja zeker, ik was en ik ben de slaaf aan wie alles kan worden gevraagd en ik aanvaardde het alleen omdat mijn overgave even groot was als mijn liefde.

O God, het verheugde U om mij tot U te trekken en het was mij een groot genoegen om dat te aanvaarden omdat het mijn betrachting was om U te behagen.  Maar U weet hoe pijnlijk het was voor mij.  En diezelfde pijn ligt nu voor U om verlichting te geven aan deze kinderen die U bemint en van wie ook ik houd.  Ik ben de slaaf, o mijn kinderen, en laat zonder enige aarzeling, zoals het aan mij gebeurde, ook aan jullie gebeuren wat God wil!

Die aanvaarding gaf God het antwoord dat voor de mensen de deur opende voor de Verlossing.  En hiermee werd die bewonderenswaardige zin tot waarheid: “En de Maagd zal een kind ontvangen en een Zoon ter wereld brengen die Emmanuel zal worden genoemd.”

Aanvaarden Moeder te worden van Emmanuel mondde uit in mijn gave aan de Zoon van God en wel op die manier dat Zijn Moeder zich aan Hem overgaf nog vóór de Menswording van Jezus in mij zou gestalte krijgen.  Dat is waarom mijn overgave het resultaat van Genade was, maar ook de reden voor die Genade. Maar allereerst moet erkend worden dat God de voornaamste reden is.  Nochtans moet worden benadrukt dat mijn aanvaarding een plaats had in het Genadeplan, als bijkomende reden.

Omwille van de zorgen en het verdriet die ik geleden heb, word ik Mede-Verlosseres genoemd.  Maar dat was ik al omwille van mijn overgave die ik via Gabriël had gedaan.  O, mijn goddelijke Zoon!  Hoeveel eerbewijzen heb je willen geven aan je Moeder als compensatie voor het grote verdriet dat ik leed bij mijn betrachting om het steeds meer waard te worden om Jouw Moeder te zijn!

Mijn kinderen, jullie zijn blind in de wereld, maar als jullie zien, zullen wonderbaarlijke dingen aansporingen worden voor jullie vreugde voor mij.  Jullie zullen zien welk een eenheid er heerst in heerlijkheid en nederigheid daar, waar mijn Jezus de zon is die nooit verduistert.  Aan de nederigheid om alles te verbergen zullen jullie zien welk een wijs plan door mijn verloochening uitgevoerd werd,.

Maar nu, hoor mij.  Toen mijn moederschap dichterbij kwam, moest ik met één van mijn geliefde mensen kunnen praten over de eer die mij te beurt was gevallen.  En dat deed ik zo veel mogelijk in het verborgene.  Ik betreurde de verborgen triomf van het geheim in God omdat God zelf in mij zou verheerlijkt worden.

Hoe dan ook, heel vlug ondervond ik de vreugde te weten dat ik uit velen uitverkoren was als vrouw.  Mijn ziel verheugde zich omdat ik, slaaf van God, die vernederingen verlangde zoals ik alleen kon, verworpen werd voor de ogen van de wereld.  Wanneer Jozef zich terugtrok, leed ik daar niet onder, maar ik was er echt blij om.  Zeg nu niet dat ik daar toen onder leed, want dat is niet waar.

Op die manier voldeed God aan mijn verlangen naar nederigheid.  Dat was de vergoeding van de Heer voor het Moederschap van God: beschouwd te worden als een gevallen vrouw.  Dochter, leer toch de wetenschap van de liefde; leer toch de heilige nederigheid te waarderen en heb geen schrik want het is een deugd die schijnt met schitterend licht.

Toen het huwelijk voltrokken werd, had ik geen problemen.  Ik wist hoe de dingen zouden gaan en ik had nergens schrik voor.  Aan hen die zich geheel en al aan Hem geven, geeft God immers een perfecte plaats in de meest onsamenhangende situaties zoals de mijne was: door menselijke verplichtingen werd ik gedwongen een man te huwen zelfs al wist ik dat ik alleen aan God zou toebehoren.

Ik had op aarde zo veel verdriet!  Ik verzeker jullie: het is niet gemakkelijk Moeder te zijn van de Allerhoogste.  Maar evenmin kan moeilijk worden genoemd wat gedaan is voor het zuiverste einde en om God te behagen.  Onthoud dat!

Hebben jullie er ooit aan gedacht wat mij de grootste zorgen baarde in die Heilige Nacht in Bethlehem?  Jullie laten je gedachten gaan naar de stal, de kribbe en naar de armoede.  Ik zeg jullie daarentegen dat ik die nacht doorbracht in volle bewondering voor mijn Zoon.  En ook al had ik te maken met wat elke moeder met haar kleine kind doet, toch liet ik mijn verering, mijn gelukzaligheid niet achterwege.  Het enige dat mij die nacht zorgen baarde was de kwelling te zien van mijn arme Jozef bij het zoeken naar een schuilplaats voor mij, om het even waar dat ook zou zijn.  Bewust van wat er ging gebeuren en Wie er op aarde zou komen, werd mijn geliefde echtgenoot, bij het zien van mijn verwarring, erg angstig en ik voelde toch zo veel sympathie voor hem.  Later werden wij vervuld van vreugde en vergaten wij elk leed!

Wij vluchtten naar Egypte.  Daarover is reeds al het mogelijke gezegd, ook al werd door sommigen de aandacht meer gericht op de vermoeidheid van de reis dan op de angst van een moeder, die wist dat zij de grootste schat van Hemel en Aarde bij zich droeg.

Later, tijdens ons leven in Nazareth, groeide Jezus vol leven op en baarde hij ons weinig of geen zorgen.  Elke moeder weet wat het is om de gezondheid van haar kind in de gaten te houden en hoe iets simpels kan lijken op een grote donkere wolk.  Mijn kind spartelde door al de epidemieën en kinderziekten van die tijd.  Zoals elke moeder was ook ik niet immuun voor de angsten die een moederhart beroeren.

Maar op zekere dag kwam een heel erg donkere wolk het feestelijke licht van de Moeder van God overschaduwen.  Die wolk van het verlies van Jezus…  Geen dichter of geestelijke leraar kan zich voorstellen hoe Maria zich voelde toen zij besefte dat zij haar beminde Zoon had verloren en dat zij geen nieuws van Hem kreeg, tot drie dagen later…  Mijn kleine kinderen, wees niet verbaasd over mijn woorden.  Ik maakte de grootste verwarring van mijn leven door.  Jullie hebben niet genoeg nagedacht over mijn woorden: “Zoon, uw vader en ik hebben je gedurende drie dagen gezocht.  Waarom heb je ons dit aangedaan?”  Mijn God, nu ik deze woorden uitspreek tot mijn beminde kinderen, kan ik niet ophouden U te loven.  U die uzelf verborg om ons het genoegen te verschaffen van U terug te vinden.  O!  Hoe zou men anders de zoetheid kunnen ervaren van een potvol honing, die uitgegoten wordt in de ziel wanneer zij haar Alles omhelst?

Jullie zien het: ik vertel ook over de vreugden die ik heb ervaren.  Maar het is niet zonder reden dat ik de vreugden en de zorgen met mekaar in verband breng en met mekaar verbind. Bekijk de dingen die gebeuren op een zo positief mogelijke manier.  God verbergt zich om gevonden te worden.  Sommigen kennen die waarheid.  Anderen, die denken aan die vreselijke ongerustheid bij het verlies van Jezus, doen alles om Hem te vinden.  Jullie moeten niet onbewogen en onthutst blijven staan.

Jullie Moeder zou jullie er graag voor behoeden in te gaan op al wat er nog te zeggen valt.  Allereerst zijn er zaken die nog nooit werden bekend gemaakt en dus ook niet begrepen.  Bovendien, wanneer jullie ze kennen, zouden jullie mij moeten vergezellen in lijden en pijnlijke overwegingen.  Tenslotte, alles wat mijn Jezus wil, is reeds gezegd zonder dat daar ook maar iets tegen in gebracht moet worden. 

Denken jullie dat ik een vredig familiaal leven heb gehad in Nazareth?  Het was vredevol omwille van de verbondenheid met de liefde van God.   Maar van de kant van de mensen was er veel narigheid!

Onze aparte levenswijze werd opgemerkt en als resultaat daarvan werden wij vaak publiekelijk uitgelachen.  Ik werd hevig op de korrel genomen omdat ik mijn tranen niet kon bedwingen wanneer Jezus het huis verliet.  En Jezus vertrok vaak.  Jozef werd gepest alsof hij een slaaf voor Jezus en mij zou zijn.  Hoe kon de wereld dat alles begrijpen?  Wij lieten alle zorgen over aan de Ene die tussen ons woonde en die bewonderd werd in al wat Hij zegde of deed.

Wat was die jonge Knaap een geliefde Zoon: mooier dan de zee, wijzer dan Salomo en sterker dan Samson.  Alle moeders wilden Hem bij mij vandaan halen.  Zo’n betovering ging er van Hem uit.  De kortzichtigen bestookten mij met verzachtende oordelen.  Desondanks spaarden zij hun kritiek niet voor de nooit vermoeide vader van wie zij dachten dat hij onder de slof lag van zijn trouwe, doch jaloerse vrouw.  Iedereen was vertrouwd met mijn nauwgezetheid; maar allen dachten ze dat het een alledaagse en egoïstische trek van mij was.

Dàt, mijn kleine kinderen, is niet geweten.  Dat gebeurde er tussen Mij, Zijn zuiverste Moeder, en de mensen van de wereld die niet konden zien of begrijpen.  Jezus bleef zwijgzaam zonder mij aan te moedigen, omdat de Moeder van God de vuurproef moest doorstaan. Dat zij als enige vrouw tussen velen niet gespaard bleef van hun oordelen. 

Bewonder hierin de Wijsheid van God en vind er de Goddelijke betekenis in, die de grootste verhevenheid verbonden heeft met tests, die juist pijnlijker zijn in het licht van zo een verhevenheid, want elke afgrond roept een andere op en elk dieptepunt een ander dieptepunt.

Het uur van de scheiding komt eraan, het uur van Jezus’ optreden en daarbij aansluitend de gevreesde dag van het vertrek uit Nazareth.

Jezus had uitvoerig met mij gesproken over Zijn zending en over de vruchten die ze zou hebben voor Hem en voor iedereen.  Hij zorgde ervoor dat ik er vooraf reeds van hield.  Daarom was het nodig dat wij van elkaar scheiden, al was het maar voor korte tijd…  Hij zei vaarwel, kuste ons en ging op weg voor Zijn zending als leraar van de mensheid.  Maar Zijn vertrek ging niet ongemerkt voorbij in dat kleine dorp waar men zoveel van Jezus hield.

Er waren blijken van genegenheid, van zegening en, aangezien zij niet op de hoogte waren van het goeds dat Jezus ging doen, ervaarden deze weinig geleerde mensen met een groot hart zijn vertrek als een verlies.

En ik dan, hoe voelde ik mij te midden van zo vele uitlatingen?  Duizenden gevoelens welden in mij op, maar Hij stelde Zijn vertrek geen minuut uit.  Mijn Jezus wist wat Hem te wachten stond na Zijn predikingen.  Zo vaak had Hij mij zo omstandig verteld over het verraad van de Farizeeën en de anderen.  En dan zie je Hem vertrekken om Zijn opdracht te vervullen.  Alleen, zonder mij.  Zonder mij die Hem had groot gebracht met de warmte van mijn hart; zonder mij die Hem aanbad zoals niemand Hem ooit zou aanbidden!

Later volgde ik Hem.  Ik vond Hem toen Hij omringd werd door zo veel mensen dat het voor mij niet mogelijk was Hem te zien.  En Hij, echt de Zoon van God, gaf Zijn moeder een prachtig antwoord zoals het in Zijn Wijsheid paste.  Maar toch sneed het dwars doorheen dit moederhart.  Ja, ik begreep Hem volkomen, maar dat bevrijdde mij niet van droefheid/ zorgen.  Tegenover de menselijke relatie plaatste Hij de Goddelijke waarin ik, dat is waar, mee opgenomen was.  Toch deden de opmerkingen van de anderen mij pijn.

De eerste schok (van Zijn vertrek) werd gevolgd door de vreugde bij het zien van Zijn grootsheid; te zien dat Hij geëerd, vereerd en bemind werd door de mensen.  En zo werd die wonde vlug geheeld.

Ik volgde Hem op al Zijn wegen.  Ik werd meegesleept door Zijn kennis, ik werd bemoedigd door Zijn lessen en ik werd het niet moe van Hem te houden en Hem te bewonderen.

Dan kwam Zijn eerste wrijving met het Sanhedrin.  Het wonder gebeurde: het wonder dat zo veel drukte teweeg bracht in de geest van de trotse Joodse priesters.  Hij werd gehaat, achtervolgd, bespied en belaagd.  En ik?  Ik wist alles en van dan af droeg ik met uitgestrekte armen de vernietiging van mijn Zoon, Zijn overgave en Zijn vreselijke en smadelijke dood in de handen van de Vader op.  Ik wist reeds over Judas; ik kende de boom waar het hout vandaan kwam voor het Kruis van mijn Zoon.

Jullie kunnen je de innerlijke tragedie niet voorstellen, die ik samen met mijn Jezus beleefde om de Verlossing te voltrekken.

Eerder had ik reeds gezegd: mede-verlosseres.  Hiervoor volstonden de gewone smarten niet meer.  Een meer intieme vereniging met Zijn grote lijden was noodzakelijk opdat alle mensen zouden worden verlost.  Welnu, toen ik met Hem van de ene stad naar de andere trok, werd ik meer en meer geïnformeerd over de hartverscheurende kreten die Mijn Zoon slaakte tijdends de vele slapeloze nachten die Hij doorbracht in gebed en meditatie.  Voor mij werd elke geestestoestand van Hem geopenbaard.  En van dan af begon mijn Calvarietocht en mijn Kruisweg.

Zo vele overwegingen vergrootten Mijn zorgen, elke dag dat ik Zijn Moeder was en de uwe!  Zo vele zonden, al die zonden!  Zo veel pijn, al die pijn!  Zo vele doornen, al die doornen!  Jezus was niet alleen.  Hij wist het en Hij voelde het.  Hij zag Zijn Moeder in een voortdurende vereniging met Hem.  Hij werd erdoor gekweld; erger nog: mijn lijden was voor Hem het zwaarste lijden. 

Mijn Zoon, mijn aanbeden Zoon, als deze zonen en dochters alleen al zouden weten wat er zich dan tussen Jou en mij afspeelde!…

En het uur van de vergelding kwam na de intimiteit van het Paasmaal.  En daarna moest ik mij weer tussen het volk begeven.  Ik, die Hem op een unieke wijze liefhad en aanbad, moest nu ver van Hem weg blijven.  Begrijpen jullie dat, mijn kinderen?

Ik wist dat Judas zijn verraderlijke stappen zou zetten en dat ik er niets tegen kon doen.  En ik wist dat Jezus Bloed gezweet had in de Hof en er was niets dat ik voor Hem kon doen.  Dan pakten ze Hem op, beledigden Hem en veroordeelden Hem op een smerige manier. 

Ik kan jullie niet alles vertellen.  Ik zal alleen zeggen dat mijn Hart in de war was door de voortdurende angst.  Mijn Hart was een plaats van voortdurende verbittering en onzekerheden, een plaats van troosteloosheid en vermoeidheid.  Totaal ontroostbaar.  En al de zielen die later zouden verloren gaan?  En al het geestelijk gesjoemel (de simonie) en de heiligschennende uitwisselingen!

O kinderen van mijn smarten!  Als jullie vandaag de genade zouden verkrijgen om voor mij te lijden, zegen dan met vurigheid de Ene, die jou die genade geeft en offer jezelf op zonder aarzelen.

Mijn geliefde kinderen, jullie denken na over mijn grootsheid.  Het helpt jullie wel om daaraan te denken.  Maar luister naar mij: denk niet aan mij, maar aan Hem.  Ik zou graag vergeten willen worden als dat mogelijk zou zijn!  Geef heel uw medeleven aan Hem, aan mijn Jezus, aan uw Jezus, aan Jezus, uw en mijn liefde.


Zodus, mijn kleine kinderen, de droefheid van mijn Hart was als een zwaard dat onafgebroken mijn ziel, mijn leven doorboorde.  Ik voelde het, terwijl Jezus dat niet deed.  Hij vertroostte mij met Zijn Opstanding toen mijn immense vreugde plots al de wonden genas die in mij bloedden.  “Mijn Zoon”, bleef ik steeds weer herhalen.  Waarom zo’n verlatenheid?  Uw Moeder staat naast U.  Is mijn liefde dan niet genoeg?  Hoe vaak heb ik U getroost in Uw kwellingen?  En nu, kan Uw Moeder U dan geen verlichting geven?  O Vader van mijn Jezus, ik wil niets anders dan wat U wilt.  U weet het; maar kijk eens of die vele kwellingen een beetje verlicht zouden kunnen worden.  De Moeder van Uw Zoon vraagt dat aan U.

En op de Calvarieberg protesteerde ik: “Mijn God, geef aan die ogen weer het licht dat U erin aangestoken hebt op de dag dat U Hem aan mij hebt gegeven!  Goddelijke Vader, zie naar de gruwel op dat heilige gelaat!  Kunt U niet ten minste al dat Bloed wegvegen?  O Vader van Mijn Zoon; O Bruidegom van mijn liefde, O Woord dat van mij verlangde Uw mens-zijn te ontvangen!  Moge het gebed van die armen die naar de Hemel gericht zijn op aarde de smeekbeden worden van Zijn en mijn aanvaarding!

Zie eens, O God, waartoe die Ene die U liefhebt, wordt verlaagd!  Het is Zijn Moeder die U vraagt om zo veel droefheid te verlichten.  Kort hierna zal ik zonder Hem zijn.  Dus mijn belofte, die ik U vanuit het diepste van mijn hart daar in de tempel aanbood, zal helemaal in vervulling gaan.  Ja, ik zal alleen blijven maar toch Zijn pijnen verlichten zonder op de mijne te letten…

 

 

 

 

 

 

 

Alstublieft, verspreid deze Boodschap!

 

Als Jezus tot jouw hart gesproken heeft wanneer je deze toewijding hebt gelezen, verspreid dan deze woorden door middel van fotokopie en geef dat document verder door aan mensen van wie je gelooft dat zij door deze woorden zullen gezegend worden. 

Laat de H. Geest toe om je te leiden in de evangelisatie in overeenstemming met de gaven die Hij je gegeven heeft.


 


Imprimatur                                                                                                                             2

Opdracht                                                                                                                                  3

Jezus....................................................................................................................................................... 5

Jezus Bereidt Zich Voor                                                                                                   6

Het Laatste Avondmaal                                                                                               6

Jezus bidt in de Tuin                                                                                                           7

Jezus stelt de Heilige Eucharistie in                                                                       7

Jezus doet de Wil van de Vader                                                                                10

Jezus kijkt uit naar zijn leerlingen, die in slaap zijn gevallen         12

Judas levert Jezus uit                                                                                                    14

Jezus wordt voor Caiaphas geleid                                                                        15

Petrus verloochent Jezus                                                                                           15

Jezus wordt in de gevangenis gezet                                                                      16

Jezus wordt voor Herodes geleid                                                                           17

Jezus wordt opnieuw voor Pilatus gebracht                                                18

De Geseling van Jezus                                                                                                      18

Jezus wordt ter Dood veroordeeld                                                                      18

Jezus wordt met Doornen gekroond                                                                   19

Barabas wordt vrij gelaten                                                                                    20

Jezus vergeeft zelfs de grootste zondaars                                                   21

Jezus op zijn weg naar de Calvarieberg                                                            22

Jezus wordt geholpen bij het dragen van het Kruis                                  22

Jezus wordt aan het Kruis genageld                                                                  24

Jezus spreekt zijn laatste woorden uit                                                            24

De Verrijzenis van Jezus                                                                                                26

God de Vader.................................................................................................................................. 26

De Gezegende Moeder................................................................................................................ 27

De Zorgen en Droefheden van de Maagd Maria                                            27