Apostolaat van de Nieuwe Evangelisatie
Het Lijden
van
Jezus Christus
Overwegingen, die Jezus maakt over het mysterie
van Zijn lijden en de waarde die het heeft voor onze
Verlossing.
Cochabamba -
Bolivia
Spaanse
Uitgave: 1997
1e Engelse Uitgave - Maart 2000
Nederlandse vertaling: Eugène Janssen - Elly Willems, maart 2003
Deze Nederlandse vertaling werd gemaakt van de Engelse teksten, die
gebaseerd zijn op de oorspronkelijke Spaanse uitgave.
Arzobispado de Cochabamba Tel: 042-56562 /
Fax 042-50522
Casilia 129
Cochabamba - Bolivia
We hebben de boeken van Catalina gelezen en we zijn er zeker van dat de
enige bedoeling ervan is om ons allen te leiden op een authentiek spirituele
tocht, gebaseerd op de blijde boodschap van Christus. De boeken werpen ook een licht op de speciale plaats die de
Heilige Maagd Maria inneemt. Zij staat
model voor het beminnen en het volgen van Jezus Christus. Zij is onze Moeder, die ons totale
vertrouwen en ware liefde verdient.
Bij het vernieuwen van de liefde voor en de toewijding aan de Heilige
Katholieke Kerk belichten deze boeken de activiteiten die kenmerkend moeten
zijn voor een toegewijd leven.
Daarom geef ik mijn goedkeuring aan de uitgave en verspreiding van deze boeken
en beveel ik ze aan als meditatieteksten en spirituele oriëntatie met de
bedoeling een antwoord te geven op de oproep van Onze Heer om vele zielen te
redden door hen te laten zien dat Hij een levende God is, vol liefde en
barmhartigheid.
+ Mgr. René Fernández Apaza
Aartsbisschop van Cochabamba
2 april 1998
(De Engelse vertaling van het originele Besluit in het Spaans wordt niet
omgezet in het Nederlands)
Copyrightã 2000 door The Great Crusade of Love and Mercy (De
grote kruistocht voor Liefde en Barmhartigheid). Alle rechten voorbehouden.
Het Engelstalige boek werd gepubliceerd in samenwerking met The Apostolate of the New Evangelization
(Het Apostolaat van de Nieuwe Evangelisatie).
Toelating wordt verleend om dit boek onverkort en zonder wijzigingen of
toevoegingen te vermenigvuldigen enkel en alleen op een non-profit basis.
Dit document is online gratis beschikbaar en kan worden gedownload en
afgedrukt van de volgende WebSites:
in het Engels op: www.greatcrusade.org
in het Spaans op: www.grancruzade.org
Gedrukte kopies van dit boek zijn ook beschikbaar.
Love and Mercy Publications
P.O.Box 1160, Hampstead, NC 28443 USA
Gelieve dit boek te kopiëren
en te verspreiden
Dit document werd opgemaakt met de specifieke bedoeling dat het zou
kunnen worden gefotokopieerd en verder verspreid aan alle mensen zodat zij
gezegend mogen worden door deze woorden.
Laat de Heilige Geest toe om tot jou te spreken als je deze woorden
leest. Zij kunnen jouw leven en dat van
anderen veranderen.
* Aan mijn echtgenoot, mijn ouders, mijn kinderen en mijn broers: “kijk
naar de arme verworpen Christus en volg Hem.”
* Aan Carlos, Neiza en Betty, prachtige instrumenten van de Heer.
* Aan Lili, die mijn liefde voor het Kruis aanwakkerde.
* Aan Silvia, mijn zuster in de zwaarste pijnen.
* Aan Inés en Charo, voor hun liefde voor de evangelisatie
* Aan Maria, Koningin van het Centrum voor Vrede, omwille van haar
oprechte en wonderlijke weg naar de Heer, langs Maria om.
* Aan Marcos, Stanis en Ricardo: gidsen, lotgenoten en steunpilaren van
dit arme secretariaat van de Heer.
Catalina
“Bemin Hem helemaal. Hij heeft
zich volledig opgeofferd uit liefde voor u.”
Clara van Assisi
Mijn kleine
dochter, laat je omarmen door Mijn zeer intens verlangen dat alle zielen zouden
komen om zich in het water van de boetedoening te zuiveren. Dat het gevoel van vertrouwen en niet de
vrees hen mag doordringen want Ik ben een God van barmhartigheid en Ik sta
altijd klaar om hen in mijn hart op te nemen.
Zo zullen wij ons,
dag na dag met mekaar verenigen in het geheim van onze liefde. Eerst een kleine vonk en dan een grote
vlam… De ware Liefde wordt heden ten
dage echter niet bemind! Zorg ervoor
dat de Liefde bemind wordt. Maar
vooraleer je die taak op je neemt, bid mijn kleine dochter, bid veel voor de
gewijde zielen die hun enthousiasme en voldoening in het dienstbaar-zijn
verloren zijn. Bid ook voor die
priesters, die het grootste mirakel op het altaar volbrengen en wiens geloof maar zwak is.
Verlies uzelf in
Mij zoals een druppel water in de oceaan…
Wanneer ik jou geschapen heb, heb ik jouw voorhoofd gekust en Ik heb je
getekend met het teken van Mijn uitverkiezing.
Ga op zoek naar de mensen, want er zijn er slechts weinig die Mij
beminnen. Ga naar hen op zoek en prent
in hun geesten het beeld van de pijnen waaraan Ik mij heb overgegeven. Zonder het te weten staan zij op het punt om
grote gaven te ontvangen.
Wanneer je doet wat
ik vraag sta ik je bij. Het is alsof je
de brandende dorst lest, die mijn lippen op het Kruis uitdroogde.
Ik zal aanwezig
zijn telkens je Mijn lijdensweg met liefde overweegt. Ik zal je toestaan om verenigd met Mij te leven doorheen de
pijnen die Ik heb geleden in Getsemane toen Ik de zonden van alle mensen op Mij
nam.
Wees je daarvan
bewust, want ik roep slechts weinig mensen op tot deze lijdensweg. Maar geen van hen is zich bewust van de
grote liefde die Ik hen aanbied wanneer zij zich met Mij verenigen in het meest
pijnlijke uur van mijn aardse leven.
Er zijn zielen die
Mijn lijden overwegen, maar er zijn er slechts weinigen die denken aan de
voorbereiding op Mijn openbaar leven: Mijn eenzaamheid!
De veertig dagen,
die Ik doorbracht aan de voet van de berg, waren de afschuwelijkste uren van
Mijn leven omdat Ik ze helemaal alleen doorbracht om Mijn Geest klaar te maken
voor wat komen zou. Ik leed honger,
dorst, ontmoediging en verbittering. Ik
wist dat voor dat volk Mijn offer tevergeefs zou zijn aangezien zij Mij zouden
verloochenen. In die eenzaamheid
begreep ik dat noch Mijn nieuwe leer, noch Mijn opofferingen en mirakels het
Joodse volk konden redden. Dit volk zou
een God-moordenaar worden.
Desondanks moest Ik
mijn plicht vervullen, de Goddelijke Zending.
Allereerst moest ik Mijn zaad achterlaten en nadien sterven. Bedenk hoe erg dat is wanneer je het vanuit
menselijk oogpunt bekijkt.
Ik was ook een mens
die droefheid en angst voelde. Ik
ondervond dat ik helemaal alleen stond!
Ik kwelde Mijn lichaam door te vasten en Mijn Geest door gebed. Ik bad voor de hele mensheid, die mij zou
verloochenen, die mij zo vele malen zou offeren…
Ik werd gekweld
zoals elk ander sterfelijk wezen en Satan was nooit nieuwsgieriger om te weten
wie die man was die zo lang in eenzaamheid en afzondering verbleef.
Overweeg alles wat
Ik moest doorstaan om de mensen te redden, om in staat te zijn te heersen in
hun harten, om het mogelijk te maken dat de mensen zouden binnenkomen in het
Koninkrijk van Mijn Vader.
Laat ons nu
beginnen aan het verhaal van Mijn Lijdensweg…
Het verhaal dat eer brengt aan de Vader en vervulling aan andere
uitverkoren zielen…
De nacht vóór Ik
werd verraden was een nacht vol vreugde omwille van het Paasmaal, de instelling
van het Eeuwige Banket waaraan de mensen moeten zitten om zich met Mij te
voeden.
Als Ik de
christenen zou vragen “Wat denk je van dit Avondmaal?” dan zouden velen
ongetwijfeld zeggen dat het een plaats is die hun voldoening geeft, maar
weinigen zouden zeggen dat het Mij een genoegen is… Er zijn mensen die de communie tot zich nemen niet voor de
vreugde die het hun bezorgt maar voor de vreugde die Ik erbij voel. Dat zijn er echter slechts weinigen want de
meesten komen tot Mij om naar gaven en gunsten te vragen.
Ik omhels alle
zielen die naar Mij toe komen omdat Ik op aarde kwam om de Liefde te
verspreiden, waarmee Ik hen omarm. En
omdat liefde niet groeit zonder verdriet, neem Ik beetje bij beetje het
aangename weg om de zielen achter te laten in droogte. Zodoende wordt hun eigen vreugde beperkt opdat
ze zouden begrijpen dat hun aandacht moet gericht worden op een andere vreugde,
namelijk de Mijne.
Waarom spreek ik
over ‘droogte’ alsof dat een teken zou zijn dat Mijn Liefde zou
verminderen? Ben je vergeten dat als Ik
je geen geluk geef, jij jouw droogte en andere zorgen moet ondervinden?
Mensen, kom toch
tot Mij en besef dat alleen Ik alles kan vervullen en jullie ertoe kan brengen
om Mij te volgen. Als je alleen al zou
beseffen hoezeer Ik een onzelfzuchtige liefde waardeer en hoe die in de hemel
wordt gewaardeerd! O, wat zullen de
zielen die deze liefde bezitten, zich verheugen!
Leer van Mij,
dierbare zielen, om alleen die Ene te behagen, die jullie liefheeft… Jullie zullen voldoening ervaren en wel veel
groter dan wat je achterlaat. Jullie
zullen een enorme vreugde vinden in datgene waartoe Ik je bekwaam heb
gemaakt. Ik ben het die de Feestdis heb
klaar gemaakt. Ik ben het voedsel! Hoe zou Ik je aan Mijn tafel kunnen laten
aanzitten en je honger laten lijden? Ik
beloofde je dat wie zich aan Mij voedt, nooit meer honger zal krijgen… Ik bedien Mij van die dingen om Mijn liefde
voor jullie te openbaren. Luister naar
wat mijn priesters zeggen want zij gebruiken dat Paasmaal om jullie bij Mij te
brengen. Maar stop niet bij wat
menselijk is, want anders zal je de andere (diepere) bedoeling van dat feest
ontkrachten.
Niemand kan zeggen
dat Mijn Avondmaal hun tot voedsel is geworden wanneer zij alleen maar zoetheid
ervaren… Wat Mij betreft, liefde groeit
maar in zoverre ieder zichzelf verloochent.
Veel priesters zijn
priester geworden omdat Ik hen tot mijn dienaren wilde maken, niet omdat zij
Mij echt volgen… Bid voor hen! Zij zouden aan Mijn Vader dezelfde
bezorgdheid moeten opofferen die Ik voelde toen Ik in de tempel de geldtafels
van de handelaars omver gooide en Ik de bedienaars in die tijd verweet dat zij
het huis van God hadden veranderd in een rovershol.
Toen zij mij
vroegen met welk gezag Ik dat gedaan had, voelde Ik een nog grotere bezorgdheid
omdat de grootste ontkenning van Mijn zending juist van mijn dienaars kwam.
Daarom, bid voor de
priesters die Mijn Lichaam behandelen vanuit een houding van gewoonte en
vandaar met zeer weinig liefde.
Je zal dadelijk wel
beseffen dat Ik je dat alles heb moeten zeggen omdat Ik van je houd en omdat Ik de vergiffenis beloof van al de
tijdelijke straffen die opgestapeld werden door hen die bidden voor Mijn
priesters. Er zal geen sprake zijn van
Vagevuur voor hen die bedroefd zijn over de lauwe priesters; maar zij zullen
het Paradijs binnengaan onmiddellijk na hun laatste ademstoot.
En nu, laat Mij jou
nog eens omarmen opdat je het leven mag ontvangen, waarvan Ik jou met eindeloze
vreugde deelgenoot maak.
Die nacht waste Ik
-met oneindige Liefde- de voeten van Mijn apostelen omdat dat het uitgelezen
moment was om Mijn Kerk aanwezig te stellen in de wereld.
Ik wil Mijn mensen
laten weten dat zij niet zouden worden uitgesloten van de genadegaven, zelfs
wanneer zij onder de zwaarste zonden zouden gebukt gaan. Zij worden begeleid door Mijn meest gelovige
zielen; in Mijn Hart ontvangen zij de genaden die zij nodig hebben.
Op dat moment
voelde Ik zo een intens verdriet omdat Ik wist dat zo vele zielen, aan mijn
voeten gezeten en zo vaak door Mijn Bloed gezuiverd, toch verloren gaan zoals
in Judas, Mijn Apostel, is duidelijk geworden.
Op dat moment wilde Ik de zondaars leren dat zij zich niet van Mij
moeten afkeren omdat zij gezondigd hebben en
denken dat er geen redding zou zijn en dat zij nooit meer in die liefde
zouden staan als vóór hun zonde. Arme
zielen! Dat zijn niet de gevoelens van
een God die al Zijn Bloed voor jullie vergoten heeft. Kom allen tot Mij en wees niet bevreesd want Ik houd van
jullie. Ik zal jullie zuiveren met Mijn
Bloed en jullie zullen wit zijn als sneeuw.
Ik zal jullie zonden in het water van Mijn barmhartigheid onderdompelen
en niets zal de liefde die Ik voor jullie voel uit Mijn Hart kunnen wegrukken.
Mijn geliefde, Ik
heb je niet tevergeefs uitverkoren.
Beantwoord mijn uitverkiezing met edelmoedigheid. Wees trouw en standvastig in het geloof. Wees zachtmoedig en nederig zodat anderen de
grootsheid van Mijn nederigheid mogen leren kennen.
Niemand gelooft echt dat Ik die nacht bloed zweette in
Gethsemane en weinigen geloven dat Ik in die uren meer te lijden had dan bij de
kruisiging zelf. Het was pijnlijker
omdat het voor Mij heel duidelijk was dat de zonden van allen op Mij zouden
terechtkomen en dat Ik zou boeten voor elk van die zonden. Hoewel Ik onschuldig en zuiver was, voldeed
ik zó aan de Wil van Mijn Vader alsof Ik echt schuldig was aan oneerlijkheid en
aan al de zonden ooit door jullie, Mijn broeders, begaan. Jullie onteren God, die jullie geschapen
heeft om instrument te zijn van de grootsheid van de Schepping en niet om
afbreuk te doen aan de natuur die jullie gegeven is met het doel om haar
geleidelijk te bemeesteren opdat jullie Mij, jullie Schepper met een zuivere
blik zouden aanschouwen.
Daarom werd Ik -tegenover de Vader die Ik altijd heb
bemind- tot een dief gemaakt, een moordenaar, een overspelige echtgenoot, een
leugenaar, een schijnheilig persoon, een lasteraar en een rebel.
Het was juist dit contrast tussen Mijn Liefde voor de
Vader en Zijn Wil die Mijn bloedzweten veroorzaakte. Maar Ik was gehoorzaam tot het einde en, omwille van de Liefde
voor iedereen, overlaadde Ik Mij met al die schulden. Zo kon Ik de Wil van Mijn Vader doen en zou Ik jullie redden van
de eeuwige verdoemenis.
Bedenk dat Ik die nacht veel meer dan een menselijke
doodsstrijd had te doorstaan. En geloof
Mij, niemand kon Mijn angsten verlichten omdat Ik zag hoe elk van jullie zijn
best deed om Mijn dood -op ieder moment dat Mij nog was gegeven- zo wreed
mogelijk te maken en dat omwille van al de zonden (beledigingen) waarvan Ik de
schuld volledig op Mij had genomen.
Nogmaals, Ik wil dat men zich er duidelijk van bewust is hoezeer Ik -in
dat uur van verlatenheid en droefheid zonder weerga- van alle mensen heb
gehouden.
Het
verlangen dat alle zielen zuiver zouden zijn als zij Mij ontvangen in het
sacrament van de Liefde, bracht Mij ertoe om de voeten van Mijn apostelen te
wassen. Ik deed dat ook om het sacrament van de
Vergeving uit te beelden, waarin de zielen, die het ongeluk hebben gehad om in
zonde te vallen, zich kunnen reinigen en hun verloren zuiverheid terug te
winnen.
Door hun voeten te wassen wilde Ik aan allen die een
apostolische taak hebben, leren om zichzelf nederig op te stellen en de
zondaars en al de zielen die aan hen zijn toevertrouwd met mededogen te behandelen.
Ik hulde Mij in een schort om hen te leren dat men
-wil men succesvol zijn bij de zielen- zich moet omgorden met zelfverloochening
en vernedering.
Ik wilde aan hen onderlinge liefde leren en hun leren
hoe de fouten die zij bij mekaar zagen, zouden kunnen worden uitgewist door
erover te zwijgen en door ze steeds weer te vergeven zonder die fouten kenbaar
te maken. Het water dat Ik over de
voeten van de apostelen uitgoot, was een weerspiegeling van de ijver die Mijn
Hart verteerde bij het verlangen om de mensen te redden.
Op dat moment was de Liefde, die Ik voor de mensen
voelde, oneindig en Ik wilde hen niet verweesd achterlaten… Om met jullie te kunnen leven tot aan het
einde der tijden en om jullie Mijn Liefde te tonen, wilde Ik je adem, je leven,
je ondersteuning, je Alles zijn!! Toen
zag Ik alle zielen die -in de loop der tijden- met Mijn Lichaam en Bloed gevoed
zouden worden en Ik zag al de goddelijke effecten die dat voedsel zou hebben
bij al die zielen…
Dat vlekkeloze Bloed zou zuiverheid en maagdelijkheid
bewerken in vele zielen; bij anderen zou het het liefdevuur en de ijver
aanwakkeren. Vele martelaren van de
Liefde kwamen op dat uur voor Mijn ogen en in Mijn Hart samen! Vele andere zielen, die vele en ernstige
zonden hadden begaan en die verzwakt waren door de strijd tegen hun passies,
wilden tot Mij komen om hun kracht te vernieuwen met het Brood van de Sterke!
Hoe verlangde Ik ernaar om alle zielen Mijn hartenwens
kenbaar te maken! Hoezeer verlangde Ik
dat zij de Liefde zouden kennen, die Ik voor hen voelde in het Cenakel toen Ik
de Heilige Eucharistie instelde. Niemand
kon de gevoelens van dat moment in Mijn Hart pijlen: gevoelens van liefde,
vreugde, tederheid… Nog groter echter
was de bezorgdheid die Mijn Hart overspoelde.
Zijn jullie misschien goede grond voor de constructie
van een groot gebouw? Ja en nee… Ja, omwille van de gaven die Ik jullie
gegeven heb vanaf jullie geboorte.
Neen, omwille van het gebruik dat jullie ervan hebben gemaakt. Denken jullie dat jullie grond voldoende
houvast geeft aan het gebouw dat Ik wil optrekken? O, het is bedroevend! Maar
toch, ondanks al de elementen in jullie die mijn plannen tegenwerken, zullen
Mijn berekeningen niet falen omdat het precies Mijn werk is om wat zwak is uit
te kiezen voor het doel dat Ik Mijzelf stel.
Ik maak geen enkele fout omdat Ik gebruik maak van kunstzinnigheid en
van Liefde. Ik ben actief bezig met
bouwen zonder dat jullie het beseffen.
Je eigen verlangen om te weten wat Ik aan het doen ben, helpt Mij om
jullie te bewijzen dat jullie niets vermogen of weten zonder dat Ik dat
wil… Het is tijd om te werken; vraag
Mij niets want er is iemand die aan jullie denkt.
Ik wil aan Mijn zielen mijn smarten meedelen, mijn
verschrikkelijke pijnen die Mijn Hart die nacht vulden. Hoewel Mijn vreugde groot was door Goddelijk
Voedsel te worden voor de zielen, door deelgenoot te zijn van de mensen tot op
het einde der tijden en door te zien hoe velen Mij eer zouden bewijzen door hun
aanbidding, liefde en herstel, toch was ook droefheid groot, die Mij liet
aanschouwen dat vele zielen Mij zouden achterlaten in het Tabernakel en zouden
twijfelen aan Mijn aanwezigheid in de Heilige Eucharistie.
O, bij hoeveel bezoedelde, vuile en door zonde
verscheurde zielen zou Ik moeten binnenkomen!
En hoe zou Mijn Vlees en Bloed onteerd worden, wat de reden zou worden
voor de veroordeling van zo vele zielen!
Je kan je niet indenken op wat voor manier Ik al die heiligschennissen,
beledigingen en verschrikkelijke gruweldaden onderging die tegen Mij begaan
zouden worden… De zovele uren die Ik
alleen zou moeten doorbrengen in de Tabernakels. Zo vele, lange nachten!
Hoeveel mensen zouden de oproepen tot liefde, die tot hen gericht
werden, verwerpen.
Uit liefde voor de mensen (zielen) blijf Ik gevangen
in de Heilige Eucharistie zodat jullie -met al je zorgen en verdriet- kunnen
komen om troost te vinden voor jezelf bij de zachtaardigste van alle Harten,
bij de beste van alle Vaders, bij de trouwste van alle vrienden. Maar die Liefde, die gebruikt wordt voor het
goed van de mensheid, wordt helemaal niet beantwoord.
Ik leef te midden van zondaars om hun redding en leven
te zijn, hun geneesheer en medicijn.
Maar toch nemen zij -ondanks het feit dat ze ziek zijn- afstand van
Mij. Ze kwetsen Mij en verachten Mij.
Mijn kinderen, arme zondaars! Verwijder u niet van mij. Dag en nacht wacht Ik op jullie in het
Tabernakel. Ik zal jullie je misdaden
niet verwijten. Ik zal je zonden niet
voor je voeten gooien. Wat ik wél zal
doen, is jullie wassen met het Bloed van Mijn wonden. Wees niet bang maar kom naar Mij. Jullie weten niet hoeveel Ik van jullie houd.
En jullie, dierbare zielen, waarom zijn jullie zo koud
en onverschillig tegenover Mijn Liefde?
Ik weet wel dat jullie aandacht moet uitgaan naar wat je familie, je
huisgezin en dat jullie de wereld nodig hebben en dat er voortdurend beroep op
jullie wordt gedaan. Maar hebben jullie
dan geen ogenblik om tot Mij te komen en Mij een bewijs te geven van je liefde
en dankbaarheid? Laat niet toe dat
zovele nodeloze zorgen jullie van Mij weg houden. Houd een korte tijd vrij om de Gevangene van de Liefde een bezoek
te brengen. Als je lichaam ziek is, dan
maken jullie toch een paar minuten vrij om een geneesheer op te zoeken die
jullie kan genezen, niet? Kom toch naar
Hem, die je ziel kracht en genezing kan geven.
Geef aalmoezen van liefde aan deze goddelijke Bedelaar, die jullie
roept, die naar jullie uitkijkt en op jullie wacht.
Deze woorden zullen een grote weerklank vinden bij
vele mensen. Zij zullen doordringen tot
in de gezinnen, scholen, religieuze congregaties, ziekenhuizen, gevangenissen. En vele zielen zullen bezwijken voor Mijn
Liefde. Mijn ergste pijnen worden
veroorzaakt door de zielen van priesters en kloosterlingen.
Op het moment dat Ik de Heilige Eucharistie instelde,
zag Ik al de bevoorrechte zielen die zich met Mijn Lichaam en Bloed zouden
voeden en ook de effecten die dat bij hen zou hebben.
Voor sommigen is Mijn Lichaam een geneesmiddel voor
hun zwakheid. Voor anderen een vuur dat
hen aanspoort om hun tegenslagen te dragen en dat hen vervult met Liefde. Ah! …
Die zielen die zich voor Mij verzamelen, zullen zijn als een enorme tuin
waarin uit elke plant een andere bloem groeit.
En al die bloemen verkwikken Mij met hun geur. Mijn Lichaam zal zijn als de zon die hen weer tot leven
brengt. Ik zal naar sommigen komen om
te worden getroost, naar anderen om te schuilen, bij weer anderen om te
rusten. Mijn lieve zielen, als jullie
eens zouden weten hoe gemakkelijk het is om te troosten, om een schuilplaats te
bieden en om rust te geven aan God.
Deze God, die -nadat Hij jullie bevrijd heeft van de
ketens van de zonde- met een oneindige Liefde van jullie houdt, heeft in jullie
de weergaloze genade van de religieuze roeping geplant. Hij heeft jullie op mysterieuze wijze
gebracht naar de tuin van Zijn behagen.
Deze God, jullie Verlosser, is je bruidegom geworden. Hijzelf voedt jullie met zijn zo zuivere
Lichaam en Hij lest je dorst met Zijn Bloed.
Bij Mij zullen jullie rust vinden en geluk.
Oh, mijn kleine dochter! Waarom zijn zovele zielen -nadat ze zo rijk gezegend zijn en met
zovele zorgen omringd werden- oorzaak van zulk een droefheid in Mijn Hart? Ben Ik niet altijd dezelfde? Ben Ik veranderd voor jullie? … Neen!
Ik zal nooit veranderen en Ik zal je bij voorkeur en met grote tederheid
beminnen tot het einde toe.
Ik weet dat je veel ellende kent, maar dat zal je niet
weghouden van mijn meest tedere aandacht.
En Ik wacht angstvallig op je, niet alleen om je lijden te verzachten,
maar ook om je te overladen met Mijn zegeningen.
Als Ik je naar jouw liefde vraag, onthoud Mij die dan
niet. Het is heel gemakkelijk om te houden van Hem die de Liefde zelf is. Als Ik je iets vraag dat tegen je natuur
ingaat, dan geef Ik je zowel de genade als de kracht die je daarvoor nodig
hebt. Sta Mij toe om in jullie zielen
te komen en, als je er niets in vindt dat Mij waardig is, zeg Mij dan in alle
nederigheid en met vertrouwen: “Heer, U ziet de vruchten die deze boom
voortbrengt. Kom en zeg mij wat ik moet
doen zodat er vanaf nu vruchten mogen groeien, die U behagen.”
Als een ziel iets dergelijks aan Mij vraagt met een
oprecht verlangen om zijn liefde te bewijzen, dan zal Ik antwoorden: “Lieve
ziel, sta Mij toe om de liefde in jou te doen groeien …”
Ken jij de vruchten die je zal verkrijgen? De overwinning op je karakter zal de beledigingen
goed maken. Zij zal de fouten
herstellen. Als je niet in de war bent
wanneer je wordt gecorrigeerd en je dat graag aanvaardt, dan zal je een
verandering teweeg brengen in die zielen die verblind zijn door hoogmoed. Zij zullen nederig worden en om vergeving
vragen.
Dat is het wat Ik in jullie zielen zal doen als jullie
Mij toestaan om in alle vrijheid te werken.
De tuin zal niet onmiddellijk in bloei staan, maar jullie zullen Mijn
Hart een groot genoegen doen.
Dat alles speelde zich voor Mij af toen Ik de
Eucharistie instelde. En in Mij brandde
het verlangen om voedsel te zijn voor de zielen. Ik zou niet op aarde blijven om te leven met perfecte wezens maar
eerder om de zwakken vast te houden en om de kinderen te voeden… Ik zou hen doen groeien, hun zielen
versterken en aanwezig zijn bij hun tegenslagen. En hun goede voornemens zouden Mij een troost zijn.
Maar bij Mijn uitverkorenen zijn er zielen die Mij
zorgen baren. Zullen zij allen tot het
einde doorgaan? Dat is de pijnkreet die
uit Mijn Hart ontsnapt. Dat is de
jammerklacht die Ik aan de zielen wil laten horen.
De Eeuwige Liefde is op zoek naar zielen die nieuwe
dingen kunnen zeggen over de oude, reeds lang gekende waarheden. De oneindige Liefde wil in de schoot van de
mensheid een tribunaal oprichten van zuivere Barmhartigheid en niet één van
Wetten en Recht. Dat is de reden waarom
deze boodschappen verspreid moeten worden over de hele wereld. Wie dat begrijpt, is dit werk toegewijd,
haalt er zelf voordeel uit en helpt ook anderen om er zoveel mogelijk
verdienste uit te verkrijgen. Degene
die dat niet begrijpt, blijft een slaaf van de geest die dood en veroordeling
brengt.
Tot hen richt Ik Mijn woord van afkeuring want zij
belemmeren Mijn goddelijk Werk en zij zijn zodoende medeplichtigen van de
duivel.
Wanneer zij alles veroordelen wat van de Schepper komt
en niet zomaar van gewone schepselen, dan oefent hun verstand een zware druk
uit op hun kinderlijke geesten. Tot hen
die Ik mijn kleine kinderen heb genoemd, openbaar Ik Mijn kennis, die ik
verberg voor de trotsen van hart.
Mens, sta Mij toe om Mijzelf in jou uit te
storten. Word een open klep voor Mijn
Hart want er is altijd iemand die Mijn Liefde tegenhoudt…
Wat ik je boven alles over mijn lijden wil toevertrouwen,
is de bitterheid die veroorzaakt werd door Mijn kennis van de zonden, die de
geest van de mens verduisterden en die hem tot allerlei dwalingen leidden. Meestal worden die zonden aanvaard als een
uitvloeisel van de natuurlijke neigingen die -zo wordt gezegd- door de eigen
wilskracht niet in bedwang kunnen worden gehouden. Vandaag leven er velen in grote zondigheid en geven de schuld
daarvan aan anderen of aan het lot, zonder dat zij in de mogelijkheid zijn om
zich daarvan vrij te maken. Dat zag Ik
in Gethsemane en Ik herkende het grote kwaad dat Mijn ziel zou verzwelgen. Zo velen zijn op die manier verloren
gegaan. En hoe heb Ik voor hen geleden!
Door Mijn voorbeeld, door het wassen van hun voeten en
door hun tot Voedsel te worden, leerde Ik Mijn apostelen om mekaar te
ondersteunen. Het uur naderde waarvoor
de Zoon van God was mens geworden en waarop Hij Verlosser van de mensen zou
worden. Hiervoor zou Hij zijn Bloed
vergieten en Zijn Leven geven voor de wereld.
Dat moment wilde Ik in gebed doorbrengen en Mij
helemaal geven aan de Wil van Mijn Vader…
Op dat moment overwon Mijn menselijke Wil de natuurlijke weerstand tegen
het grote lijden dat door Onze Vader voor Mij was voorbereid. Maar Hij leed nog erger dan Ikzelf. En dan, te midden van de verloren zielen,
gaf Ik Mijn eigen Ziel om al datgene te herstellen wat reeds verdorven
was. Mijn Almacht is tot alles in
staat, maar zij vraagt nederigheid van anderen, waarmee zij zich kan verbinden. En die nederigheid bied Ik aan door Mij met
oneindige Liefde op te offeren.
Mijn Lijden…
in wat voor een bodemloze afgrond van verbittering werd het opgeslokt!
Hoe ongelooflijk veraf staat hij die meent het
allemaal te begrijpen en dan alleen maar denkt aan het verschrikkelijke lijden
van Mijn Lichaam.
Mijn dochter, Ik heb voor jou andere scènes
voorbehouden die Ik doormaakte en Ik wens die met je te delen omdat jij één van
hen was die de Vader Mij gaf in de Hof.
Lieve Zielen, leer van uwVoorbeeld dat het enig
belangrijke is: je in nederigheid te onderwerpen aan de Wil van God, ook als je
natuur daartegen protesteert.
Ik wenste de zielen ook te leren dat alle belangrijke
daden moeten worden voorbereid en vernieuwd moeten worden door het gebed. Door het gebed wordt de ziel gesterkt voor
de moeilijkste dingen. Door het gebed
staat God in verbinding met de ziel, geeft God haar adviezen en vuurt Hij haar
aan, zelfs wanneer zij (de ziel) er niet bewust van is.
Met drie van Mijn leerlingen trok Ik mij terug in de
Hof om hen te leren dat de drie Krachten van de ziel hen zouden vergezellen en
hen helpen in het gebed.
Denk aan de goddelijke gaven, aan de volmaaktheid van
God: Zijn Goedheid, Zijn Kracht, Zijn Barmhartigheid en de Liefde die Hij voor
jou heeft. Kijk daarna met begrip naar
hoe je kan antwoorden op de wonderen die Hij voor jou gedaan heeft… Sta dan jouw wil toe om -doorheen het gebed
in jouw afzondering en stilte- je ertoe aan te zetten nog meer je best te doen
voor God en je nog meer toe te wijden aan de redding van de zielen, ongeacht of
dat is door het apostolische werk dan wel door een nederig en teruggetrokken
leven.
Werp je als schepsels deemoedig neer in de aanwezigheid
van hun Schepper. Bewonder zijn plannen
met jou -wat die ook mogen zijn- en onderwerp je wil aan de Goddelijke Wil.
Op die manier droeg Ik Mijzelf op om het reddingswerk
van de wereld te volbrengen. Ah! Wat een gruwelijk ogenblik was het wanneer
Ik al die kwellingen voelde die Mij overvielen; die kwellingen die Ik tijdens
Mijn lijdensweg moest ondergaan: de lasteringen, de beledigingen, de
zweepslagen, de schoppen, de Doornenkroon, de dorst, het Kruis…
Tegelijk met al die kwellingen, die voor mijn ogen
passeerden, voelde ik een intense pijn in Mijn Hart omwille van de
beledigingen, de zonden en de gruwels die in de loop der tijden zouden worden
begaan. Ik zag ze niet alleen, maar Ik
voelde Mij ook nog eens belaagd door al die verschrikkingen. En in die hoedanigheid gaf Ik Mij aan Mijn
Hemelse Vader om barmhartigheid af te smeken.
Mijn kleine dochter, om Zijn woede te bedaren en om
Zijn toorn te sussen offerde Ik Mijzelf als een lelie. Hoe dan ook: Mijn menselijke natuur werd
door zovele misdaden en zonden overgeleverd aan een doodsstrijd, die zo ver
ging dat Ik bloed zweette.
Is het mogelijk dat die angst en dat Bloed nutteloos
zijn geweest voor zovele zielen? … Mijn
Liefde was het uitgangspunt van Mijn Lijden.
Als Ik dat niet gewild had, wie zou dan nog in staat geweest zijn om Mij
te naderen? Ik wilde dat en om dat tot
een goed einde te brengen maakte Ik gebruik van het wreedste dat er onder de
mensen bestaat.
Vóór Ik aan Mijn Lijdensweg begon, kende Ik al het
lijden en Ik kon het in zijn geheel beoordelen. Maar dan, toen Ik -in volle bewustzijn en met volle overgave- de
beslissing genomen had om te lijden, had Ik de menselijke gewaarwording van al
dat lijden dat Ik op Mij zou nemen.
Toch nam Ik het helemaal op Mij.
Sprekend over Mijn Lijden kan Ik niet te zeer in
detail treden. Ik heb dat al eerder
gedaan, maar je kan het niet allemaal begrijpen. Omwille van jouw menselijke natuur kun je de enorme omvang van de
pijnen die Ik heb doorstaan, niet bevatten.
Jawel, Ik verlicht je wel maar Ik sta aan een grens
waar jij niet over heen kan. Alleen
Mijn Moeder heb Ik al mijn pijnen laten doorgronden. Dat is de reden waarom zij méér dan wie ook geleden heeft.
Maar vandaag zal de wereld méér te weten komen dan wat
Ik tot nu toe heb kenbaar gemaakt want Mijn Vader wil dat zo. Daarom schijnt er een straal van liefde
boven Mijn Kerk omwille van de veranderende omstandigheden die Mij van de Hof
van Olijven naar de Calvarieberg brachten.
Meer dan aan ieder ander maak Ik Mijn Lijden kenbaar aan al die
liefdevolle zielen die met Mij waren in de Hof. Zij zijn in staat om die dingen te benoemen die passen bij de
geest van de hedendaagse reizigers. En
als zij zich die dingen herinneren, dan zouden zij er gevolg aan moeten
geven. Daarom ook moet je alles noteren
wat Ik je doorgeef, voor jezelf en voor vele anderen met het oog op de zielen
en voor de eer van de Heilige Drie-eenheid die wenst dat Mijn lijden in
Gethsemane bekend wordt.
Mijn ziel is bedroefd tot stervens toe. Hoewel de impact van het mij fysisch niet
goed voelen de dood had kunnen veroorzaken, wilde Ik toch de ervaring doormaken
van de geestelijke droefheid, die bestond in de complete afwezigheid van de
goddelijke invloed en de hartverscheurende aanwezigheid van de oorzaken van
Mijn Lijden.
In Mijn Geest, die ten dode toe gekweld werd, kwamen
al de redenen naar voor die Mij ertoe hebben aangezet om de Liefde in de wereld
te brengen. Boven dit alles uit staken
de beledigingen die tegen Mijn lijdende Goddelijkheid geuit werden.
Je kunt geen gelijkaardig lijden vinden omdat de
zondige mens -dank zij Mijn Licht- slechts dàt gedeelte begrijpt dat met hem in
overeenstemming is. En vaak gebeurt het
dat hij -in zijn onvolmaaktheid- niet de draagwijdte ziet die de zonde voor Mij
heeft. Daarom is het duidelijk dat
alleen God de omvang kent van de beledigingen die Hem worden aangedaan.
Toch zou de mensheid in staat moeten zijn om haar
volledige kennis, haar echte droefheid en berouw aan God aan te bieden. En -wanneer zij dat wil- kan Ik de mensheid
daartoe brengen. Ik doe dat door Mijn
kennis op te offeren die in Mij, een mens die al de beledigingen tegen God
gedragen heeft, werkzaam is.
Het was mijn wens dat de berouwvolle zondaar door Mij
de weg zou terugvinden waarlangs hij aan God zijn verontschuldigingen over de
uitgebrachte beledigingen zou kunnen aanbieden. Dan zou ook Ik -in Mijn Goddelijkheid- het volle begrip ontvangen van wat Mij is aangedaan.
Genoeg voor vandaag.
Je weet niet hoeveel troost je Mij biedt wanneer je jezelf in volle
overgave aan Mij aanbiedt… Ik kan niet
elke dag spreken met zielen… Laat Mij
je Mijn geheimen vertellen, ten behoeve van de anderen! … Laat Mij gebruik maken van je dagen en
nachten!
Ik was doodsbenauwd omdat Ik overal de enorme
opstapeling van beledigingen kon zien. En als Ik voor één enkele al een dood
zou moeten meemaken, die zijn gelijke niet had, wat zou Ik dan niet door te
maken hebben omwille van al die beledigingen samen? “Mijn ziel is bedroefd tot stervens toe…” Het ging hier om een droefheid die in Mij
alle krachten wegtrok; een droefheid die zich centreerde in Mijn goddelijkheid,
waartegen de overvloed van fouten en de stank van de zielen die zijn aangetast
door allerlei verdorvenheden, zouden aanbeuken. Daarom was Ik tegelijkertijd schietschijf als pijl: als God was
Ik de schietschijf, als mens de pijl.
Zodra Ik al de zonden op Mij had genomen, verscheen Ik vóór Mijn Vader
als de enige zondaar. Een grotere
droefheid dan die bestaat er niet. En
uit Liefde voor de Vader en uit Barmhartigheid voor jullie allen, wilde Ik dat
alles doorstaan.
Als hij hier geen acht op slaat dan zou de mens
tevergeefs nadenken over de betekenis van deze woorden, die heel Mijn wezen als
God en als Mens omvatten. Kijk naar Mij
in deze reusachtige gevangenis van de geest.
Verdien Ik dan geen liefde omdat Ik zoveel gevochten en geleden
heb? Verdien Ik het dan niet dat de
schepselen op Mij rekenen als op zichzelf, wetende dat Ik Mij helemaal geef
zonder enige reserve? Drink allen van
mijn onuitputtelijke bron van goedheid!
Drink! Ik bied jullie Mijn
droefheid in de hof aan. Geef Mij je
droefheid, heel je droefheid. Ik wil
van je droefheid een ruiker maken van viooltjes, waarvan het parfum voortdurend
op Mijn Goddelijkheid is gericht.
“Vader, als het mogelijk is, neem dan deze Beker van
Mij weg. Maar laat niet Mijn wil
geschieden, maar de Uwe.” Ik riep dat
in het dieptepunt van mijn verbittering wanneer de last die op Mij drukte zo
bloedig werd dat Mijn ziel zichzelf in de meest ondenkbare duisternis
aantrof. Ik zei dat tegen Mijn Vader
omdat, boven op het feit dat Ik al de schulden op Mij zou nemen, Ik Mijzelf bij
Hem aanbood als de enige zondaar op wie de goddelijke gerechtigheid werd
gericht. En door het gevoel beroofd te
zijn van Mijn Goddelijkheid ontwaarde Ik alleen nog maar Mijn menselijkheid.
O Vader, neem van Mij deze extreem bittere Kelk weg,
die Gij Mij aanbiedt en die Ik -toen Ik naar deze wereld kwam- aanvaard heb uit
Liefde voor U. Ik was op het punt
gekomen waarop Ik Mijzelf niet meer herkende.
U, o Vader, die Mij liefhebt, U hebt de zonden tot Mijn erfgoed gemaakt
en dat maakt Mijn aanwezigheid tegenover U ondraaglijk. De ondankbaarheid van de mensen is Mij
bekend, maar hoe kan Ik het verdragen om Mijzelf totaal verlaten te weten? Mijn God, heb medelijden met die enorme
eenzaamheid waarin Ik Mij bevind.
Waarom wilt zelfs Gij Mij verlaten?
Waar zal Ik hulp vinden in die grote eenzaamheid? Waarom slaat ook Gij Mij op die manier? Ja, Gij berooft Mij van Uw
Aanwezigheid. Het voelt alsof Ik neerval
in zulk een immense afgrond dat Ik zelfs Uw hand niet meer zie in deze
vreselijke situatie. Het Bloed dat uit
Mijn Lichaam sijpelt is voor U getuige van Mijn vernietiging onder Uw machtige
hand.
Aldus schreeuwde Ik het uit; Ik viel. Maar dan ging Ik verder: Het is juist, H. Vader dat U met Mij doet
wat U wilt. Mijn leven is niet van Mij,
het behoort U volledig toe. Ik wil niet
dat Mijn wil wordt gedaan, maar wel de Uwe.
Ik heb mijn dood op het Kruis aanvaard.
Ik aanvaard ook de schijnbare dood van Mijn Goddelijkheid.
Het is juist.
Dat alles zou Ik U geven; vóór alles zou Ik U de vernietiging van Mijn
Goddelijkheid die Mij met U verenigt, aanbieden. Ja Vader, door het Bloed dat U ziet, bevestig Ik Mijn overgave en
Mijn aanvaarding: Uw Wil geschiede,
niet de Mijne…
Ondanks alles -de enorme last en de verschrikkelijke
uitputting samen met het zweten van Bloed- werd Ik, toen Ik op zoek ging naar
Mijn apostelen, zo diep gekwetst dat Ik mij onvoorstelbaar uitgeput voelde.
Petrus, Johannes, Jacobus! Waar zijn jullie dat Ik jullie niet wakend vind? Word wakker, kijk naar Mijn gelaat, zie hoe
Mijn Lichaam beeft in de beproeving, die Ik nu doormaak! Waarom slapen jullie? Word wakker en bid met Mij. Voor jullie heb Ik Bloed gezweet!
Petrus, Mijn uitverkoren leerling, geef jij dan niets
om Mijn Lijden? … Jacobus, naar jou
ging heel vaak Mijn voorkeur uit; kijk naar Mij en blijf aan Mij denken! En jij, Johannes, waarom gaf jij je -samen
met de anderen- over aan de slaap? Jij
kan meer verdragen dan zij… Val niet in
slaap; blijf wakker en bid met Mij!
Dat is het wat Ik verkreeg: Op zoek naar troost, vond
Ik slechts bittere kwelling. Zelfs zij
waren niet met Mij verbonden. Waarheen
zou Ik nog kunnen gaan? … Het is waar:
Mijn Vader gaf Mij slechts wat Ik vroeg, zodat de veroordeling van de gehele
mensheid op Mij zou terechtkomen. Mijn
Vader, help Mij! U kunt alles; help
Mij!
Opnieuw bad Ik als een mens voor wie alle hoop is
vervlogen en die begrip en troost zoekt van hierboven. Maar wat kon Mijn Vader doen voor Mij? Ik had toch vrijwillig ervoor gekozen om
voor alles te boeten. Mijn keuze stond
vast; ze was niet veranderd. Desondanks
drong de natuurlijke weerstand zich zo sterk op dat Mijn menselijkheid erdoor
werd overspoeld.
Opnieuw stortte Ik Mij met Mijn gezicht ter aarde
omwille van de schande van al jullie zonden.
Opnieuw vroeg Ik Mijn Vader om die Kelk van Mij weg te nemen. Maar Hij antwoordde dat, als Ik hem niet zou
drinken, het zou zijn alsof Ik niet naar deze wereld was gekomen. En om Mij te troosten antwoordde Hij ook dat
vele schepselen deel zouden hebben aan Mijn helse pijnen in de Hof.
Ik antwoordde: Vader, laat niet Mijn Wil geschieden,
maar de Uwe. Uw engel heeft Mij
verzekerd van Uw liefde. De korte
vreugde, die U Mij daardoor gegeven hebt, heeft een gunstige uitwerking op Mijn
natuurlijke weerstand. Geef Mij Mijn
schepselen; hen die Ik vrijgekocht heb.
Neemt U hen zelf want voor U heb Ik dit lijden aanvaard. Ik wil zien dat U tevreden bent. Ik bied U al Mijn lijden en Mijn
onveranderlijke Wil aan, die waarlijk niet in strijd is met de Uwe want Wij
zijn altijd Eén geweest… Vader, Ik ben
vernietigd maar alleen zo zal Onze Liefde worden bekend gemaakt. Dat Uw Wil geschiede, niet de Mijne!
Opnieuw keerde Ik terug naar Mijn leerlingen, maar de
stralen van de goddelijke Gerechtigheid hadden Mij op een onveranderlijk spoor
gezet… Zij werden erg bevreesd toen zij
Mij als een krankzinnige bekeken. En
wie er het meest onder leed was Johannes.
Ik, zwijgend… zij,
versteend… Alleen Petrus had de moed om
te spreken. Arme Petrus, als hij alleen
al maar begrip had gehad voor dat deeltje van Mijn onrust waarvan hij aan de
basis lag.
Ik had mijn drie vrienden meegenomen opdat Ik bij hen
en in hun liefde rust zou kunnen vinden, zodat zij Mij zouden helpen door Mijn
angsten mee te dragen en door met Mij mee te bidden… Hoe kan Ik beschrijven wat Ik voelde toen Ik hen in slaap
vond?
Hoe lijdt Mijn Hart ook vandaag nog wanneer Ik Mijn
zielen, bij wie Ik vertroosting hoop te vinden, in slaap vind. Het komt meer dan eens voor dat Ik hen wakker
moet schudden en hen uit zichzelf moet halen, weg van hun zorgen. Zij antwoorden Mij dan, al is het niet met
woorden maar wel met hun daden: “Nu niet, ik ben te moe; ik heb veel te veel te
doen; dat is slecht voor mijn gezondheid; ik heb nog een beetje tijd nodig; ik
wil nog wat rust hebben.”
Dan dring Ik aan en Ik verzeker die ziel zachtjes: Heb
maar geen schrik. Als je voor Mij je
rust laat, dan zal Ik je daarvoor belonen.
Kom en bid met Mij. Eén uurtje
maar! Kijk, dit is het moment dat Ik je
nodig heb! Als je stopt met je
bezigheden, zal je dan achter geraken op je schema? Hoe vaak toch krijg Ik dat antwoord!
Arme ziel, je bent niet eens in staat om één uur met
Mij te waken. Weldra kom Ik bij je
langs en je zal Mij niet eens horen omdat je slaapt. Ik zou je de Genade willen geven maar aangezien je aan het slapen
bent, zal je niet in staat zijn die te ontvangen. En wie kan er Mij verzekeren dat hij later wel de kracht zal
hebben om wakker te blijven? … Het is
mogelijk dat jouw ziel, die niet meer voorzien is van voedsel, te zwak zal zijn
en dat jij niet in staat bent uit je vermoeidheid op te staan.
Vele zielen werden -in het midden van een diepe slaap-
door de dood verrast. Waar en hoe zijn
zij wakker geworden?
Lieve zielen, Ik wil jullie leren hoe zinloos en ijdel
het is om verlichting te zoeken bij andere mensen. Hoe vaak zijn zij niet in slaap en -in plaats van bij hen de
verlichting te vinden waarnaar Ik op zoek ben- blijf Ik verbitterd staan aangezien
zij niet in overeenstemming zijn met Onze Verlangens of Onze Liefde.
Wanneer Ik tot Mijn Vader bad en om hulp vroeg, stond
Mijn bedroefde en verlaten ziel doodsangsten uit. Ik voelde Mij boven Mijn krachten beproefd door het gewicht van
de ergste ondankbaarheid.
Het Bloed dat zich uit de poriën van Mijn Lichaam
perste en dat kort daarna uit al Mijn wonden zou vloeien, zou nutteloos zijn
voor een groot aantal zielen die verloren zouden gaan. Zo velen zouden Mij kwetsen en zo velen
zouden Mij niet eens kennen! Later zou
Ik Mijn Bloed laten vloeien voor allen en Mijn verdiensten zouden gebruikt
worden voor elk van hen. Goddelijk
Bloed! Onuitputtelijke
verdiensten! En toch nutteloos voor zo
vele, vele zielen.
Maar tegen die tijd zou Ik al andere dingen meemaken
en Mijn Wil was gericht op het volbrengen van Mijn Lijdensweg.
Mens, als Ik moest lijden, zou dat niet vruchteloos of
zonder reden zijn. De vruchten die Ik
verworven heb, zijn de Heerlijkheid en de Liefde. Het is nu aan jou om Mij -met Mijn hulp- te tonen dat je Mijn
werk waardeert.
Ik word nooit moe!
Kom naar Mij! Kom naar Hem die
trilt van Liefde voor jou en die weet hoe Hij jou de ware Liefde moet geven die
in de Hemel regeert en die jou nu op aarde omvormt.
Zielen die Mijn dorst ervaren, drinkt van mijn bittere
en heerlijke Kelk, want Ik zeg jullie dat de Vader enkele druppels uit deze
Kelk speciaal voor jullie wil voorbehouden.
Denk aan die enkele druppels die Mij onthouden werden en -als je
gelooft- zeg Mij dan dat je ze niet wilt.
Ik heb nooit grenzen gesteld en evenmin moet jij dat doen. Ik werd vernietigd zonder enige vorm van barmhartigheid. Uit liefde zou je Mij moeten toestaan om je eigen goeddunken te
vernietigen.
Ik ben Degene, die in jou werkt zoals Mijn Vader in
Mij werkte toen Ik in de Hof was.
Ik ben Degene, die jou het lijden geeft opdat jij op
een dag gelukkig zult zijn. Wees voor
een tijdje volgzaam. Wees volgzaam als
je in mijn voetsporen treedt want dat zal je enorm helpen en het zal Mij grote
voldoening schenken. Verlies niets,
maar maak je veeleer de liefde eigen.
Hoe zou Ik Mijn geliefden kunnen laten lijden terwijl zij proberen Mij
hun liefde te tonen?
Ik wacht op jou.
Ik blijf op je wachten en Ik zal niet moe worden. Kom naar Mij. Kom zoals je bent; het doet er niet toe hoe, als je maar
komt. Dan zul je zien dat Ik jouw
voorhoofd versieren zal met juwelen, met die druppels Bloed die Ik in
Gethsemane liet vloeien. Die druppels
zijn voor jou, tenminste als jij ze wilt.
Kom, mijn ziel, kom naar Jezus die jou roept.
Ik zei: Mijn Vader.
Ik zei niet: Mijn God. Dat wil
Ik jullie toch leren: wanneer je hart het meest te lijden heeft dan moet je
zeggen ‘Mijn Vader’ en Hem om troost vragen.
Toon Hem je pijnen en je angsten en herinner Hem in je weeklagen eraan
dat jullie Zijn kinderen zijn. Zeg Hem
dat je ziel die pijnen niet langer kan dragen!
Vraag Hem met een kinderlijk vertrouwen en wacht af, want je Vader zal
je helpen. Hij zal jou en al de zielen
die vertrouwen de nodige kracht geven om door heel die moeilijke tijd heen te
komen…
Dat is de Kelk die Ik heb aanvaard en tot de laatste
druppels heb leeg gedronken. Dat alles
om je te leren, mijn lieve kinderen, nooit te geloven dat het lijden zinloos
is. Als je ondervindt dat je niet
altijd resultaten bekomt, houdt dan je oordeel voor jezelf, maar sta de goddelijke Wil toe om in jou
volbracht te worden.
Ik ben niet teruggedeinsd. Integendeel, Ik bleef ter plaatse ook al wist Ik dat het in de
Hof was dat ze Mij zouden aanhouden. Ik
wilde niet wegvluchten voor Mijn vijanden.
Mijn dochter, laat deze nacht Mijn Bloed toe om de
wortels van je kleinheid te bevloeien en te versterken.
Nadat Ik door de boodschapper van Mijn Vader opgebeurd
was, zag Ik dat Judas, gevolgd werd door hen die Mij wilden gevangen nemen,
naar Mij toekwam. Zij hadden koorden,
stokken en stenen bij zich… Ik deed een
stap naar voor en vroeg hen: “Naar wie zijn jullie op zoek?” Ondertussen hield Judas zijn hand op Mijn
schouder en kuste Mij…
Zo vele zielen hebben Mij verkocht en zullen Mij nog verkopen voor de miserabele prijs van een kortstondig vermaak, voor een voorlopig en voorbijgaand pleziertje…